Met onderstaande inzending won Max Rensink, als coassistent verbonden aan het Amsterdam Medisch Centrum, de Robbert Dijkgraaf Essayprijs van 2019. Hij ontving de prijs tijdens het Gala van de Wetenschap, dat plaatsvond op 25 november.

Van wie is mijn lichaam?

Met piepende banden scheurt de ambulance naar ons toe. Op de traumakamer staan we allemaal gereed, op het oog rustig. We voelen echter de adrenaline door ons lijf gieren, zijn klaar om in actie te komen als de patiënt binnenkomt.

Na tien minuten, die zoals altijd een eeuwigheid lijken te duren, wordt de man naar binnen gereden. ‘Hij heeft een enorme klapper gemaakt.’ Ik knik: het ziet er ontzettend slecht uit. We verliezen geen seconde en doen ons uiterste best het leven, dat langzaam wegsijpelt uit de 68-jarige man, hier op aarde te houden.

Op jacht naar geluk
LEES OOK
Op jacht naar geluk

Uren later zit ik aan mijn bureau. In mijn hoofd schieten mijn gedachten alle kanten op. Ik besef wederom dat ik als dokter een bijzondere positie heb: je staat tussen leven en dood in. Als je niet handelt, overlijdt iemand. Als je wel iets doet, kun je iemand in leven houden. Maar tegen welke prijs? Hoe ver moet je gaan? We kunnen nu zo ongelooflijk veel. Maar moeten en mógen we dat ook altijd doen?

Auto versus elektrische fiets. De 68-jarige man klapte met zijn schedel op het asfalt. Er ontstonden grote bloedingen in zijn hoofd, waardoor wij alleen zijn lichaam in leven konden houden. De grootste schade was natuurlijk al aangericht. Deze man zal nooit meer kunnen praten, nooit meer zelfstandig kunnen eten, nooit meer zelfstandig kunnen ademen. Doen wij er goed aan om tot het uiterste te gaan vanwege het idee een stukje van zijn leven te redden? Wil hij dat? Wil zijn familie dat? Willen wij dat?

Onvermijdelijk denk ik terug aan twee weken geleden. Er kwam een jongeman binnen met een complete dwarslaesie na een val van grote hoogte. Zijn leven was in één klap verwoest, maar hij klampte zich vast aan enkele actuele wetenschappelijke publicaties. Het is sinds kort technisch gezien mogelijk om hersenen te transplanteren van het ene naar het andere lichaam. De neurochirurgen stonden voor een enorme uitdaging, maar het is recent voor het eerst gelukt.

Wat betekent dit voor patiënten, voor artsen, voor de mens? Wanneer perfect werkende hersenen het bijbehorende lichaam nooit meer zullen kunnen aansturen, zou het dan een uitkomst zijn om het lichaam te gebruiken van iemand die hersendood is? Mag dit? En wat als iemand hier geen toestemming voor heeft kunnen geven?

Er zijn talloze bezwaren. Wat zijn de gevolgen voor de jongeman zelf? Een ander en mogelijk ouder lichaam, wat doet dat met je? Met je persoonlijkheid, met hoe anderen je zien? Zou dit echt een oplossing kunnen zijn?

Ik sla op mijn bureau. Man, wat een dilemma’s. Het is voor een dokter toch al ingewikkeld genoeg om bezig te zijn met de gezondheidstoestand van een mens, om in fracties van secondes te zorgen dat iemand de grootste kans krijgt op een zo goed mogelijk herstel?
Anderhalf jaar later sluiten de deuren van een grote vergaderzaal op het ministerie in Den Haag. Artsen, rechters, advocaten, politici, filosofen en ethici zitten te wachten op het openen van de bijeenkomst. Wat houdt het recht op zorg in? Hoe ver moeten we gaan om iemand de best mogelijke gezondheid te geven? Om iemand in leven te houden? Zo ver dat dit alleen voor een ander nog zinvol kan zijn? Wat als iemand geen toestemming kan geven over wat er met zijn lichaam gebeurt?

Een man van bijna zeventig jaar houdt een vurig pleidooi. Zijn leven is onbeschrijflijk veranderd door de nieuwe medische technologie, ondanks een zwaar ongeval. Hij zal de rest van zijn leven niet in een rolstoel doorbrengen, maar kunnen lopen. Hij heeft zijn hele leven nog voor zich; hij is pas 25.