Het aantal veroordelingen tot levenslange celstraf neemt snel toe in Nederland. Jurist en filosoof Jurriën Hamer keert zich tegen het steeds zwaarder straffen.

‘Succesvolle topsporters en CEO’s roepen luidkeels: als je maar echt wilt, is alles mogelijk’, zegt jurist en filosoof Jurriën Hamer. Maar dat is onzin, meent de schrijver van het boek Waarom schurken pech hebben en helden geluk. ‘De beslissingen die we nemen in ons leven zijn gebaseerd op ons lichaam, onze geschiedenis en de omstandigheden waarin we leven.’

Hij noemt een eigenschap als zelfbeheersing een belangrijke factor in schadelijk gedrag. ‘Uit onderzoek van gedragswetenschapper Will Tiemeijer blijkt dat zo’n vermogen in zeer hoge mate bepaald wordt door je genen en kindertijd. Toch blijven we anderen met behulp van een zogenaamde ‘vrije wil’ de schuld geven. Je ziet het terug in ons strafrecht, dat de afgelopen decennia steeds strenger is geworden. Levenslang wordt steeds vaker opgelegd en de maximale straf voor doodslag en moord is verhoogd naar respectievelijk 25 jaar en levenslang, of 30 jaar.’

De stille kinderen van de Concorde
LEES OOK
De stille kinderen van de Concorde

De roep vanuit de maatschappij om daders zwaar te straffen, is luid. Waar komt dat vandaan?

‘Het strafrecht is verhard onder invloed van het neoliberalisme dat opkwam in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Alles wordt neergelegd bij de vrije keuze van het individu. Iedereen is verantwoordelijk voor zijn daden. Dat de een veel meer kansen heeft dan de ander, is irrelevant. De nadruk ligt op de vergelding van de misdaad.

Vergelding is wel duidelijk. We hebben met zijn allen afgesproken van elkaars lijf en goed af te blijven. Als je dat sociaal contract breekt, betaal je, met straf. Dat voorkomt dat ik die mooie fiets van de buurman meeneem.

Je moet onderscheid maken tussen afschrikking en vergelding. Het is verstandig dat als iemand een misdrijf pleegt, daar een prijs opstaat en dat de dader en de rest van de samenleving worden afgeschrikt met een straf. Maar ik ben tegen vergelding. Dat gaat puur en alleen over het toevoegen van leed. Dan zeg ik: kijk eens naar het leven van de gemiddelde delinquent. Ze komen vaak uit gebroken gezinnen, met armoe en huiselijk geweld. De keuzes die zij maken in het leven zijn niet uit vrije wil.

Als je in je jeugd bent verwaarloosd, maak je andere keuzes in het leven dan iemand die in een harmonieus, welvarend gezin is opgegroeid. Vergelding leidt nergens toe, alleen tot wraakgevoelens. Er is geen bewijs dat harde straffen Nederland veiliger maken. Het is eerder omgekeerd: uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat bij niet-gewelddadige criminaliteit huisarrest met een enkelband leidt tot minder recidive dan een celstraf.’

Stel, u bent even de baas in Nederland. Wat gaat u doen met het strafrecht?

‘Ik zou als eerste de strafverhogingen voor moord en doodslag terugdraaien. Daar stonden al fikse straffen op, en het nut van de verzwaringen is niet bewezen. Ook bij kleinere delicten kan het humaner. Laten we eens onderzoeken of het mogelijk is om bijvoorbeeld bij een eenvoudige diefstal slachtoffer en dader met elkaar in gesprek te brengen, onder begeleiding van een mediator. En laat de rechter de uitkomst meenemen in zijn oordeel. Het slachtoffer krijgt zo de kans zijn gevoelens te uiten en zijn leven weer een beetje op te pakken. Maar het verhaal van de delinquent mag ook gehoord worden.

En dan de gevangenis zelf. Er is onder het huidige regime veel te weinig aandacht voor het herstel van de gevangene, zo krijg ik ook te horen van gevangenisdirecteuren. Nu zitten veel gevangenen bijna de hele dag op cel, zonder perspectief. Dat is schadelijk, uit onderzoek blijkt dat onder andere de impulsbeheersing achteruit gaat, omdat eentonigheid veel slechter voor je hersenen is dan afwisseling en stimulering.

Neem een voorbeeld aan de Bastoy-gevangenis in Noorwegen. Daar gaat het veel meer over waardigheid en perspectief voor de gevangene. Daar zijn geen tralies, en hebben de bewakers geen wapens. Ze eten daar een keer per dag gezamenlijk en zijn aan het werk. Er is een timmerwerkplaats, een wasserij en een bibliotheek. Allemaal vanuit de gedachte: hoe kunnen we mensen succesvol terugbrengen in de samenleving? Resultaat: de recidivecijfers zijn daar veel lager dan hier.’

In kranten en op televisie wordt criminaliteit breed uitgemeten. De mensen smullen er kennelijk van.

‘Met aandacht voor criminaliteit is niets mis. Er is terecht veel aandacht voor het slachtoffer. Maar laten we ons ook eens focussen op de achtergrond van de dader. Hoe jonge mensen verzeild raken in zo’n crimineel milieu. Hoe kan het dat een 10-jarige jongen op de uitkijk staat bij een drugsdeal? Die verhalen moeten verteld worden.’