Samen innoveren: wetenschap met impact



De agro-sector staat onder druk. Ecologische en maatschappelijke eisen bepalen in toenemende mate de grenzen van de sector. Daarnaast is landbouw niet langer dominant in de plattelandseconomie. Andere functies zoals recreatie en zorg, energieproductie en waterbeheer, landschapsontwikkeling en natuur nemen in toenemende mate aan belang toe. In de toekomst zal de nederlandse agro-sector bovendien meer te maken krijgen met internationale concurrentie door een grotere EU en een vrije wereldhandel. De agro-sector moet daarop reageren zoals ze al meer dan een eeuw doet: innoveren en ontwikkelen.


Gelukkig is er in Nederland een uitstekende kennisinfrastructuur aanwezig die de sector kan helpen met de innovatie. Gesteund door de overheid worden grote initiatieven opgezet om kennis te ontwikkelen. De overheid heeft daartoe bijvoorbeeld het 'innovatieplatform' in het leven geroepen. De beschikbaarstelling van BSIK-gelden (Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur) laat zien dat het de overheid ernst is met vernieuwingen, ook in de agro-sector.

Eén van grote, uitdagende initiatieven betreft genomics. De Plant Sciences Groep van Wageningen-UR leidt het Center for Biosystems Genomics (CBSG), gericht op planten-genomics. Binnen dit centrum worden in hoog tempo met gevanceerde technieken zeer grote hoeveelheden informatie verzameld over planten en hun werking. DNA wordt uitgeplozen, de samenstelling en functie van eiwitten wordt ontrafeld, de verschillende biochemische routes worden gedetailleerd in kaart gebracht, en tussen al die gegevens worden met behulp van geavanceerde bioinformatica verbanden gelegd. De kennis over samenstelling en functioneren van cellen, organismen en hele eco-systemen neemt in razend tempo toe.

Er komt dus uit genomics een enorme hoeveelheid kennis beschikbaar. Die kennis moet echter vertaald worden in praktische toepassingen om tot echte innovaties in de sector te leiden. Daar ligt volgens mij dan ook de grootste uitdaging: hoe koppelen we genomics-kennis aan de behoefte ondernemers, hoe kunnen we de ontwikkelde kennis optimaal inzetten om tot innovaties te komen, of, in de woorden van één van onze medewerkers, 'putting genomics to work'. Gelukkig hebben we uitstekende teams die deze uitdaging aanpakken op diverse gebieden zoals gewasbescherming en productkwaliteit.

Een heel nieuw perspectief biedt de koppeling van genomics-kennis aan kennis van systemen. Wageningen-UR heeft in de afgelopen decennia internationaal een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van modellen waarmee biologische systemen worden gesimuleerd. Genomics-informatie stelt ons in staat de modellen verder te ontwikkelen en nog beter te benutten voor de ontwikkeling van meer duurzame landbouwsystemen. Ook wereldwijd kunnen we zo een bijdrage leveren aan de voedselvoorziening en de leefomgeving. Genomics is dus in potentie wetenschap met impact.

In feite ligt de uitdaging breder dan alleen genomics. Wetenschap ontwikkelt kennis die haar weg moet vinden in de maatschappij. Het traditionele OVO-drieluik (Onderzoek, Onderwijs en Voorlichting) dat in het verleden tot grote successen in de agro-sector heeft geleid werkt niet meer. Voorlichting is éénrichtingsverkeer: juist in de interactie tussen onderzoek en ondernemers liggen de nieuwe mogelijkheden. Een nieuw drieluik is nodig waarin de ondernemers aktief participeren. Het OOO-drieluik (Onderwijs en Onderzoek in interactie met Ondernemers) leidt op die manier tot de echte doorbraken. Samen innoveren is het adagium. En daar sta en ga ik voor.



Martin Kropff