Wetenschappers hebben het grootste genetische alzheimeronderzoek tot nu toe verricht. De resultaten kunnen mensen die een verhoogd risico lopen op de ziekte helpen om symptomen te vertragen of te voorkomen.

Het grootste alzheimeronderzoek ooit heeft het aantal bekende genetische varianten die een rol spelen bij de ziekte verdubbeld. Dit is een eerste stap naar een test waarmee je de genetische risicoscore op het ontwikkelen van alzheimer kunt berekenen. Dat kan uiteindelijk leiden tot op maat gesneden strategieën om de aandoening te voorkomen of te behandelen. 

De ziekte van Alzheimer is de meestvoorkomende oorzaak van dementie, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek de snelst groeiende doodsoorzaak in Nederland. Momenteel lijden 290.000 mensen in Nederland aan dementie. De verwachting is dat dat aantal de komende jaren zal blijven toenemen, tot een half miljoen in 2040. Het risico om de ziekte te ontwikkelen is voor 60 tot 80 procent genetisch bepaald.

Dinowijsheid uit het oosten
LEES OOK
Dinowijsheid uit het oosten

Verdubbelde genen

Neurogeneticus Rebecca Sims van de Britse Cardiff-universiteit en haar collega’s wilden meer te weten komen over de genetische factoren die ten grondslag liggen aan de ziekte. Hiervoor brachten ze het genoom in kaart van meer dan 100.000 mensen die ofwel zelf alzheimer hadden, of van wie een ouder alzheimer had. Deze genomen vergeleken ze met meer dan 600.000 mensen zonder alzheimer in de familie.

Op die manier heeft Sims’ team meer genomen van alzheimerpatiënten geanalyseerd dan elke eerdere genoomwijde associatiestudie (GWAS). ‘De laatste grote alzheimer-GWAS had ongeveer 22.000 alzheimerpatiënten in de initiële onderzoeksopzet’, zegt Sims.

Sims’ genetische analyse bevestigde de rol van 33 genvarianten die al eerder in verband waren gebracht met de ziekte. Bovendien voegde het onderzoek nog eens 42 nieuwe genvarianten toe aan de lijst. Volgens Sims lijkt elke variant een even grote rol te spelen. ‘Dit onderzoek laat zo ook zien hoe complex en veelzijdig deze hersenziekte eigenlijk is’, zegt ze.

Bij alzheimer ruimen microglia het afval in het brein niet goed op. Dit veroorzaakt de chronische hersenontsteking die kenmerkend is voor alzheimer. Beeld: Flickr/National Institute on Aging, NIH, CC 2.0.

Persoonlijke microglia

Het onderzoek laat verder zien dat microglia, immuuncellen in je hersenen, een belangrijke rol spelen bij de ziekte. ‘Jaren geleden keken we alleen naar hoe neuronen betrokken zijn bij de ziekte van Alzheimer, maar nu weten we dat deze cellen ook heel belangrijk zijn’, vertelt Sims.  

Dit onderzoek kan helpen om mensen de best mogelijke persoonlijke behandeling te geven. Zo kan alzheimer bij de ene persoon worden veroorzaakt door genvarianten waarbij microglia betrokken zijn, terwijl de ziekte bij een ander het gevolg is van stoornissen in het vetmetabolisme. ‘Veel medicijnen zijn nuttiger bij de één dan bij de ander’, zegt Sims. ‘Als we ons richten op de juiste gebieden, kunnen de geneesmiddelen mogelijk een groter effect hebben.’

Verbeterde risicoscore

Het team ontdekte dat het meenemen van deze nieuw ontdekte genvarianten in een risicoanalyse de nauwkeurigheid daarvan verbetert. Met zo’n analyse kun je mensen informeren over hun aanleg voor het ontwikkelen van de ziekte. ‘Als iemand een heel grote kans loopt om alzheimer te ontwikkelen, kan diegene op jongere leeftijd medicatie gebruiken om de ziekte uit te stellen of zelfs te voorkomen’, zegt Sims. 

Een beperking van het onderzoek is het feit dat bijna alle deelnemers wit waren – zoals bij veel andere GWAS’en. Dit is met opzet, omdat elke bevolkingsgroep verschillende genetische varianten heeft. Hierdoor is het in een diversere studiegroep moeilijker om vergelijkingen te maken tussen mensen met en zonder de onderzochte ziekte. Sims zegt dat het niet zeker is in hoeverre de bevindingen van toepassing zijn op mensen van kleur. ‘Dit onderzoek moeten we ook voor andere bevolkingsgroepen gefinancierd krijgen.’

Symptomen vertragen

‘Ik ben ontzettend enthousiast over de mogelijke gevolgen van dit onderzoek’, zegt geneticus Catherine Kaczorowski van het Jackson-laboratorium in de Verenigde Staten. Een met name significante vondst is volgens haar dat genetische risicoanalyses voor alzheimer nauwkeuriger kunnen worden gemaakt door deze nieuwe genetische varianten mee te nemen.

‘Deze studie is belangrijk omdat die de mogelijkheid biedt om nieuwe biologische mechanismen te identificeren die ten grondslag liggen aan het risico op de ziekte van Alzheimer’, zegt genetisch farmacoloog Jennifer Yokoyama van de Universiteit van Californië in San Francisco. Genetische risicoscores kunnen nuttig zijn bij het analyseren van de effectiviteit van maatregelen om de ziekte van Alzheimer te voorkomen, zegt zij.