Archeologen hebben een ondergrondse Romeinse stad volledig blootgelegd. En daar hadden ze geen enkele schep voor nodig.

Bij archeologie denk je al gauw aan mensen die met de knieën in het zand voorzichtig kleine potscherfjes opgraven. Archeologen van de Universiteit Gent en de Britse Universiteit van Cambridge pakten het anders aan: ze legden een Romeinse stad volledig bloot met een combinatie van radarmetingen en computeranalyses. Hun onderzoek is gepubliceerd in Antiquity.

Het gaat om de stad Falerii Novi, die zo’n 50 kilometer ten noorden van Rome ligt. Falerii Novi werd rond 241 v. Chr. door de Romeinen gesticht en bleef bewoond tot ongeveer 700 n. Chr. Inmiddels is de stad grotendeels onder de grond verdwenen.

Steden zoals Falerii Novi zijn te groot om volledig op te graven. Je kunt wel een deel ervan opgraven en daarmee veel informatie vergaren over dat specifieke gedeelte, maar dan mis je de context. Het is daardoor moeilijk om met alleen opgravingen de historische ontwikkeling van een stad te bestuderen.

Quad

Het Belgisch-Britse team omzeilde die problemen met een zogeheten Ground Penetrating Radar (GPR). Dit apparaat werkt net als een gewone radar: het stuurt radiogolven de grond in en vangt de terugkerende golven op. Elk materiaal weerkaatst radiogolven op een andere manier. Daardoor kun je uit het terugkerende signaal afleiden wat voor materialen er op welke diepte in de grond zitten.

De archeologen plaatsten een GPR op een karretje achter een quad. Daarmee reden ze over het hele terrein van Falerii Novi, dat zo’n vijftig voetbalvelden groot is. Zo brachten ze de stad in blokjes van 12,5 centimeter volledig in kaart.

Archeoloog Lieven Verdonck legde Falerii Novi bloot met een Ground Penetrating Radar, bevestigd aan een karretje achter een quad.

Een radar op een karretje lijkt misschien technologisch niet hoogstaand; toch is dit pas sinds enkele jaren mogelijk. ‘De techniek moest eerst aangepast worden aan ons doel’, zegt Lieven Verdonck van de Universiteit Gent. ‘Om een volledige stad bloot te leggen, moeten de metingen snel verricht worden. Daarom had onze GPR meer instrumenten: niet één sensor, zoals eerdere versies, maar wel vijftien.’

Algoritmes

Daarnaast moest de techniek subtiele bouwwerken kunnen onderscheiden. ‘We kunnen er nog geen potscherven mee herkennen, maar bijvoorbeeld wel kleine zuilen. Daarvoor hadden we een hoge resolutie nodig’, zegt Verdonck.

De combinatie van extra instrumenten en een hoge resolutie bracht een nieuw probleem met zich mee: een enorme hoeveelheid gegevens. ‘We maten wel miljoenen sporen; het is niet te doen om die zelf te analyseren’, zegt Verdonck. Daarom gebruikten de onderzoekers computeralgoritmes om relevante sporen uit de data te halen.

Pompeï en Herculaneum

Falerii Novi bleek enkele verrassende kenmerken te hebben. Zo onthulden de radarmetingen een groot rechthoekig gebouw dat via allerlei buizen verbonden was met het aquaduct. Vermoedelijk was dit een grootschalig openbaar badcomplex. Ook zagen de archeologen sporen van een tempel, markthal en een indrukwekkend monument dat vermoedelijk onderdeel was van een religieuze plek aan de rand van de stad.

Radarbeelden leggen de geheimen van Falerii Novi bloot. De halve cirkel onderaan was bijvoorbeeld een theater, het kleine witte rechthoekje links daarvan een tempel en het witte vlak daarboven een badcomplex.

Tot dusver baseerden historici hun beeld van Romeinse steden op de spaarzame voorbeelden die we over hebben. Denk aan Pompeï en Herculaneum, de steden die onder de as van de Vesuviusuitbarsting grotendeels intact zijn gebleven, en Ostia, de opgegraven havenstad van Rome.

De onverwachte inrichting van Falerii Novi laat zien dat dit beeld moet worden bijgesteld. ‘Het vele onderzoek naar deze paar steden heeft geleid tot een bias onder archeologen. We moeten af van ons beeld van ‘de Romeinse stad’. De variatie is veel groter dan gedacht’, zegt Verdonck.

Minder religie

Verdonck hoopt daarom de komende tijd met GPR meer begraven steden in kaart te brengen. De radar is al gericht op Interamna Lirenas, een stad in midden-Italië. ‘In die stad lijkt de rol van religie minder sterk en zien we meer economische aspecten’, zegt Verdonck. ‘Verder zijn er nog talloze Romeinse steden die ik graag zou onderzoeken, bijvoorbeeld in Turkije en Libië, omdat die plekken nog onaangetast zijn.’

De techniek is lastiger toepasbaar op een stad als Rome, waar inmiddels veel over de oude resten heen gebouwd is. ‘De GPR wordt daar wel gebruikt om bijvoorbeeld een specifiek plein te onderzoeken. Maar wij willen volledige steden in kaart brengen’, zegt Verdonck.

Revolutie?

De archeologen stellen in hun publicatie dat de combinatie van GPR-metingen en algoritmes een revolutie teweeg kan brengen in archeologisch onderzoek. Verdonck spreekt zelf echter liever van een geleidelijke evolutie. ‘Archeologie draaide altijd om opgravingen. Nu zullen we steeds meer studies uitvoeren zonder te graven’, zegt hij.

Maar verliest archeologie dan niet een deel van haar charme: dagenlang knielen in de aarde, gravend naar dat ene potscherfje? ‘Opgravingen blijven belangrijk’, stelt Verdonck gerust. ‘Maar je ziet wel een verschuiving: naast cultuurhistorische elementen spelen technologische aspecten steeds vaker een rol. Dat vind ik het leuke eraan: zulke verschillende disciplines komen nergens zo mooi samen als in de archeologie.’