Het eiwit FcRL3 blijkt essentieel voor de bevruchting van een eicel, zo blijkt uit proeven met menselijke cellen. FcRL3 biedt zo een nieuwe verklaring voor onvruchtbaarheid.

Het eiwit FcRL3 verstevigt de verbinding tussen een eicel en zaadcel en zorgt er op die manier voor dat die twee met elkaar kunnen versmelten. Het is daardoor essentieel voor de bevruchting. Dat blijkt uit proeven met menselijke cellen.

Biotechnoloog Jana Vondrakova, verbonden aan het Instituut van Biotechnologie in Tsjechië, gebruikte voor haar onderzoek een kweek met niercellen van embryo’s. Aan deze kweek voegde haar team het eiwit FcRL3 toe, dat al bekendstond om zijn betrokkenheid bij auto-immuunziekten. Vervolgens zagen de onderzoekers dat de cellen in staat waren om zaadcellen in zich op te nemen. Ook stelden ze vast dat FcRL3 van nature aanwezig is in menselijke eicellen.

De feiten en mythen over eieren eten
LEES OOK
De feiten en mythen over eieren eten

Bevruchting

Het samensmelten van geslachtscellen is een strikt gereguleerd proces. ‘Een eicel mag maar door een enkele zaadcel worden bevrucht’, zegt embryoloog Liliana Ramos, die verbonden is aan het medisch centrum van de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Wanneer een eicel door twee of meer zaadcellen bevrucht raakt, ontstaat er chaos in het genetisch materiaal. Het embryo is dan niet levensvatbaar.’ 

Wanneer een eicel en zaadcel met elkaar in contact komen, worden eiwitten op hun oppervlakten actief. Sommige eiwitten zorgen ervoor dat de fusie tussen ei- en zaadcellen geblokkeerd wordt, terwijl andere juist de bevruchting bevorderen. Als die laatste groep de overhand heeft, ontstaan koppelingen tussen de eiwitten, zodat de geslachtscellen zich aan elkaar kunnen vasthechten. Bij gezonde individuen slaagt de eicel er daarna in om de zaadcel in zich op te nemen: de cel raakt bevrucht. Uit het onderzoek van Vondrakova en haar collega’s blijkt dat FcRL3 een cruciale en stimulerende rol speelt bij deze samensmelting van geslachtscellen.

Onvruchtbaarheid

Een op de acht stellen die een kind willen, ervaart vruchtbaarheidsproblemen. Voor een deel daarvan wordt nooit een oorzaak gevonden. ‘Ongeveer 30 procent van de Nederlandse stellen weet nu niet waarom het niet lukt om een kind te verwekken’, stelt Ramos. Daarom vindt ze de bevindingen ‘op wetenschappelijk niveau fantastisch’.

‘We kunnen tegenwoordig al ons genetisch materiaal in kaart brengen. Met deze resultaten kunnen we ook zien of iemand onvruchtbaar is doordat ze geen FcRL3 aanmaakt. De emotionele belasting van onvruchtbaarheid is groot en het vinden van de oorzaak helpt bij de acceptatie ervan.’