Lang dacht men dat rode bloedlichaampjes het bloed stroperig maken. Nu blijkt dat niet alleen de bloedlichaampjes, maar ook het bloedplasma zelf ervoor zorgt dat bloed niet als water, maar als een vreemde, complexe vloeistof stroomt.

Wat is de overeenkomst tussen bloedplasma en ketchup? Het zijn allebei complexe vloeistoffen die zich anders gedragen dan een eenvoudige vloeistof zoals water.

Van bloed is bekend dat het bij een toenemende druk vloeibaarder wordt, zodat het zelfs door de fijnste haarvaten met gemak kan stromen. Bloed bestaat voor bijna de helft uit rode bloedlichaampjes en verder vooral uit bloedplasma. De rode bloedcellen leken de afgelopen eeuwen de oorzaak van de stroperigheid waarmee bloed kan vloeien. Onderzoekers aan de universiteit van Saarland en de University of Pennsylvania hebben nu bloedplasma onderzocht en aangetoond dat die vloeistof, alhoewel die voor 92% uit water bestaat, zich anders dan water gedraagt.

‘De mooiste dingen ontdek je door er niet specifiek naar te zoeken’
LEES OOK

‘De mooiste dingen ontdek je door er niet specifiek naar te zoeken’

Medisch bioloog Yvette van Kooyk wil het immuunsysteem leren kankercellen aan te vallen door hun suikerjas-vermomming weg te knippen.

Voor het onderzoek plaatsten de onderzoekers druppels bloedplasma tussen twee platen die vervolgens, onder het oog van een hogesnelheidscamera, uiteen werden getrokken. Ook lieten ze het bloedplasma stromen door microscopisch dunne kunstmatig kanalen. Het bloedplasma kan zich elastisch vervormen en is viskeus. Daarbij kunnen draden ontstaan die kenmerkend zijn voor de zo genoemde niet-Newtonse vloeistoffen. Dat zijn vloeistoffen die afhankelijk van druk en snelheid meer of minder stroperig worden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld water dat een zeer voorspelbaar gedrag heeft.

Een hogesnelheidscamera zag hoe een druppel bloedplasma uiteen werd getrokken.

Dit boeiende gedrag van bloedplasma, zo beschrijven Christian Wagner en zijn collega’s in Physical Review Letters, heeft ook gevolgen. Het veroorzaakt in een model wervelingen in de aderen, bijvoorbeeld aan weerszijden van een in de kransslagaderen aangebrachte stent, en dat kan leiden tot afzettingen op de vaatwand die trombose tot gevolg kunnen hebben.