De James Webb-ruimtetelescoop heeft succesvol zijn meest kritieke manoeuvres tot nu toe uitgevoerd. Op 4 januari vouwde het gevaarte de laatste twee van in totaal vijf lagen uit van het belangrijke zonneschild. Deze blokkeert licht en hitte van de zon, zodat metingen van de telescoop daar niet door worden verstoord. Ook zit zijn secundaire spiegel inmiddels netjes op zijn plek.

Na een spannende lancering op eerste kerstdag is de James Webb-ruimtetelescoop begonnen aan zijn missie om de geboorte van het heelal op de gevoelige plaat vast te leggen.

James Webb schoot op 25 december om tien voor half twee ’s nachts Nederlandse tijd de ruimte in, boven op een Ariane-5-raket. Hij was toen opgevouwen tot een compacte kubus. Zo’n 27 minuten na de lancering scheidde de telescoop zich van de raket en schakelde hij zijn zonnepaneel in (niet te verwarren met het zonneschild). Dit voorziet zowel Webbs voortstuwings- en communicatiesystemen van energie, als zijn wetenschappelijke instrumenten.

Verrassingen uit het vriesvak
LEES OOK
Verrassingen uit het vriesvak

De volgende grote manoeuvres waren twee flinke koerscorrecties door stuwraketten. Webb reist nu richting een zwaartekrachtsstabiele locatie, genaamd L2, op ongeveer 1,5 miljoen kilometer van de aarde.

Lagen op spanning

De koerscorrecties kostten minder brandstof dan gedacht, dankzij de nauwkeurigheid waarmee de Ariane-5-raket de telescoop had afgeleverd. Dit betekent dat James Webb nu nog zoveel brandstof bij zich heeft dat hij ‘aanzienlijk langer’ mee zal gaan dan de verwachte tien jaar, zeggen NASA-ingenieurs.

In tegenstelling tot de Hubble-ruimtetelescoop, zijn voorganger, zal James Webb zich op een te grote afstand van de aarde bevinden om te onderhouden. Reservebrandstof is dus mooi meegenomen.

Op 3 januari begon James Webb aan zijn meest kritieke manoeuvre tot nu toe: het uitvouwen en op spanning brengen van zijn zonneschild. Dit schild beschermt de gevoelige instrumenten van de telescoop tegen de krachtige straling van de zon.

Het schild bestaat uit vijf lagen van een lichtgewicht thermisch materiaal genaamd Kapton en is zo breed als een tennisbaan. Het uitvouwen daarvan is een proces dat uit meerdere stappen bestaat en waarbij meer dan 140 mechanische ontgrendelingen betrokken zijn. Als deze niet correct waren uitgevoerd, dan was de hele missie in gevaar gekomen.

Gelukkig ging alles van een leien dakje. Op 4 januari, om 17.59 uur Nederlandse tijd, kwamen de laatste twee van vijf lagen op spanning.

James Webb-telescoop
De James Webb-telescoop. Beeld: NASA/Desiree Stover, CC BY 2.0.

Spiegels uitvouwen

Webbs ingenieurs hadden het er deze week maar druk mee. Naast het uitvoeren van geplande manoeuvres moesten zij aanpassingen doen vanwege veranderende omstandigheden aan boord van James Webb. Zo moesten ze de energievoorziening finetunen en reageren op hoger dan verwachte temperaturen in de motoren van het zonnescherm, als gevolg van invallend zonlicht.

‘We hebben een week de tijd gehad om te zien hoe de telescoop zich in de ruimte gedraagt. Het is niet ongewoon om bepaalde kenmerken van je ruimtevaartuig pas te leren kennen als je eenmaal onderweg bent’, zegt Mike Menzel van het Goddard Space Flight Center van NASA.

Na het zonneschild, was het de beurt aan de secundaire spiegel. Ook deze moest worden uitgeklapt: een manoeuvre die inmiddels succesvol is voltooid. Later deze week wordt de 6,5 meter brede hoofdspiegel uitgeklapt, die de telescoop zijn kenmerkende honingraatvorm geeft.

Nadat de spiegels helemaal op hun plek zitten, komt James Webb eind januari aan bij L2 – als alles volgens plan verloopt. De telescoop zal vervolgens nog zo’n vijf maanden bezig zijn met het finetunen van zijn instrumenten en systemen voordat hij klaar is om de babyjaren van het universum in beeld te brengen.