Wespen lezen elkaars dominantie af aan vlekken in het gezicht. Hoe grilliger die vlekken zijn, hoe sterker de wesp.

Sommige wespen hebben zwarte vlekjes op hun gezicht, andere niet. Ecoloog Elisabeth Tibbetts van de universiteit van Michigan ontdekte dat die vlekjes een rol spelen in de communicatie tussen wespen. Het gaat daarbij niet om de intensiteit of grootte van de vlekken, maar om de vorm ervan. Hoe grilliger de vlekken zijn, hoe sterker het dier is. Tibbetts presenteerde die bevinding afgelopen vrijdag tijdens de Nederlandse Entomologendag in Ede.

Wespenvlekken2
Hoe grilliger de vlek(ken) in het gezicht, hoe dominanter de wesp. In bijgaande compositie is de wesp op de linkerafbeelding het minst dominant, en de wesp in de middelste afbeelding het meest dominant. Bron: Elisabeth Tibbetts.

Tibbetts en haar collega’s kwamen tot hun conclusie na een aantal gedragsexperimenten met veldwespen (Polistes exclamans). De nakomelingen van wespen die genoeg te eten kregen, hadden meer grillig gevormde vlekken in hun gezicht dan de nakomelingen van wespen die ondervoed waren. Bovendien bleek dat wespen eerder rivalen aanvielen bij wie grillige vlekken afwezig waren. Wanneer de onderzoekers twee dode wespen (van gelijke grootte) een gemanipuleerde gezichtstekening gaven, bleek dat andere wespen vaker voedsel stalen van de dode wesp bij wie de onderzoekers de minste, en minst grillige, vlekken in het gezicht hadden getekend.

Ons bizarre brein: dossier
LEES OOK

Ons bizarre brein: dossier

In dit dossier storten we ons op tien kwesties die licht schijnen op de werking van ons meest mysterieuze orgaan: het brein.

De vlekken in wespengezichten zijn daarmee een voorbeeld van zogeheten conventionele signalen. Dat zijn signalen aan de hand waarvan dieren de kracht van een soortgenoot kunnen aflezen, ondanks het feit dat het signaal op zichzelf de evolutionaire fitness van het dier niet verhoogt of bewijst.

Gedragsecologen vragen zich al langere tijd af waarom dieren niet vals spelen met dergelijke conventionele signalen. Een zwakke wesp zou bijvoorbeeld sterkere wespen kunnen afschrikken met grillige vlekken in het gezicht. Tibbetts en haar collega’s ontdekten echter dat wespen zich niet eenvoudig laten misleiden. Dat bleek uit een experiment waarbij veldwespen werden geconfronteerd met soortgenoten bij wie de onderzoekers vlekken op het gezicht hadden getekend. Grote wespen met veel grillige vlekken in het gezicht werden alleen aangevallen door grote rivalen, en niet door kleinere rivalen. Bij kleine wespen met veel grillige vlekken in het gezicht, bestond dat onderscheid niet. Die wespen werden aangevallen door zowel grote als kleine rivalen.

In eerdere studies concludeerde Tibbetts al dat bepaalde wespensoorten gezichten van soortgenoten kunnen onderscheiden. Dat geldt met name voor sociale wespensoorten waarin meerdere koninginnen een nieuwe kolonie stichten.