Een planetoïde die op ramkoers ligt met de aarde. Een held die de ruimterots moet opblazen. Dit filmscenario is nog minder realistisch dan je misschien zou denken. Uit simulaties van Amerikaanse onderzoekers blijkt namelijk dat planetoïden behoorlijk stevig zijn.

In het zonnestelsel bevinden zich (volgens de huidige schattingen) ongeveer een miljoen planetoïden. Deze rotsachtige brokstukken bewegen in een baan om de zon. De meeste zitten in de zogeheten planetoïdengordel tussen Mars en Jupiter. Ze variëren in grootte: van enkele meters tot bijna duizend kilometer breed.

'Leiders praten niet over eenzaamheid'
LEES OOK

'Leiders praten niet over eenzaamheid'

Leiders voelen zich vaak eenzaam, ontdekte psychologieonderzoeker Hodar Lam. 'In een angstcultuur is de kans klein dat leiders over gevoelens praten.'

Aardscheerders

Soms scheert er een planetoïde langs de aarde. De kleinste ruimterotsen verbranden of exploderen grotendeels in de atmosfeer. Grotere exemplaren kunnen grote gevolgen hebben. Het massaal uitsterven van diersoorten, waaronder de dinosauriërs, 65 miljoen jaar geleden, kwam mogelijk door een neergestorte planetoïde.

Gelukkig komen zulke grote en dodelijke inslagen zelden voor op aarde. Maar weinig grotere aardscheerders komen voorbij de baan van de maan. Toch zou het een keertje mis kunnen gaan. We kunnen er dus maar beter op voorbereid zijn.

Daarom wordt er serieus onderzoek gedaan naar manieren om gevaarlijke planetoïden onschadelijk te maken. Kunnen we een dreigende botsing het beste voorkomen door de planetoïde een zetje te geven waardoor de baan afbuigt? Of is het beter om de rots op te blazen tot kleine stukjes? Om dit uit te zoeken, ontwikkelen wetenschappers computermodellen.

Simulatie van planetoïde vlak na de een botsing met een kleiner object. Het toont hoe zwaartekracht de brokstukken samenhoudt. Bron: Charles El Mir/Johns Hopkins University

Botsende ruimterotsen

Bijna twintig jaar geleden maakten onderzoekers al een computermodel dat botsingen tussen twee planetoïden stimuleert. Het model hield rekening met de massa, temperatuur en broosheid van de ruimterotsen. Hiermee werd bijvoorbeeld een planetoïde gesimuleerd met een doorsnee van een kilometer, die met vijf kilometer per seconde op een planetoïde met een doorsnee van 25 kilometer knalt. Dit is een realistische snelheid in het zonnestelsel. Uit het model bleek dat de botsing de grote planetoïde volledig zou verwoesten. Dat gaf hoop. Een relatief klein object zou dus een veel grotere kunnen vernietigen.

Maar de laatste jaren werd duidelijk dat deze (en andere) modellen te weinig rekening houden met effecten op de kleine schaal, zoals de manier waarom kleine breuken zich verspreiden door de planetoïde en de zwaartekrachtseffecten van de brokstukken. Gewapend met een verbeterd model, simuleerden Amerikaanse onderzoekers nu opnieuw verschillende botsingen. ‘We dachten eerst dat grote planetoïden gemakkelijker zouden breken dan kleine, omdat bij grote objecten de kans groter is dat er zwakke plekken inzitten’, zegt Charles El Mir, promovendus van de Johns Hopkins University in de Verenigde Staten.

Uit de simulaties bleek dat de planetoïde niet volledig verkruimelde na de botsing. De brokstukken werden door de zwaartekracht beter bij elkaar gehouden dan gedacht. Het overblijfsel is daardoor stevig. El Mir: ‘Er is meer energie nodig om ze volledig te verbrijzelen dan we dachten.’

Bruce Willis zal dus meer nodig hebben dan een kernbom.