Het eerste maaltje dat een hagedis eet, bepaalt voor een groot deel zijn lot. Franse biologen rapporteren dat de eerste maaltijd invloed heeft op het groeiproces van het dier, of hij wegtrekt uit zijn geboorteplaats en zelfs op zijn voortplantingskansen.

Hagedissen.  Bron: Current Biology, Massot et al.
Hagedissen.
Bron: Current Biology, Massot et al.

De biologen bestudeerden de levendbarende hagedis (Zootoca vivipara). Anders dan de meeste hagedissen legt de Zootoca geen eieren. Tijdens de broedperiode verblijven de jonge hagedissen in de moederhagedis. Een dun vliesje dat gemakkelijk breekt doet dienst als ‘eierschaal’. Pas wanneer de jongen volledig zijn ontwikkeld, vindt de geboorte plaats. De ouders laten hun kroost vervolgens dan aan hun lot over – de kleine hagedis zal zelf zijn eerste maaltje moeten vangen.

De Franse biologen verwachtten dat deze eerste uitdaging bepalend is voor het toekomstige lot van het hagedissenjong. Om dat te onderzoeken vingen de wetenschappers zwangere vrouwtjeshagedissen. Nadat de kroost ter wereld kwam, kreeg de helft van de jonge hagedissen direct een sappig insect aangeboden. De andere helft moest de natuur in om zijn eigen diner te zoeken.

‘Invasieve exoten bestrijden  doet meer kwaad dan goed’
LEES OOK

‘Invasieve exoten bestrijden doet meer kwaad dan goed’

Het is doorgaans geen goed idee om invasieve exoten te bestrijden, stelt Menno Schilthuizen. Daarmee vertraag je het natuurlijke proces.

De biologen plaatsten vervolgens alle dieren terug in het wild. Na twee jaar zochten ze de hagedissen op om te kijken hoe het met ze ging. De hagedissen die direct eten hadden gekregen, bleken minder verspreid te leven. Ze waren minder geneigd om door het gebied te trekken dan hun soortgenoten. Ook bleek dat de niet gevoerde dieren na twee jaar meer jongen kregen dan de hagedissen die direct na hun geboorte hadden gegeten.

‘Een klein detail in het leven kan het lot van individuen sterk beïnvloeden’, concludeert bioloog Manuel Massot in een persverklaring. Kleine veranderingen kunnen zodoende ook invloed hebben op de hele hagedissenpopulatie en daarmee op de evolutie van het dier, aldus Massot.