Beter studeren dankzij een pilletje? Sommige studenten proberen hun prestaties op te krikken met ADHD-medicatie zoals methylfenidaat, beter bekend onder de merknaam Ritalin. Maar het is twijfelachtig of dat werkt. Australisch onderzoek toont aan dat het gebruik van deze ‘slimme’ pillen je resultaten niet verbetert.

In Nederland zeg 4 procent van de studenten, zonder ADHD-diagnose, wel eens Ritalin of andere ADHD-medicatie te gebruiken om beter te kunnen studeren. Ook in de werkomgeving komt oneigenlijk gebruik, dus zonder recept, voor om de productiviteit te verbeteren.

Maar Australisch onderzoek laat zien dat het gebruik van deze ‘slimme’ pillen zonder recept niet zo’n slim idee is. De medicatie lijkt niet voor betere prestaties te zorgen. In sommige gevallen presteren mensen zonder ADHD-diagnose zelfs slechter met een pil op.

Serveer vleesvervangers niet af omdat ze ‘ultrabewerkt’ zijn
LEES OOK

Serveer vleesvervangers niet af omdat ze ‘ultrabewerkt’ zijn

Zorgen over in fabrieken gemaakt voedsel, en over vleesvervangers in het bijzonder, zijn misplaatst, zegt bioloog Jenny Chapman.

‘Slimme’ pillen

Het Australische onderzoek betrof het effect van drie verschillende soorten ADHD-medicatie: methylfenidaat (merknamen: Ritalin en Concerta) en dexamfetamine. En modafinil, dat wordt voorgeschreven bij mensen die lijden aan narcolepsie. Deze middelen werken allemaal net iets anders. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze inwerken op de boodschapperstoffen dopamine en noradrenaline, die invloed hebben op de activiteit van en tussen bepaalde hersengebieden.

Bij mensen met ADHD kunnen deze pillen ervoor zorgen dat ze rustiger worden en zich beter kunnen concentreren. Dat doen ze door de hoeveelheid dopamine te verhogen, wat zou helpen omdat het dopaminesysteem van mensen met ADHD minder goed lijkt te werken.

Studenten zonder die diagnose gebruiken de medicijnen als smart drugs. Ze zouden ervoor zorgen dat je je beter kunt concentreren, en langer door kunt gaan. Maar er is geen bewijs dat de medicijnen bij alledaagse taken zoals studeren, dit effect hebben voor mensen zonder ADHD.

Knapzaktest

Om dit te onderzoeken lieten onderzoekers veertig proefpersonen tussen de 18 en 35 jaar zonder ADHD-diagnose complexe, alledaagse taken uitvoeren, zoals navigeren, plannen en optimalisatieproblemen oplossen. Dat deden ze vier keer, waarbij ze telkens een van de drie ADHD-medicijnen of een placebo kregen.

Een van de taken die de proefpersonen voorgelegd kregen, was de knapzaktest. De opdracht was om een virtuele rugzak te vullen met voorwerpen met verschillende waarden en gewichten. Het doel is om een combinatie van voorwerpen te kiezen met een zo hoog mogelijke waarde, zonder dat de knapzak het maximale gewicht overschrijdt. De proefpersonen konden combinaties uitproberen voordat ze een definitief antwoord gaven.

Slordiger

Het bleek dat de proefpersonen die een van de drie ADHD-medicijnen geslikt hadden, er langer over deden om tot een antwoord te komen. Bovendien probeerden ze meer combinaties uit, zonder dat dat betere antwoorden opleverde.

De proefpersonen die de taak bovengemiddeld goed deden met een placebo, zakten met de medicijnen achter de kiezen naar de slechtst presterende groep.

‘Hun keuzes waren willekeuriger (onvoorspelbaarder) dan wanneer ze een placebo op hadden’, mailt Peter Bossaerts, hoogleraar neuro-economie aan de universiteit van Cambridge, die betrokken was bij het Australische onderzoek. ‘Met andere woorden: ze proberen het harder, maar nemen ook meer hun toevlucht tot trial and error.’

En dat is niet de beste strategie bij het knapzakprobleem. Bossaerts: ‘Zou jij een legpuzzel willen oplossen door willekeurig stukjes in de lucht te gooien tot ze op magische wijze op de juiste plaats op tafel belanden? Tot op zekere hoogte is dat wat onze deelnemers deden onder invloed van de medicatie.’

Psychiater Rachel Fargason van de Universiteit van Alabama in Birmingham, die niet betrokken was bij het onderzoek, zegt tegen newscientist.com dat het logisch is dat stimulerende middelen nuttig kunnen zijn voor mensen met ADHD, maar niet voor mensen die de aandoening niet hebben. ‘Je kunt te veel dopamine hebben – er is een optimale dosis’, zegt ze. ‘Deze studie laat dat prachtig zien.’

Slaapproblemen

‘Dit onderzoek bevestigt het beeld dat er geen eenduidig bewijs is dat dat oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie je beter laat presenteren’, zegt Michelle van der Horst, van het Trimbos-instituut, die onderdeel was van een grootschalig onderzoek naar oneigenlijk gebruik van ADHD-medicatie onder studenten, in opdracht van het Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Er loopt nu een vervolgstudie.

Het onderzoek versterkt de boodschap die het Nederlandse Trimbos-instituut, het kennisinstituut voor geestelijke gezondheidszorg, verslavingszorg en maatschappelijke zorg, al langer naar buiten brengt. Namelijk dat er geen bewijs is dat het werkt als je geen diagnose hebt en dat er risico’s en bijwerkingen zijn.

Van der Horst: ‘De bijwerkingen en risico’s die uit onze interviews over oneigenlijk gebruik naar voren kwamen, zijn bijvoorbeeld: verminderde eetlust, hartkloppingen, slaapproblemen en concentratieproblemen als het middel is uitgewerkt. En het kan leiden tot psychische afhankelijkheid, waarbij studenten denken dat ze zich niet meer kunnen concentreren zonder het middel.’

Vanuit het Trimbos-instituut lopen er, in samenwerking met het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM), nu trajecten om informatie over deze risico’s te veiligheid verspreiden. De trajecten richten zich niet alleen op studenten, maar ook op de professionals, ouders en bijvoorbeeld verenigingen in hun omgeving en bieden handvatten om op een gezonde manier te studeren.