Familieleden van mannen die weinig of geen sperma produceren, hebben mogelijk meer kans om bepaalde soorten kanker te krijgen dan de algemene bevolking. Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Familieleden van mannen met vruchtbaarheidsproblemen lopen mogelijk een groter risico om bepaalde types kanker te krijgen. Het gaat onder meer om kanker van de dikke darm, testikels en baarmoeder.

Het risico varieert wel aanzienlijk tussen families. Daarnaast is het verhoogde risico afhankelijk van de vraag of de man onvruchtbaar is, of alleen een verminderde vruchtbaarheid heeft. Dat publiceren onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Human Reproduction.

Een duik in het geheim achter vitaal ouder worden: ‘Je kunt veroudering afremmen’
LEES OOK

Een duik in het geheim achter vitaal ouder worden: ‘Je kunt veroudering afremmen’

Hoe kan het dat de ene mens kiplekker 90 jaar wordt, terwijl de andere struikelend van ziekte naar kwaal veel jonger overlijdt? Nemo-tentoonstelling L ...

Zaadcellen

Eerder onderzoek heeft mannelijke onvruchtbaarheid al in verband gebracht met meerdere gezondheidsproblemen, zoals hart- en vaatziekten. Ook vonden wetenschappers al eens een verband tussen mannelijke onvruchtbaarheid en een verhoogd kankerrisico voor familieleden.

Epidemioloog Joemy Ramsay van de Universiteit van Utah in Salt Lake City en haar collega’s vermoedden dat dit per familie kan verschillen. Om dit uit te zoeken, analyseerden ze het aantal zaadcellen van 360 mannen die minder dan 1,5 miljoen zaadcellen per milliliter sperma produceerden. Dat is een zeer laag aantal. In het onderzoek namen ze ook 426 mannen mee die helemaal geen zaadcellen produceerden.

Deze mannen werden vergeleken met meer dan 5600 andere mannen van vergelijkbare leeftijd, die ten minste één biologisch kind hadden. Vervolgens verzamelden de onderzoekers informatie uit gegevensbanken in Utah over eventuele kankerdiagnoses bij de eerste-, tweede- en derdegraadsfamilieleden van alle mannen.

Clustering

Het team ontdekte dat familieleden van mannen met een laag aantal zaadcellen meer kans hadden op darm- en testikelkanker, vergeleken met de algemene bevolking. Sommige familieleden van mannen zonder zaadcellen hadden meer kans op sarcomen (tumoren in de weke delen van het lichaam), lymfklierkanker en baarmoeder- en schildklierkanker. Bij beide groepen kwamen bot- en gewrichtskanker veel vaker voor dan bij de algemene bevolking.

De onderzoekers gebruikten speciale software om een verhoogd risico te detecteren op elke combinatie van kankers in 34 delen van het lichaam, in zowel de vruchtbare als onvruchtbare groepen van proefpersonen. Deze techniek leidde tot clustering, waardoor de onderzoekers trends binnen families konden ontdekken.

Van de familieleden van mannen zonder sperma had twee derde geen hoger risico op kanker dan de algemene bevolking. De anderen hadden echter significant verhoogde risico’s op verschillende soorten kanker. De specifieke soorten varieerden tussen de families. Bij sommige families was in het bijzonder een hoger risico op kanker bij kinderen, adolescenten en jonge volwassenen.

Verhoogd risico

Familieleden van mannen met een laag aantal zaadcellen hadden allemaal een verhoogd risico op ten minste één soort kanker in vergelijking met de algemene bevolking. De grootte van het risico en het type aandoening varieerde.

Waarom deze verhoogde risico’s optreden, is onduidelijk. Het kan te wijten zijn aan genetica, maar ook aan vergelijkbare omgevingsfactoren waar de verschillende familieleden aan zijn blootgesteld.

Vervolgonderzoek kan dit beter in kaart brengen. Hopelijk leidt dat in de toekomst tot tests die families met een verhoogd risico kunnen identificeren, aldus Ramsay.