Het herstellen van droogvallende mosselbanken in de Waddenzee en de zeearmen van Zeeland kan gunstig zijn voor de lokale biodiversiteit en omgeving. Marien bioloog Jildou Schotanus liet met haar promotieonderzoek zien dat je jonge mosseltjes hierbij kunt helpen door hekjes te plaatsen op zandplaten.

‘Mosselbanken hebben een hoge natuurwaarde. Ze zorgen voor een hoge biodiversiteit, zijn belangrijk voor wadvogels en kunnen mogelijk erosie tegengaan’, vertelt Jidou Schotanus, die aan de Rijksuniversiteit Groningen promoveerde op onderzoek naar het herstel van mosselbanken. Dat onderzoek deed ze aan de Hogeschool Zeeland in Vlissingen en bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) in Yerseke.

De schelpenbanken trekken dieren aan die tussen de schelpen leven, zoals krabbetjes. En ze vormen een bron van voedsel voor krabben, vogels en eventueel ook mensen. Daarnaast zijn het natuurlijke golfbrekers en houden ze zand en slib vast waardoor de erosie tegen kunnen gaan.

‘De mooiste dingen ontdek je door er niet specifiek naar te zoeken’
LEES OOK

‘De mooiste dingen ontdek je door er niet specifiek naar te zoeken’

Medisch bioloog Yvette van Kooyk wil het immuunsysteem leren kankercellen aan te vallen door hun suikerjas-vermomming weg te knippen.

Alle reden dus om droogvallende mosselbanken aan te leggen. Op het moment zijn deze mosselbanken namelijk volledig verdwenen uit de Oosterschelde, en vind je er enkel nog een paar in de Waddenzee. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

Jonge mosseltjes

‘We keken in ons onderzoek vooral naar het uitzetten van jonge mosselen’, vertelt Schotanus. ‘Uit eerdere experimenten was namelijk gebleken dat volwassen mosselen zich niet goed konden aanpassen aan de nieuwe omstandigheden, zoals het droogvallen bij eb.’

Schotanus en haar collega’s testten in de Oosterschelde verschillende technieken om de jonge mosselen een kickstart te geven, zodat ze uit konden groeien tot mosselbanken. Ze testten het plaatsen van mosselen achter golfbrekers, zodat ze minder snel weg zouden spoelen. Ze omringde ze met gaas om gulzige krabben weg te houden. En ze probeerden verschillende ondergronden, zoals kokosmatten en schelpen, waar de mosselen zich aan konden hechten.

‘Al deze methoden kostten te veel moeite om te realiseren, of ze hadden andere nadelen’, vertelt Schotanus. Het gaas hielp bijvoorbeeld de mosselen, maar het was in strijd met ons doel om de biodiversiteit te verhogen: we wilden juist dat dieren wel bij de mosselen kunnen komen. En het nadeel van bijvoorbeeld de kokosmatten was dat je de mosselen dan niet goed kunt oogsten, als je ze ook zou willen gebruiken voor menselijk consumptie.’

Hekjes

De beste methode om de mosselen een handje te helpen, bleek het plaatsen van simpele hekjes. ‘Die voorkomen dat de mosselen wegspoelen’, vertelt Schotanus. ‘En de jonge mosselen verzamelen zich door de stroming bij die hekjes. Daardoor kunnen ze zich aan elkaar hechten waardoor ze minder snel wegspoelen, en minder makkelijk opgegeten worden door krabben of vogels.’

Bovendien creëerden de hekjes een soort bandenpatroon van afwisselende gebieden met meer en minder mosselen. Dat patroon zie je ook bij natuurlijke mosselbanken. ‘We weten dat dat patroon positief is voor de groei en weerbaarheid van de mosselen’, vertelt Schotanus. ‘De mosselen kunnen zo namelijk effectief voedsel vergaren en elkaar beschermen tegen stormen en getijdewisselingen.’

De onderzoekers bekeken ook het effect van de hekjes op twee vogelsoorten: de scholekster, die mosselen eet, en de wulp, die vooral beestjes eet die tussen de mosselen leven, zoals krabbetjes. In het begin leken de vogels de plekken met hekjes te vermijden, maar na een tijdje was dat niet meer zo. Ze raakten eraan gewend en leken zich niet meer te storen aan de hekjes.

Jildou Schotanus bij het experiment met mosseltjes in de Oosterschelde
Jildou Schotanus bij het experiment in de Oosterschelde. Beeld: Edwin Paree

Samen sterk

Op dit moment zijn er geen concrete plannen om droogvallende mosselbanken in Nederland actief te herstellen. Maar als die ambitie er komt, dan raadt Schotanus aan om een methode te gebruiken die de natuurlijke patroonvorming van mosselen stimuleert, bijvoorbeeld door hekjes te plaatsen. ‘En ik zou niet te klein beginnen. Je hebt behoorlijke wat mosselen nodig, zodat ze samen sterker staan.’

Zelf is Schotanus na haar promotie doorgegaan met mosselonderzoek. Ze werkt nu bij Wageningen University & Research, waar ze zich richt op de effecten van het kweken van mosselen op de natuur.