De eerste dinosaurussen hadden een verrassend gevarieerd dieet. Dat blijkt uit uitvoerig onderzoek naar de vorm van hun tanden.

De eerste dinosaurussen leefden ongeveer 230 miljoen jaar geleden, in het tijdperk Trias. Deze voorlopers van bekendere dinosaurussen als de Tyrannosaurus rex waren kleine, slanke tweevoeters, minder dan twee meter groot. Ze hadden een lange staart. Over hun dieet was tot nu toe weinig bekend.

Steakmes

De meeste vroege dino’s hadden scherpe, naar achteren gebogen tanden met scherpe randen die vaak ook nog gekarteld waren. ‘Ze hadden kleine zigzagjes, zoals een steakmes’, vertelt paleontoloog Mike Benton van de universiteit van Bristol. ‘Daarom wordt een dieet verondersteld van vlees, en insecten voor de kleinste dinosaurussen. Het probleem met deze aannames is dat het gissingen zijn. Redelijke gissingen, maar niet ondersteund door sterk bewijs.’

‘Het maken van leven is niets mystieks’
LEES OOK

‘Het maken van leven is niets mystieks’

De Groningse hoogleraar Sijbren Otto probeert met zijn groep moleculen in een kolfje tot leven te wekken. En dat lukt vrij aardig.

Bewijs denken Benton en zijn collega’s nu wel te hebben gevonden. In het tijdschrift Science beschrijven ze hoe ze de tanden van de eerste dinosaurussen uitgebreider onderzocht hebben, en hoe tot hun verrassing het dieet gevarieerder was dan gedacht. Benton: ‘We hadden verwacht dat het bijna allemaal voornamelijk vleeseters zouden zijn. Maar er blijkt bewijs voor een gemengd, omnivoor dieet bij veel soorten.’ De vroege dino’s konden waarschijnlijk vlees, insecten en zelfs planten eten.

3D-scans en krokodillentanden

Om het dieet van zestien verschillende vroege dino’s te begrijpen gebruikten de onderzoekers twee technieken. Ze testten de mechanische eigenschappen van de tanden, en ze vergeleken ze met het gebit van moderne reptielen zoals hagedissen en krokodillen. Daarvan is namelijk goed bekend wat ze eten.

Vroege dinosaurussen en hun dieet. Lesothosaurus is een alleseter, Buriolestes is een carnivoor en Thecodontosaurus is een herbivoor. Beeld: Gabriël Ugueto

De mechanische eigenschappen van dino- en reptielentanden bepaalden ze door de vorm en andere kenmerken van de tanden te meten. Daarvoor gebruikten ze nauwkeurige 3D-scans van de tanden, die ze in een computerprogramma konden onderwerpen aan gesimuleerde stress-tests. Zo viel te bepalen hoe de tanden krachten uitoefenden op voedsel, en hoe groot die krachten waren. Die informatie combineerden de onderzoekers met gegevens over het dieet en de tanden van hedendaagse reptielen, om te achterhalen voor welk type voedsel welke tanden het meest geschikt zijn. Voor deze analyse gebruikten ze ook machine learning, een vorm van kunstmatige intelligentie (AI).

‘Hieruit bleek dat alle vleeseters tanden hadden met een piekspanning aan de punt. De planteneters vertoonden veel lagere spanningswaarden over de hele tand’, vertelt Benton. Dat betekent dat vleeseters met hun tanden meer kracht op een kleiner oppervlak kunnen uitoefenen. Dat komt van pas als ze hard in hun prooi bijten om het dier te doden, of om het vlees van het dode karkas af te scheuren.

Gevarieerd dieet

Uit het onderzoek bleek dat de puntige, gebogen tanden met kleine kartels van dinosaurussen van de groep Theropoda lijken op die van moderne varanen. Waarschijnlijk aten die dus, net als varanen, voornamelijk vlees, in de vorm van kleine dieren en insecten. De tanden van de langnekkige Sauropodomorpha lijken meer op die van moderne alles- en planteneters, zoals leguanen.

De resultaten laten zien dat latere plantetende soorten van de groep ornithischia, zoals Edmontosaurussen, afstammen van alleseters. De voorouders van de langnekkige sauropode dinosauriërs, zoals de diplodocus, waren voornamelijk vleeseters.

Mogelijk was dit tamelijk gevarieerde dieet van de eerste dinosaurussen de sleutel achter hun succes. Dinosaurussen groeiden in het latere Jura en daaropvolgende Krijt uit tot de grote indrukwekkende dieren die je terug ziet in films en boeken (overigens niet altijd even correct afgebeeld).