Honden zijn niet de enige huisdieren die kunnen apporteren. Ook katten doen het soms, zoals sommige katteneigenaren zullen weten. Maar dat spelletje spelen ze wel alleen op hun eigen voorwaarden, blijkt uit Brits onderzoek.

Achter een stok of balletje aanrennen dat je baas gegooid heeft, het vervolgens braaf terugbrengen en dit riedeltje enthousiast een paar keer herhalen. Dat is toch enkel iets voor trouwe honden? Apporteren lijkt misschien niks voor eigenwijze, zelfstandige huisdieren zoals katten. Toch zijn er behoorlijk wat katten die het spelletje spelen.

Een enquête onder 924 eigenaren van 1154 apporterende katten laat zien dat de dieren, in tegenstelling tot honden, apporteren zonder dat het ze is aangeleerd. Katten initiëren het spel bovendien meestal zelf. Ook hebben ze vaak een duidelijke voorkeur voor het object en de persoon waarmee ze het spelen. Het onderzoek, dat verscheen in het wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports, laat zien dat bij het apporteerspel katten de baas zijn. Zij bepalen waar en wanneer het gespeeld wordt.

‘Ik voel me een ambassadeur van het Y-chromosoom’
LEES OOK

‘Ik voel me een ambassadeur van het Y-chromosoom’

Genetica-onderzoeker Sofie Claerhout onderzoekt hoe we het Y-chromosoom in forensisch onderzoek kunnen gebruiken om cold cases op te lossen.

Apporteren trainen

Drie Britse onderzoekers verspreidden hun enquête over apporteergedrag bij katten via sociale media, waaronder X, Facebook en Reddit. Zo verzamelden ze 924 bruikbare reacties uit verschillende delen van de wereld. Daaruit bleek dat het apporteren bijna nooit aangeleerd was. Volgens meer dan 94 procent van de eigenaren was hun kat spontaan, uit zichzelf gaan apporteren. Meestal op jonge leeftijd, als kitten van minder dan een jaar oud.

Enkele eigenaren dachten dat hun kat het apporteren van een ander huisdier geleerd had. Maar slechts 23 procent van de apporterende katten woonde met een andere apporterende kat of hond.

Een aantal mensen vulde bij de enquête zelfs in dat hun kat hen getraind had om het apporteerspel te spelen. Slechts een paar procent van de eigenaren had hun kat bewust getraind.

Vaak was het apporteren spontaan ontstaan als een eigenaar een object liet vallen of weggooide, waarna de kat erachteraan ging en het terugbracht.

Hoe het apporteren eruit zag, verschilde per kat. Sommige brachten het object helemaal terug, andere lieten het halverwege vallen, of na elke worp verder bij hun eigenaar vandaan. Meer dan de helft van de tijd waren de dieren na hooguit vijf keer uitgekeken op het spel. Meestal was het de kat die het spelletje begon en eindigde. Was het de eigenaar die begon met gooien, dan speelden de dieren minder vaak en minder lang.

Perfecte pompon

Katten bleken ook een duidelijke voorkeur te hebben voor degene met wie ze het spelletje spelen, de plek in het huis en het voorwerp. Slechts 40 procent van de katten bleek kattenspeeltjes te apporteren. De favorieten waren vaker willekeurige voorwerpen uit het huis, zoals verfrommelde papiertjes, (haar)elastiekjes of flessendoppen. Zo’n 8 procent van de katten kozen vreemdere objecten, zoals pakjes sigaretten, oordopjes of speelkaarten.

Soms maakte het formaat van het voorwerp ook uit. Zo vertelde een eigenaar van een kat die graag achter een pompon aanging in de enquête: ‘De grootte van de pompon is belangrijk. Ik kocht een grotere en ze wees hem af. Ik heb ook kleine items geprobeerd die ongeveer even groot waren als de pompon, maar die wijst ze ook af.’

Geobsedeerd

Dit onderzoek laat zien dat niet alleen honden plezier halen uit sociale spelletjes met hun eigenaar. Sommige katten apporteren ook. Mits zij de spelregels bepalen. Het gevoel van controle dat een kat daarbij heeft, kan goed zijn voor zijn of haar welzijn en de band met de eigenaar, schrijven de onderzoekers. Ga er dus vooral op in als je eigenwijze kat een elastiekje aan je voeten laat vallen.

Het kan ook uit de hand lopen. Een eigenaar liet in de enquête weten dat hun kat ‘geobsedeerd was door apporteren. Hij liet midden in de nacht speelgoed op mijn gezicht vallen. Ik wil dat niet aanmoedigen, omdat ik mijn slaap waardeer!’