Op 1 juli gaat de officiële klok een seconde vooruit. Dat moet ervoor zorgen dat de zon netjes op het middaguur op de hoogste stand staat.

atomaire klok NISTNa drieënhalf jaar is het weer tijd voor een aanpassing van de klok. Sinds 1971 hangt de duur van de seconde niet meer af van de draaiing van de aarde (1/86.400 deel van de dag). In plaats daarvan is de seconde afhankelijk van de tijd die driehonderd atoomklokken weergeven. De vorige schrikkelseconde werd met Oud en Nieuw in 2009 toegevoegd. Nu komt er op 1 juli weer een seconde bij. Op 30 juni, als in de Lage Landen het al middernacht is geweest, zal op de meridiaan langs Greenwich de klok eerst van 23.59.59 naar 23.59.60 springen, en de seconde daarop pas naar 24.00.00.

Onvoorspelbare draaisnelheid

De noodzaak voor de schrikkelseconde komt niet door de atoomklokken. Die zijn namelijk uiterst stabiel en betrouwbaar genoeg. Het is de onvoorspelbare draaisnelheid van de aarde die een bijstelling noodzaakt. Allerlei geofysische processen hebben invloed op de rotatiesnelheid van de aarde, van stromingen in de oceanen tot en met bijvoorbeeld de veranderingen die aardbevingen en tsunami’s teweegbrengen. Van nature neemt die draaisnelheid al met twee milliseconden per eeuw af door de getijdenwerking en de aantrekkingskracht van de zon. Andere processen leggen blijkbaar nog veel meer gewicht in de schaal.

Hoe verlies je jezelf?
LEES OOK
Hoe verlies je jezelf?

Het besluit tot een schrikkelseconde komt van het International Earth Rotation and Reference System Service (IERS), dat weer in het leven is geroepen door de International Astronomical Union en de International Union of Geodesy and Geophysics. Al op 5 januari verstuurde de IERS de richtlijn voor de komende schrikkelseconde naar alle autoriteiten verantwoordelijk voor het meten en verspreiden van tijd, zodat ze een half jaar de invoering ervan konden voorbereiden.

De noodzaak voor schrikkelseconden vormt al enkele jaren een punt van discussie, mede doordat het lastig is om de tijd aan te passen in allerlei computers, navigatieapparatuur en satellieten voor plaatsbepaling. Tot 2015 zal het huidige systeem in ieder geval gehandhaafd blijven.