Medici hebben het precieze besmettingsmechanisme van het lassavirus ontdekt. Het dodelijke virus heeft de hulp nodig van het zogeheten LAMP1-eiwit. Bij vogels is dat eiwit anders dan bij mensen. Daarom kan het virus de vogels niet besmetten.

De symptomen van het lassavirus lijken sterk op die van ebola. Bron: Wikimedia Commons

Het dodelijke lassavirus heeft een speciaal eiwit genaamd LAMP1 nodig om dierlijke cellen binnen te dringen. Die ontdekking geeft nieuwe inzichten in hoe het lassavirus mens en dier kan besmetten. Dat schrijven medici, waaronder onderzoekers van het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, deze week in het vakblad Science.

De miskende helden uit de wetenschapsgeschiedenis
LEES OOK
De miskende helden uit de wetenschapsgeschiedenis

Het lassavirus is een dodelijk virus. In West-Afrika verspreiden ratten het virus naar andere zoogdieren. Zo ook de mens, bij wie het lassavirus ebola-achtige symptomen veroorzaakt. Dertig jaar geleden ontdekten wetenschappers dat vogels de ziekte niet kunnen krijgen. Waarom vogels ongedeerd bleven, was tot nu toe nog een raadsel. Vogels hebben namelijk dezelfde aangrijpingspunten die het lassavirus gebruikt als andere dieren.

2-staps mechanisme

Het lassavirus maakt gebruik van het eiwit α-dystroglycan om cellen binnen te dringen. Dankzij geavanceerde genetische technieken konden de onderzoekers achterhalen wat er daarna met het lassavirus gebeurt. Nadat het virus de cel binnendringt, komt het in lysosomen terecht. Die celstructuren zijn zuur van binnen en breken alle ongewenste stoffen af die de cel binnenkomen.

Einde virus, zou je dan zeggen. Onderzoekers hebben nu aangetoond dat dat niet het geval is. Het virus heeft de mogelijkheid om uit de lysosomen te ontsnappen. Dat doet het met behulp van het LAMP1-eiwit. Dat is het tweede aangrijpingspunt van het lassavirus dat zich niet buiten, maar in cellen bevindt. En wel in de lysosomen. ‘Vanuit de virologie gezien is dit onze meest bijzondere ontdekking’, zegt Lucas Jae, een van de onderzoekers, in een persverklaring. ‘Niemand vermoedde dat het virus nog een tweede receptor binnenin de cel nodig zou hebben.’

Lassavrije muizen

Om hun ontdekking te testen, fokten de onderzoekers muizen bij wie het gen voor LAMP1 ‘uitstond’. De muizen konden het eiwit daardoor niet maken. Uit het experiment bleek dat het lassavirus de LAMP1-loze muisjes niet kon besmetten. Muizen die het eiwit nog wel hadden werden wel ziek wanneer de onderzoekers ze in aanraking brachten met het virus.

Dat is een bevestiging dat het LAMP1-eiwit voor het lassavirus cruciaal is voor een infectie in dierlijke cellen. De onderzoekers melden in hun publicatie dat hun ontdekking gaat leiden tot nieuwe manieren om het lassavirus te bestrijden.

Lees ook: