Goed nieuws: de Large Hadron Collider, de deeltjesversneller van deeltjesfysica-instituut Cern, staat weer aan. De eerste deeltjes vliegen sinds vandaag weer met reusachtige snelheden door de 27 kilometer lange versnellerbuis. 

De versnellerbuis van binnen bij de LHC.
De versnellerbuis van binnen bij de LHC.

Met de herstart is een definitief einde gekomen aan de problemen die kortsluiting in de versneller vorige week veroorzaakten. Afgelopen dinsdag (31 maart) werd al bekend dat dat defect verholpen was. Het stukje metaal dat de kortsluiting veroorzaakte werd onder een enorme stroom gezet, waardoor het wegsmolt en niets de huidige herstart meer in de weg stond. Vandaag werd de LHC daarom weer officieel aangezet en vlogen de eerste deeltjes weer door de versneller. De eerste deeltjesbotsingen en wetenschappelijke metingen volgen vermoedelijk pas volgende maand.

Hogere energie

De LHC draait vanaf nu op een hogere energie, zodat in de versneller mogelijk nieuwere – zwaardere – deeltjes kunnen opduiken bij botsingen. Einstein bewees met zijn beroemde formule E=mc^2 al dat energie (‘E)’ en massa (‘m’) in feite twee zijden zijn van dezelfde medaille. Vandaar dat bij een grotere botsingsenergie ook zwaardere deeltjes kunnen ontstaan.

Onverklaarbaar kattengat
LEES OOK
Onverklaarbaar kattengat

Donkere materie

Daarom kan de opgevoerde LHC de natuurkunde de komende tijd gaan maken of kraken. In de versneller kunnen onder andere tekenen opduiken van voorspelde supersymmetrische deeltjes, een compleet nieuwe deeltjeslaag waarvan fysici al jaren het bestaan vermoeden. Bovendien hopen veel onderzoekers dat de versneller tekenen zal gaan vinden van donkere materie, een van de meest mysterieuze bewoners van ons universum waarvan astronomen het bestaan alleen indirect hebben aangetoond. Tot op heden weet niemand wat donkere materie precies is.

‘We kunnen een nieuw deeltje ontdekken dat tegemoetkomt aan ons donkerematerieprobleem. Dat zou revolutionair zijn’, zei fysicus Jorgen D’Hondt, directeur van het CMS-experiment daar over in een eerder interview in New Scientist.

Lees verder: