Mensen kijken altijd in eerste instantie naar de ogen van een ander mens of dier. Dit geldt zelfs wanneer we monsters zien wiens ogen zich op een vreemde plaats bevinden.

Het maakt niet uit waar de ogen van een wezen zitten, met een eerste blik weten we de kijkers te vinden. Dat blijkt uit een onderzoek van psychologen Alan Kingstone en Tom Foulsham. Met hun onderzoek geven ze uitsluitsel in een lange tweestrijd tussen wetenschappers. Sommige psychologen dachten dat onze blik zich automatisch richt op de ogen. Anderen dachten juist dat het brein ons op het hele gezicht laat concentreren.

Hersentumoren wellicht beter te behandelen door middel van techniek die bloed-hersenbarrière opent
LEES OOK

Hersentumoren wellicht beter te behandelen door middel van techniek die bloed-hersenbarrière opent

Neuro-oncoloog Tom Snijders is gespecialiseerd in hersenkanker, waarbij de levensverwachting vaak gering is. Hij is betrokken ...

Kingstone worstelde met de vraag hoe hij dit onderscheid tussen gezicht en ogen kon toetsen. Het probleem waar hij mee zat, was dat bij mensen de ogen nou eenmaal in het midden van het gezicht zitten. Zijn 12-jarige zoon Julian Levy kwam met de oplossing: in het populaire fantasy-spel Dungeons and Dragons komen genoeg wezens voor wiens ogen zich op vreemde plaatsen op het lichaam bevinden.

Mensen en monsters

Kingstone en Foulsham lieten 22 proefpersonen verschillende plaatjes zien van Dungeons and Dragons-wezens. Op de plaatjes stonden mensen, mensachtigen (wezens met ogen in het midden van hun gezicht) en monsters. De ogen van de monsters zaten bijvoorbeeld op hun handen of staart. Het bleek dat de proefpersonen in alle gevallen hun aandacht richtten op de ogen, hoewel het in het geval van de monsters iets langer duurde voordat de ogen gevonden waren.

Volgens Kingstone Foulsham zoeken we ogen op omdat de hersenen erin gespecialiseerd zijn om snel sociale informatie te verzamelen. Door naar de ogen van je gezelschap te kijken, kun je blikken volgen. Dat biedt inzicht in iemands gedrag.

De onderzoekers publiceerden hun artikel op 31 oktober in Biology Letters. Zoonlief Julian staat als eerste auteur vermeld.

Ans Hekkenberg

Afbeelding: Biology Letters