Negen van de tien middeleeuwse manuscripten met ridderverhalen zijn in de loop der tijd verloren gegaan. Daardoor kennen we slechts twee derde van alle literaire werken uit die tijd.

We beschikken over 3648 kopieën van middeleeuwse manuscripten met verhalen over ridderschap en heldenmoed. Oorspronkelijk waren er ruim 40.000 kopieën van zulke verhalen in omloop. Dat volgt uit internationaal onderzoek, dat zich baseerde op een statistisch model uit de ecologie.

Het onderzoek werd geleid door wetenschappers van het Meertens Instituut in Amsterdam en de Universiteit van Antwerpen. De onderzoekers wilden achterhalen hoeveel middeleeuwse literaire werken er zijn geschreven binnen het genre ‘verhalende fictie’. Dit genre omvat onder andere de beroemde verhalen over koning Arthur en ridder Lancelot, en het Nederlandse werk Karel ende Elegast.

Hoeveel knopen bestaan er? Een nieuwe computertruc helpt deze kwestie ontrafelen
LEES OOK
Hoeveel knopen bestaan er? Een nieuwe computertruc helpt deze kwestie ontrafelen

Soortenrijkdom

De onderzoekers gebruikten het ‘ongeziene-soorten-model’ uit de ecologie. Dat is een statistische methode waarmee je de biologische soortenrijkdom in een bepaald gebied kunt inschatten. Wanneer je zo’n gebied verkent, zit het er dik in dat je niet alle verschillende plant- en diersoorten opmerkt. Dankzij het model kun je dan toch op basis van het aantal waargenomen soorten en het aantal waargenomen exemplaren van elke soort inschatten hoeveel extra soorten er aanwezig zijn.

‘Dergelijke modellen gebruiken patronen in het waargenomen bewijs om in te schatten wat we niet zien’, zegt onderzoeker Daniel Sawyer van de Universiteit van Oxford.

Eilandtrend

De onderzoekers brachten in kaart hoeveel kopieën van elk middeleeuws werk bewaard zijn gebleven – vergelijkbaar met het aantal waargenomen exemplaren van een plant- of diersoort. Hun model gaat ervan uit dat wanneer er van een bepaald werk geen enkel manuscript meer te vinden is, het hele werk verloren is gegaan – alsof er een biologische soort uit een gebied is verdwenen.

De onderzoekers verzamelden 3648 kopieën van 799 werken. Die waren geschreven in het Nederlands, Frans, IJslands, Iers, Engels en Duits. Het model wees uit dat deze kopieën onderdeel zijn van een verzameling manuscripten die oorspronkelijk 40.614 kopieën van 1170 werken omvatte.

Dat betekent dat 91 procent van alle manuscripten en 32 procent van alle werken verloren is gegaan. Van de Nederlandse, Engelse en Franse werken is zelfs meer dan de helft verdwenen. De Duitse, IJslandse en Ierse werken zijn een stuk beter bewaard gebleven: daarvan is slechts zo’n 20 procent verdwenen.

Fraeye historie ende al waer
Mach ic u tellen, hoort naer.
Het was op enen avontstonde
Dat karel slapen begonde
Tengelem op den rijn.
Dlant was alle gader sijn.

(Begin van Karel ende Elegast)

Bij die laatste twee talen komt dat voort uit een algemene trend die de onderzoekers ontdekten: op eilanden zijn de kopieën van manuscripten gelijkmatiger verdeeld over verschillende werken dan op het vasteland. Er zijn daardoor minder werken met maar heel weinig manuscripten, zodat een werk minder snel ‘uitsterft’ door bijvoorbeeld een bibliotheekbrand.

Heilige graal

‘Het is heel waardevol voor ons onderzoek dat we een stap verder gaan dan de casestudies die ons vakgebied domineren’, zegt onderzoeker Katarzyna Anna Kapitan van de Universiteit van Oxford. Daarmee bedoelt ze dat het belangrijk is om je niet alleen bezig te houden met de manuscripten die zijn overgeleverd, maar ook met de manuscripten die verloren zijn gegaan.

Boekwetenschapper Kathleen Kennedy  van de Universiteit van Bristol, niet bij het onderzoek betrokken, noemt de methode om de hoeveelheid ontbrekende literatuur te achterhalen een ‘heilige graal’. Dit vult volgens haar namelijk het gebrek aan kennis dat historici hebben over de context rond overgeleverde middeleeuwse werken. ‘Door statistische modellen uit de ecologie toe te passen, kun je dat probleem op een prettige manier omzeilen’, zegt ze. ‘De resultaten van de onderzoekers zijn bovendien over het algemeen in lijn met de heersende wetenschappelijke ideeën.’

Kennedy wijst er echter wel op dat het slechts een schatting blijft – ook al is die geworteld in statistische wetten. ‘Uiteindelijk kunnen we zowel traditionele als statistische schattingen van het aantal verloren gegane literaire werken of de bijbehorende manuscripten nooit bewijzen of ontkrachten’, zegt ze.