Fysiotherapie vormt de beste behandeling voor een tennisarm. De meeste patiënten herstellen zelfs zonder behandeling. Injecties met ontstekingsremmende middelen geven weliswaar verlichting, maar vertragen de genezing op langere termijn.

Onderzoekers aan de Vrije Universiteit Amsterdam onderzochten bij bijna tweehonderd patiënten met een tennisarm hoe de behandeling en genezing verliep. Het betrof een onderzoek voor de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO. Een tennisarm is een ontsteking van de onderarmspieren die aanhechten aan de buitenkant van de elleboog. De ontsteking veroorzaakt pijn bij knijpen en bovenhands tillen. Meer dan honderdduizend Nederlanders lijden hieraan.

Massages en ultrageluid

De onderzochte patiënten kwamen uit Amsterdam, Amstelveen, Alkmaar, Purmerend en Haarlem en hadden minimaal zes weken last van een tennisarm. Door loting verdeelden de onderzoekers de patiënten in drie groepen die verschillende behandelingen ondergingen. Eén groep werd behandeld door een fysiotherapeut met massages en ultrageluid om de doorbloeding te verbeteren van de pijnlijke weefsels. Deze patiënten volgden ook een uitgebreid oefenprogramma om spieren in de onderarm te versterken. Een andere groep patiënten moest het natuurlijk beloop afwachten, volgens de officiële richtlijn. Wel kregen de patiënten ergonomische adviezen en soms een pijnstiller. De laatste groep kreeg maximaal drie injecties met corticosteroïden.

‘Obesitasmedicatie is geen quick fix’
LEES OOK
‘Obesitasmedicatie is geen quick fix’

Van de patiënten die de huisarts direct doorverwijst naar de fysiotherapeut, geneest negen op de tien binnen een jaar. Patiënten waarbij de huisarts een afwachtend beleid hanteert, herstellen iets minder goed. Daarvan is na een jaar 83 procent vrij van klachten. Het toedienen van injecties met ontstekingsremmende middelen, corticosteroïden, leidt alleen in de eerste weken tot goede resultaten. Na zes weken behandeling is 92 procent hersteld, maar bij veel patiënten komt de aandoening snel terug. Na een jaar heeft zelfs drie op de tien patiënten dan nog steeds klachten.

De onderzoekers aan de VU keken ook naar de maatschappelijke kosten van het behandelbeleid van de huisarts. Een afwachtend beleid per patiënt is ruim zeshonderd gulden goedkoper dan gelijk doorverwijzen naar de fysiotherapeut. De schade voor de werkgever als gevolg van ziekteverzuim is in de berekening meegenomen. Overigens kwam werkverzuim door de tennisarm maar bij veertien procent van alle proefpersonen voor.

De resultaten onderschrijven het officiële advies van het Nederlandse Huisartsen Genootschap om het natuurlijk beloop af te wachten. Dat leidt tot lage kosten en goede resultaten. Ook meteen doorverwijzen naar de fysiotherapeut blijkt een acceptabele keus. De kosten zijn iets hoger, maar meer patiënten genezen.

Bron: NWO