In Argentinië is een nieuwe dinosaurussoort ontdekt. Meraxes gigas leefde 20 miljoen jaar vóór de T. rex, maar leek daar wel erg op. Beide soorten hadden een even groot lichaam, vergelijkbare tanden, en ietepieterige kleine armpjes.

Net als de Tyrannosaurus rex had de recent ontdekte dinosaurussoort Meraxes gigas een reusachtig lichaam en kleine voorpoten. Het lijkt erop dat beide soorten hun kleine armen onafhankelijk van elkaar hebben ontwikkeld.

De dinosaurus werd in 2012 opgegraven in het noorden van Patagonië, in Argentinië. Sindsdien hebben paleontologen het skelet zorgvuldig geprepareerd en onderzocht.

Namaak-aanraak
LEES OOK
Namaak-aanraak

Gelukkig is het fossiel ‘zeer compleet en voortreffelijk bewaard gebleven’, zegt Juan Ignacio Canale van het Ernesto Bachmann Paleontologisch Museum in Villa El Chocón, die deel uitmaakte van het team dat het fossiel vond. De paleontologen vergeleken de botten met andere dinosoorten en kwamen tot de conclusie dat het duidelijk om een nieuwe soort gaat, zegt hij.

Evolutionaire trend

M. gigas had, net als T. rex, scherpe tanden, een grote kop en staart en twee krachtige poten waar hij op liep. ‘Lange tijd dachten we dat het vooral tyrannosauriërs waren die een grote kop, lange poten en kleine armen hadden’, zegt paleontoloog James Napoli van het natuurhistorisch museum van New York, die niet bij het onderzoek betrokken was. Dit fossiel onthult dat ook een andere groep dinosauriërs, de carcharodontosauriërs waartoe M. gigas behoort, deze evolutionaire trend volgden.

Meraxes gigas
Een impressie van de dinosaurussoort Meraxes gigas. Beeld: Carlos Papolio.

De onderzoekers schatten dat M. gigas 11 meter lang was en ongeveer 4 ton woog. Hij had een schedel met kammen, bulten en kleine hoorns. Het exemplaar dat is opgegraven, is gestorven op een leeftijd van ongeveer 45 jaar. De typische levensduur van T. rex is slechts de helft daarvan.

M. gigas leefde tijdens het Laat-Krijt, ongeveer 95 miljoen jaar geleden. Dat is zo’n 20 miljoen jaar vóór de T. rex op het toneel verscheen. De dinosaurussen staan dan ook erg ver van elkaar af in de evolutionaire stamboom. Dit wijst erop dat kleine armpjes bij grote dinosaurussen ten minste twee keer onafhankelijk van elkaar zijn geëvolueerd.

Paren en opdrukken

Uit het fossiel maakten de onderzoekers op dat de armspieren van M. gigas goed ontwikkeld waren. Hij gebruikte zijn armen dus wel degelijk. ‘Die verhoudingsgewijs kleine armpjes hadden een functie’, zegt Canale. Hij vermoed dat de dieren hun armen gebruikten om een partner vast te houden tijdens het paren, of om overeind te krabbelen na een val.

De vondst van M. gigas wijst er maar weer eens op hoe weinig we weten over dinosaurussen, zegt Napoli. ‘Elke nieuwe, vreemde, onverwachte dinosaurus is echt belangrijk om ons eraan te herinneren hoeveel er nog ontdekt moet worden.’