Botten bevatten een ‘papje’ dat ze schokbestendig maakt. Dat rapporteren onderzoekers van de universiteit van Cambridge in het wetenschappelijke vakblad PNAS.

Het nieuwe model van het bot.  Bron: Universiteit van Cambridge.
Het nieuwe model van het bot.
Bron: Universiteit van Cambridge.

De papachtige stof is een mengsel van water en citraat, dat als bijproduct bij cel-metabolisme ontstaat. Wanneer het citraat met water mengt, verandert het in een dikke vloeistof. Dit mengsel kruipt tussen de minuscule kristallen waar botten uit bestaan. Dankzij het goedje kunnen de kristallen onderling bewegen. Dat maakt het bot flexibel, waardoor het een klap kan opvangen en niet bij het minste of geringste breekt.

‘We hebben aangetoond dat een groot deel –ongeveer de helft – van de botmineralen uit deze pap bestaat’, zegt onderzoeksleider Melinda Duer in een persverklaring.

Creëren we zelf de ruimtetijd? Een nieuw perspectief op het weefsel van de werkelijkheid
LEES OOK
Creëren we zelf de ruimtetijd? Een nieuw perspectief op het weefsel van de werkelijkheid

Oudere botten
Als het citraat uit de kristallen lekt, zullen de kristallen samenklonteren. Ze zijn dan niet meer flexibel en dus gevoeliger voor schade. Volgens de onderzoekers kan dit de oorzaak zijn van osteoporose (broze botten). Het citraat lekt weg van de kristallen wanneer botten meer beschadigd zijn – wat vaak het gevolg is van een hogere leeftijd. Dat verklaard waarom vooral veel oude mensen last hebben van osteoporose.

De onderzoekers gebruikten verschillende technieken om het bot te analyseren. Met MRI- en röntgenscanners kwamen zij het citraat op het spoor.

Lees ook: