Het DNA in de botten van een slachtoffer van de uitbarsting van de Vesuvius suggereert de reden dat hij niet vluchtte voor de ramp.

De hete vulkanische as die in 79 n. Chr. de Romeinse stad Pompeii bedekte, doodde veel van de inwoners van de stad, maar vernietigde hun DNA niet. Het eerste volledige genoom van een inwoner bevat genen die nog niet eerder zijn gezien in oud Romeins DNA.

De uitbarsting van de Vesuvius bedolf verschillende Romeinse steden en dorpen, waaronder Herculaneum ten westen van de Vesuvius en Pompeii ten zuidoosten ervan. De vulkanische as die Pompeii bedekte, was naar schatting ten minste 250 graden Celsius: heet genoeg om mensen onmiddellijk te doden.

'Xenotransplantaties gaan voor een revolutie in de geneeskunde zorgen'
LEES OOK
'Xenotransplantaties gaan voor een revolutie in de geneeskunde zorgen'

Tegen de verwachting in

‘De verwachting was dat onze pogingen tot het sequencen van DNA in Pompeii vergeefs zouden zijn door de hoge temperatuur’, zegt Gabriele Scorrano van de Universiteit van Kopenhagen, expert in de geogenetica, een combinatie van biologie en geologie. ‘In gecremeerde lichamen blijft volgens meerdere studies geen DNA bewaard.’

Scorrano en zijn collega’s besloten toch op zoek te gaan naar oud DNA. Ze richtten zich op de skeletresten van twee mensen die waren aangetroffen in een gebouw dat Casa del Fabbro heet, het ‘huis van de ambachtsman’. Toen ze stierven lag tweetal, een man van in de dertig en een vrouw van minstens vijftig jaar oud, op een lage bank in wat mogelijk een eetkamer was.

De onderzoekers slaagden erin genetisch materiaal uit beide skeletten te halen. Alleen de botten van de man leverden genoeg DNA op om een volledig genoom te bepalen. Scorrano en zijn collega’s vergeleken vervolgens het genoom van de man met dat van 1030 mensen die in de afgelopen 5000 jaar leefden en 471 mensen uit het hedendaagse West-Eurazië. Hieruit bleek dat het DNA van de man uit Pompeii vergelijkbaar was met dat van mensen die op het hoogtepunt van het Romeinse Rijk in Italië leefden.

Lessen uit het DNA

Maar er waren ook verschillen. Met name groepen genen op het Y-chromosoom en het mitochondriaal DNA waren anders dan het DNA van oude Romeinen in eerdere studies. Deze genen waren wel vergelijkbaar met het DNA van hedendaagse bewoners van het Italiaanse eiland Sardinië.

Alleen dankzij verbeteringen in de analysetechnieken kunnen we nu DNA terugwinnen uit de skeletten die in Pompeii bewaard zijn gebleven, zegt forensisch wetenschapper Pier Paolo Petrone van de Universiteit van Napels Federico II.

Er waren ook sporen van bacterieel DNA in het botmonster van de oude man te vinden. Deze komen overeen met eerdere aanwijzingen op grond van zijn skelet, dat hij tuberculose in zijn ruggenwervel had.

‘Deze ziekte veroorzaakt ernstige pijn, zoals spit en ischias’, zegt Scorrano. Dit zou kunnen verklaren waarom de man niet vluchtte toen de uitbarsting begon, zoals veel Pompeiiers deden. In plaats daarvan bleef hij in de stad, wat een dodelijke keuze bleek te zijn.