De overstromingen van afgelopen zomer in Nederland, België en Duitsland waren mogelijk extra hevig doordat steden het noodweer verergerden. Dat stellen onderzoekers op basis van een computermodel.

In de zomer van 2021 ging West-Europa gebukt onder hevige overstromingen. Met name in Wallonië en de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts waren de gevolgen catastrofaal. Met 238 doden was het een van de dodelijkste overstromingen in de geschiedenis van Europa.

Al gauw werden de overstromingen gelinkt aan het veranderende klimaat. Internationaal onderzoek wees in augustus uit dat de door de mens veroorzaakte klimaatverandering de kans op dit soort gebeurtenissen steeds groter maakt. Ook worden de gebeurtenissen steeds heviger.

'Versnipperde bosgebieden beschermen is zinvol'
LEES OOK
'Versnipperde bosgebieden beschermen is zinvol'

Klimaatverandering is echter niet de enige menselijke factor die een rol speelt. Ook de nabijgelegen grote steden hebben de overstromingen verergerd, stelt een Chinees-Amerikaans team van onderzoekers.

Tijd en ruimte

Met een computermodel bootsten de onderzoekers het noodweer na dat de overstromingen veroorzaakte. Vervolgens keken ze wat er gebeurt als je de temperatuur of de bebouwing in de omgeving verandert. Op die manier brachten ze in kaart hoe klimaatverandering en verstedelijking de regenval hebben beïnvloed.

De hogere temperaturen ten opzichte van het pre-industriële tijdperk bleken vooral invloed te hebben op de tijdsduur waarin de regen neerkwam. De aanwezigheid van steden als Keulen, Brussel en Rotterdam beïnvloedde daarentegen de ruimtelijke verdeling van de neerslag: er viel daardoor extra veel regen in de gebieden eromheen. 

Voor dat stedelijke effect op neerslag zijn drie belangrijke verklaringen. Hoge gebouwen die dicht op elkaar staan, veranderen de luchtstroming en daarmee ook de regenval. Daarnaast is de lucht in steden vervuilder dan in de omgeving. Ook dit heeft effect op bewolking en neerslag. Tot slot is het in steden een stuk warmer dan erbuiten; het verschil bedraagt soms wel zes graden. Zo’n stedelijk hitte-eiland kan zorgen voor stijgende lucht boven de stad, wat de neerslagvorming bevordert.

Uiteindelijk is het de combinatie van hoge temperaturen en grote steden die het noodweer zo hevig maakte, concluderen de onderzoekers. Wanneer je de twee factoren apart bekijkt, hebben de steden minstens zoveel invloed gehad als de klimaatverandering, stelt onderzoeker Long Yang van de Nanjing Universiteit in een persbericht.

Meer modellen

Klimaatwetenschapper Steven Caluwaerts van de Universiteit Gent en het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België vindt echter dat we voorzichtig moeten zijn met dat soort conclusies. ‘Steden kunnen zeker invloed hebben op de plaats en tijd waarop regen neerkomt’, zegt hij. ‘Maar er zijn ook veel andere factoren die dat beïnvloeden, zoals hoogteverschil in het landschap en de nabijheid van de zee.’

Caluwaerts denkt dat de onderzoekers de impact van steden op de overstromingen overschatten. ‘Dit waren niet een paar onweersbuien; de regen bleef twee dagen hangen’, zegt hij. ‘Bij zo’n grootschalig neerslagsysteem zal de invloed van steden eerder beperkt zijn.’

Ook twijfelt Caluwaerts aan de manier waarop de invloed van klimaatverandering in rekening wordt gebracht. ‘Ze hebben alleen gekeken wat er gebeurt als je de temperatuur met twee graden verlaagt’, zegt hij. ‘Maar een lagere temperatuur heeft weer effect op allerlei andere relevante zaken, zoals de luchtvochtigheid.’

In het algemeen vindt Caluwaerts het onderzoek interessant en waardevol, maar te beperkt om grote uitspraken over te doen. ‘De onderzoekers hebben slechts één gebeurtenis bekeken, met slechts één model’, zegt hij. ‘Als we klimaatonderzoek doen, gebruiken we altijd meerdere modellen.’

Klimaatbestendig

Onderzoeker Dev Niyogi van de Universiteit van Texas te Austin pleit in het persbericht voor stedelijke aanpassingen om de gebieden eromheen klimaatbestendiger te maken. Je kunt de hoogbouw in steden bijvoorbeeld zodanig inrichten dat ze regenwolken wegleiden van overstromingsgevoelige gebieden. ‘Op lokale schaal bekeken, zijn er manieren waarop je onmiddellijk klimaatbestendigheid kunt ontwikkelen. Je hoeft dan niet te wachten tot meer dan honderd landen een akkoord hebben ondertekend’, zegt Niyogi.

Caluwaerts vindt het nog wat te vroeg voor dat soort drastische maatregelen. ‘Ons beeld van de invloed van steden op neerslag is nog niet duidelijk genoeg om op basis daarvan het ontwerp aan te passen’, zegt hij.

Volgens Caluwaerts moeten we ons richten op andere soorten aanpassingen. ‘In België en Nederland hebben steden vooral invloed op de temperatuur. Dat leidt in de zomer tot hittestress en oversterfte. Daar kunnen we steden wel beter op inrichten’, zegt hij. ‘Ook moeten we steden voorbereiden op extremer weer, bijvoorbeeld door er met ontharding voor te zorgen dat meer water de bodem in kan trekken.’