Ecoloog Rob Kroes van de Universiteit van Amsterdam vindt dat de uitstervingsstatus van de Noordzeehouting heroverwogen moet worden. Uit zijn onderzoek blijkt namelijk dat deze vis weer rondzwemt in de Nederlandse wateren.

Over welke vissoort hebben we het?

‘De houting is een vis uit het geslacht Coregonus dat valt onder de zalm-achtigen. In Europa leven iets meer dan twintig verschillende soorten coregoniden. Wij deden onderzoek naar de Noordzeehouting, Coregonus oxyrinchus.’

Waarom denkt men dat de Noordzeehouting is uitgestorven?

‘In 2005 kwamen twee taxonomen, Jörg Freyhof en Christian Schoter, erachter dat de Noordzeehouting-exemplaren in het natuurhistorische museum in London er heel anders uitzagen dan de houtingen die tegenwoordig rondzwemmen in Noordwest-Europa. Zij kwamen daardoor tot de conclusie dat de Noordzeehouting was uitgestorven. Op basis van dat onderzoek heeft de organisatie die gaat over natuurbescherming, de IUCN (International Union for Conservation of Nature, red.), deze soort op de lijst van uitgestorven diersoorten gezet.’

Ons bizarre brein: dossier
LEES OOK

Ons bizarre brein: dossier

In dit dossier storten we ons op tien kwesties die licht schijnen op de werking van ons meest mysterieuze orgaan: het brein.

Hoe kwamen jullie op het idee om de uitstervingsstatus van de Noordzeehouting te controleren?

‘In 2017 kregen we van de stadsecoloog van Amsterdam, Geert Timmermans, een vis die was gevonden in het Noordzeekanaal. Hij zei tegen ons: ‘Volgens mij is dit een uitgestorven vis. Het lijkt op de Noordzeehouting’. Dat vonden wij wel interessant. Dus toen zijn we gaan kijken of we op basis van de uiterlijke kenmerken konden determineren welke vissoort het was, maar dat lukte niet goed.

Tegelijkertijd kwamen we erachter dat er in de vakliteratuur veel gediscussieerd wordt over de verschillende houtingsoorten die in Europa voorkomen. De soortaanduiding van de houting is eigenlijk helemaal niet zo duidelijk. Sommige mensen zijn van mening dat de Coregonus oxyrinchus, die als uitgestorven is bestempeld, een aparte soort is. Terwijl anderen denken dat het gewoon een andere versie is van een vissoort die nu rondzwemt. Ook halen wetenschappers vaak de namen door elkaar. Bijvoorbeeld de Engelse namen: North Sea houting, houting, whitefish, European whitefish of common whitefish. Maar ook de Latijnse namen: C. lavaretus, C. oxyrinchus of C. maraena. Dat zijn allemaal verschillende namen voor wat volgens mij dezelfde soort is.’

Hoe zijn jullie erachter gekomen dat het allemaal om dezelfde Noordzeehouting gaat?

‘Wij hebben DNA-onderzoek gedaan aan verschillende houtingsoorten. Daar kwam al snel uit dat er eigenlijk geen onderscheid te maken is tussen alles wat nu rondzwemt in bijvoorbeeld Nederland, Denemarken, Zweden en Engeland.

Vervolgens deden we diezelfde vergelijking met de zogenaamde uitgestorven vissoort in het natuurhistorisch museum in London. Dat had nog niemand eerder gedaan. Ook het DNA van die museumvissen verschilde vrijwel niet van de vissen die nu rondzwemmen.’

Gebeurt het vaker dat de uitstervingsstatus van een vis niet klopt?

‘Nee, niet dat ik weet. Het gebeurt wel vaker dat er verwarring is over de verschillen tussen vissoorten. Er is in het verleden bijvoorbeeld wel discussie geweest over forellen. De bruine forel, de beekforel of de zeeforel – dat is eigenlijk allemaal dezelfde soort.’

Waardoor ontstaat die verwarring?

‘Het vaststellen van de soort op basis van het uiterlijk is bij vissen best lastig, omdat het uiterlijk afhankelijk is van de leefomgeving: onder andere het voedselaanbod en het zuurstofgehalte. Neem bijvoorbeeld dat onderzoek van Freyhof en Schoter in 2005. Om te bepalen tot welke soort de museumvissen behoren, hebben ze de kieuwboogaanhangsels (die samen een soort zeef in de kieuw vormen, red.) geteld. Maar het aantal kieuwboogaanhangsels kan bij dezelfde vissoort heel anders zijn afhankelijk van de hoeveelheid zuurstof in de omgeving.’

Wordt de Noordzeehouting nu van de lijst met uitgestorven diersoorten gehaald?

‘Dat is nog de vraag. Ik ga ervan uit dat de IUCN onze publicatie ook heeft gezien. Maar er is een taxonomisch dingetje dat in ons onderzoek nog niet is gelukt. Voor de soortbeschrijving van organismen gebruiken taxonomen een zogenaamd type specimen: een soort referentie-exemplaar. In dit geval was dat een vis in het natuurhistorisch museum in London, die in 1754 door een Nederlander geprepareerd is. De bekende taxonoom Linnaeus heeft dit exemplaar gebruikt om de Noordzeehouting te beschrijven. Tegenwoordig ligt het als een gedroogde vissenhuid op een plankje in het museum.

Het is niet zo gemakkelijk om DNA uit dit soort museumvisjes te halen. Dat komt doordat DNA in de loop van de tijd sterk achteruit gaat. Uit die type-vis hebben we wel een beetje DNA kunnen halen, maar niet genoeg om het bewijs zo sterk te maken als we wilden. Als de IUCN echt definitief overtuigd moet worden, als ze dat niet al zijn, dan moeten we dat type specimen nog verder onderzoeken.’

Kunnen we stellen dat we ons niet meer zorgen hoeven te maken over de Noordzeehouting?

‘In dit specifieke geval is het zo dat die uitstervingsstatus niet klopt, maar de Noordzeehouting is wel een tijdje verdwenen geweest uit Nederland. Het lijkt erop dat de verbetering van de waterkwaliteit in de jaren tachtig ervoor heeft gezorgd dat sommige vispopulaties herstellen. Maar als je dat vergelijkt met de situatie voordat die soorten zijn verdwenen uit Nederland, dan is het nog steeds maar een fractie van wat ooit rondzwom. Er zijn heel veel vissoorten die op dit moment met uitsterven bedreigd worden. En ik vind dat we daar aandacht voor moeten hebben en dat we dat moeten voorkomen.’

Rob Kroes doet onderzoek naar de migratie van vissen aan de Universiteit van Amsterdam en werkt als visecoloog bij onderzoeksbureau ATKB. Zijn onderzoek naar de Noordzeehouting is gepubliceerd in BMC Ecology and Evolution.