Kunsthistorisch onderzoek bedrijf je beter met fysici, scheikundigen en computerwetenschappers dan enkel met kunsthistorici. Dat bewijzen de wetenschappers en kunstkenners die de afgelopen acht jaar samen de werken van Van Gogh en andere meesters onderzochten.

De kunstkenners en wetenschappers presenteerden hun resultaten onlangs op het symposium Van Gogh’s studio Practice in Context in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Het naastgelegen Van Gogh-museum stelt een selectie van hun werk ten toon in de nieuwe expositie Van Gogh aan het werk.

Onderzoekers uit uiteenlopende hoeken van de bètawetenschap kwamen op het symposium aan bod. Natuurkundigen hadden schilderijen onder de elektronenmicroscoop gelegd, chemici de samenstelling van verf onderzocht en computerwetenschappers de kleinste oneffenheden in de doeken digitaal vastgelegd. Met hun hulp konden museumcuratoren het verleden van kunstenaars beter in elkaar puzzelen en schilderijen veiligstellen voor toekomstige generaties. Dergelijke samenwerkingen hebben de afgelopen acht jaar geleid tot baanbrekende inzichten in materialen, schildertechnieken en zelfs het leven van de schilders.

Hoe is pesten op school te stoppen? ‘Pesters als groep aanspreken helpt niet’
LEES OOK

Hoe is pesten op school te stoppen? ‘Pesters als groep aanspreken helpt niet’

Op school wordt je fiets omgegooid, je boterhammen worden afgepakt, je gymkleren onder de kraan gehouden. Als dat herhaaldeli ...

Slaapkamer

De slaapkamer van Van Gogh, zoals het schilderij er vandaag de dag uitziet.
De slaapkamer van Van Gogh, zoals het schilderij er vandaag de dag uitziet. Bron: Wikimedia Commons

Scheikundigen hebben zich al onmisbaar gemaakt bij het achterhalen van verschoten

kleuren in schilderijen. De kleuren in ‘de Slaapkamer’, een beroemd werk van Van Gogh, waren bijzonder slecht bestand tegen licht. Op van Gogh’s schildersezel waren de wanden van de slaapkamer nog violet, weten kunsthistorici uit brieven van de schilder. Voor een hedendaagse toeschouwer zijn ze echter lichtblauw. ‘Dat komt mede door de onstabiele kleurstoffen die populair waren in het impressionisme’, zegt conservator Ella Hendriks van het Van Gogh museum.

Hendriks schakelde de hulp in van chemici die de samenstelling van de pigmenten in het schilderij achterhaalden. Samen met kleurwetenschapper Roy Berns van het Rochester Institute of Technology in de VS rekende ze vervolgens terug hoe de kleuren uitvielen als de pigmenten niet waren verschoten. Zo konden ze reconstrueren hoe Van Gogh het schilderij vermoedelijk bedoeld had. De onderzoekers hielden hun vorderingen bij op een blog.

Goedbedoeld

Licht is niet de enige oorzaak van verschoten kleuren. Restaurateurs met goede bedoelingen zijn soms even schuldig, blijkt uit onderzoek van chemicus Geert van der Snickt van de Universiteit van Antwerpen. Zijn werk verklaart waarom de van oorsprong gele bloemen in Van Gogh’s ‘Bloemen in een Blauwe Vaas’ nu bruin zijn. ‘Onder invloed van licht reageerde het gele cadmiumsulfide met zuurstof, waardoor de kleur veranderde. Toen hebben restaurateurs een laag vernis aangebracht om verdere verkleuring tegen te gaan. In het vernis zat echter lood. Cadmium en zwavelhoudende stoffen uit het gele pigment trokken in het vernis en reageerden tot loodsulfaat en cadmiumoxalaat, beide ondoorzichtige stoffen.’ Volgens Van der Snickt zorgden deze reacties uiteindelijk voor de bruine verkleuring.

Draden tellen

Voor meer geschiedenis achter een beroemd schilderij moet je soms letterlijk verder dan de verflaag kijken. Dat stelt Rick Johnson, hoogleraar computertechniek aan de Cornell University in de VS. Hij onderzocht het dradenpatroon in de doeken die meesters als Van Gogh gebruikten. ‘Kleine variaties in het dradenpatroon van een doek werken als een vingerafdruk. Computersoftware kan die vingerafdruk herkennen en achterhalen welke schilderijen uit dezelfde rol doek zijn geknipt.’ Met zijn software kon Johnson de authenticiteit van verschillende werken bevestigen. Experts twijfelden bijvoorbeeld jarenlang of onderstaand schilderij wel echt van Johannes Vermeer was. Johnson toonde aan dat het doek uit dezelfde rol als andere schilderijen van Vermeer kwam en nam zo die twijfel weg. ‘Sommigen vonden dat vreselijk’, zegt Johnson. ‘Ze vonden het schilderij veel te lelijk voor een Vermeer.’

De Zittende Klavecimbelspeelster van Vermeer. Een analyse van de dradenstructuur in het doek toonde aan dat dit inderdaad een echte Vermeer is. Bron: Wikimedia commons
De Zittende Klavecimbelspeelster van Vermeer. Een analyse van de dradenstructuur in het doek toonde aan dat dit inderdaad een echte Vermeer is.
Bron: Wikimedia commons

Voor meer wetenschappelijke inzichten in de werken van Van Gogh kun je nog tot 12 januari 2014 terecht op de tentoonstelling Van Gogh aan het werk.