Astronomen weten eindelijk wat de opvallende vorm van de planetaire nevel Fleming 1 heeft veroorzaakt. In het hart van de nevel bevindt zich een opvallende dubbelster.

Diep in de nevelen van Fleming 1 draaien twee witte dwergen met enorme snelheid om elkaar heen. Een internationaal team van astronomen trok die conclusie na observaties met de Very Large Telescope in Chili. Door de waarnemingen te combineren met computermodellen, achterhaalde het team wat er diep in het binnenste van de nevel verscholen gaat. Ze publiceren hun resultaten op 9 november in Science.

‘Ik heb aan 30 procent van de informatie genoeg om een besluit te nemen’
LEES OOK
‘Ik heb aan 30 procent van de informatie genoeg om een besluit te nemen’

Een planetaire nevel ontstaat wanneer een ster aan het einde van zijn leven gas uitstoot, dat vervolgens in een schil om de stervende ster blijft hangen. Meestal ontstaan daarbij ingewikkelde vormen. Fleming 1 valt juist op door zijn eenvoud. De wolk van gas is sensationeel symmetrisch. Wat die symmetrie veroorzaakte, was lange tijd een raadsel.

‘Astronomen stelden al eerder een dubbelster voor, maar men dacht dat het tweetal ver van elkaar af zou staan, met een omlooptijd van enkele tientallen jaren’, meldt onderzoeksleider Henri Boffin in een persverklaring. Zijn computersimulaties schetsen echter een heel ander plaatje: twee sterren in Fleming 1 draaien in slechts 1,2 dagen om elkaar heen.

Ooit stonden de sterren verder uit elkaar. Toen voor de grootste van het stel het einde van zijn leven naderde, begon hij enorm uit te zetten en kwam daardoor in het vaarwater van zijn buurster. Vervolgens vloeide gas van de gigantische ster naar zijn kleinere metgezel, waar het materiaal een schijf vormde. Doordat de sterren om elkaar draaien, raakte deze schijf uit balans en ging zich gedragen als een wiebelende tol. Gas dat aan de sterren ontsnapte, slingerde dankzij de tolbeweging in S-vormige stromen de ruimte in. De verwikkelde stromen vormden uiteindelijk de symmetrische Fleming 1-nevel.

Met hun vondst hebben de astronomen een zeldzaam fenomeen in kaart gebracht.



Ans Hekkenberg

Afbeeldingen: ESO/H. Boffin & L. Calcada