Volgens een Japanse astrobioloog moeten we in stof uit de ruimte op zoek gaan naar tekenen van leven buiten ons zonnestelsel. Zo kunnen we erachter komen of er leven is op planeten die zo ver weg liggen dat ze bezoeken onmogelijk is.

In de ruimte zweven stukjes vast materiaal rond, ook wel stof genoemd. Sommige astronomen zouden dit stof wellicht een belemmering noemen omdat het hun zicht kan vertroebelen, maar astrobioloog Tomonori Totani van de Universiteit van Tokyo ziet er vooral mogelijkheden in. Volgens hem kunnen deze stofdeeltjes namelijk tekenen van leven bevatten van planeten buiten ons zonnestelsel. Hij publiceerde de uitwerking van dit idee in het tijdschrift International Journal of Astrobiology.

Microbewijs

Door inslagen van planetoïden op planeten kunnen grote hoeveelheden stof de ruimte in schieten. Mocht er leven zijn op die planeet, is er een kans dat dit stof resten van microben, microfossielen of mineralen afkomstig van biologische processen bevat.

Er is meer onderzoek nodig naar het effect van ruimtevaart op het brein
LEES OOK

Er is meer onderzoek nodig naar het effect van ruimtevaart op het brein

Om veilig te ruimtereizen, moeten we in beeld krijgen hoe een leven zonder aardse zwaartekracht de hersenen beïnvloedt, stelt Elisa Raffaella Ferrè.

Deze manier van zoeken naar buitenaards leven is een alternatief voor de manieren die zich bijvoorbeeld richten op tekenen van intelligent leven, zoals indicaties van communicatie. Het is namelijk aannemelijk dat primitievere levensvormen vaker voorkomen. In stofdeeltjes kun je tastbaar bewijs vinden hiervoor. Bij het zoeken naar communicatiesignalen blijft het altijd onzeker of je daadwerkelijk bewijs van buitenaards leven hebt gevonden, of toch wat anders.

Honderdduizend deeltjes

Maar waar vinden we deze stofdeeltjes? Een optie is om op aarde naar ze te zoeken. De stofdeeltjes moeten van ver komen, wat de kans verkleint dat ze daadwerkelijk op aarde terechtkomen. Toch landen er volgens de berekeningen van Totani elk jaar, ruim geschat, zo’n honderdduizend stofdeeltjes van buiten ons zonnestelsel op aarde.

Stofdeeltjes kunnen de tocht door de aardatmosfeer overleven zonder ernstig verhit te raken. Hierdoor blijven ze onbeschadigd genoeg om ze te kunnen analyseren. Grotere stofdeeltjes uit de ruimte zijn al gefilterd uit het sneeuw en ijs van Antarctica en de afzettingsgesteenten in de diepzee en geïdentificeerd door te kijken naar de compositie van elementen in de stofdeeltjes.

Detectoren in de ruimte

We kunnen ook op zoek naar stofdeeltjes in de ruimte zelf. Totani suggereert dat we daar detectoren kunnen plaatsen die het stof verzamelen. Om daadwerkelijk stofdeeltjes op te kunnen vangen, zouden heel veel dure detectoren nodig zijn met bij elkaar opgeteld dezelfde oppervlakte als de aarde.

Volgens Totani moeten we focussen op stofdeeltjes van ongeveer een micrometer. Kleinere deeltjes zijn kleiner dan de minimale grootte van bacteriën, waardoor ze misschien te klein zijn om tekenen van leven te bevatten. Grotere deeltjes zullen minder snel bij ons aankomen omdat ze kunnen terugvallen op de planeet waar ze vandaan komen of terecht kunnen komen in banen rondom planeten of sterren ver weg.

Speld in een hooiberg

Totani geeft wel toe dat er nog veel onzekerheden zijn rondom deze methode. Dit zit hem vooral in het feit dat we niet zeker weten hoeveel deeltjes er vanuit planeten buiten ons zonnestelsel richting aarde komen. Bovendien zou het kunnen dat ergens in de reis naar de aarde de biologische bewijzen toch beschadigd raken. Desalniettemin gelooft hij in de potentie van deze methode en roept hij op tot meer onderzoek.  

Astronoom Floris van der Tak van SRON en de Rijksuniversiteit Groningen plaatst vraagtekens bij het idee van Totani. Volgens Van der Tak is de grote vraag of we de kleine stofdeeltjes kunnen herkennen als afkomstig van buiten ons zonnestelsel. Om te bepalen of de methode realistisch is, zou daarom eerst uitgezocht moeten worden hoe je de stofdeeltjes van buiten ons zonnestelsel onderscheidt van andere stofdeeltjes.

‘Ik ben bang dat het zoeken naar een speld in een hooiberg is. Toch is het zeker een leuk idee. En als we dan de deeltjes zouden kunnen herkennen, kan dit ons niet alleen informatie geven over leven buiten ons zonnestelsel, maar ook over de omstandigheden op die planeten’, aldus Van der Tak.