De kraamkamers van de wereldzeeën kwijnen weg. Koraalriffen die kortgeleden nog betoverend oogden, ­verbleken en versterven pal onder onze ogen. Naturalis­onderzoeker Elsa Girard hoopt dat leed te verzachten door lessen te leren van levend zand.

Haar vierkante afstudeerhoed lag alweer maanden stof te verzamelen, thuis in Montreal, toen Elsa Girard samen met haar ­vader ­duizenden kilometers zuidwaarts trok. In de Golf van Mexico doken de twee Franstalige Canadezen naar een wereld die ­toekomstige generaties mogelijk alleen in VR-simulaties kunnen bewonderen.

Met vinnen om beide voeten zag ­Girard vanachter haar duikbril zeeschildpadden zachtjes knabbelen aan algen, een blauwe zeester verpozing ­zoeken op een leeg stukje rots, tropische visjes wegschieten tussen schelpdieren – wellicht in de veronderstelling dat een nieuw soort barracuda met krullen ­naderde. En overal zag ze de kleurrijke koralen die met hun skelet van kalksteen de structuur van het koraalrif onderhouden.

Creëren we zelf de ruimtetijd? Een nieuw perspectief op het weefsel van de werkelijkheid
LEES OOK
Creëren we zelf de ruimtetijd? Een nieuw perspectief op het weefsel van de werkelijkheid

Waar Girard die dag totaal geen oog voor had, waren de wezentjes die nu, elf jaar later, zo’n grote glimlach op haar gezicht losmaken wanneer ze tijdens symposia of bij de koffietafel over hun charmes mag oreren. Als ze toen met haar hand een greep van de zeebodem had ­genomen, had ze alvast kennis kunnen maken. Maar destijds had ze nog geen benul dat een groot deel van het zand op de bodem van koraalriffen leeft.

Afbeelding 1
Elsa Girard. Foto: Bram Belloni.

Ten dode opgeschreven

‘Foraminifera. Zo heten ze’, vertelt Girard nu. ‘Er bestaan plekken waar het sediment op de oceaanbodem voor 60 tot 90 procent bestaat uit deze eencellige creaturen. Je vindt ze ook in de Noordzee en in zoetwaterstroompjes.’ Zelf krijgt Girard in haar lab in Naturalis vooral foraminifera aangeleverd vanuit de Spermondearchipel, een groep koraaleilandjes ten westen van het Indonesische eiland Sulawesi. Elke lading plaatst ze ­onder haar microscoop, waar ze de ­verschillende soorten probeert te onderscheiden. Sommige foraminifera zijn stervormig, met vier, vijf of zes asymmetrische uitsteeksels. Andere zijn plat en ­bedekt met kleine gaatjes, of rond en ­voorzien van inwendige kamertjes. Maar allemaal hebben ze dezelfde kleur: die van zand. ‘Dat komt doordat deze forams allang dood zijn’, zegt Girard. Ze pakt het doosje en kijkt op het etiket. 2005. ‘Al zeker zestien jaar, in dit geval.’

Forams leven niet alleen, maar in symbiose met fotosynthetische micro­algen. Net zoals koralen dus. Het zijn deze algjes die forams en koralen hun kleur en energie geven. Geen wonder dat Girard en andere marien biologen schrikken als er weer onderwatervideo’s opduiken van verbleekte koraalriffen. Dat duidt erop dat het koraal zijn energieleveranciers heeft afgestoten, vaak in reactie op vervuild of opgewarmd water. ‘Zonder groeiende koralen zijn riffen ten dode ­opgeschreven’, verzucht Girard. ‘Ze raken overwoekerd door algen en bedolven onder sediment, en de visstand keldert drastisch. Dat is dan weer funest voor de lokale bevolking, die sterk afhankelijk is van het rif voor voedsel en toerisme.’

Vierdimensionaal rif

Welke koraalriffen waar en wanneer precies uitdoven, laat zich vooralsnog onmogelijk voorspellen. Dat maakt het moeilijk om overheden te overtuigen beschermende maatregelen te nemen. Maar gelukkig zijn er forams. Zij leven korter en sneller dan koraal. Hun populaties passen zich rap aan veranderende omstandigheden in het water aan. ‘Als we zien dat in 2005 de ene soort foram verdween en de aantallen van twee andere soorten juist toenamen, en dat het koraal vijf jaar later volledig verbleekt was, dan kunnen we dit populatiepatroon aanmerken als vroege voorspeller van koraalsterfte. Zien we elders ditzelfde patroon, dan hebben we dus bewijsmateriaal waarmee we lokale overheden kunnen overtuigen dat het nu menens is.’ Zelfs forams die in de tijd van ­Columbus leefden, kunnen nog een rol spelen als kanaries in de koraalmijn. Binnenkort zal Naturalis voor het eerst sedimentkernen nemen in het hart van de beroemde Koraaldriehoek. ‘Daar zullen we waarschijnlijk foramschelpjes vinden van vijfhonderd tot duizend jaar oud’, vertelt Girard. ‘Daarom heet ons project ook 4D-reef. We bestuderen hoe koraalriffen door de tijd heen zijn veranderd.’

De oogst van het project is voor Girard ­dagelijks merkbaar in de oplopende ­laadtijd van haar Excelbestanden. Soms, starend naar cijfers over honderden ­v­erschillende soorten forams, voelt het geluid van golven die breken op de koraal­eilandjes van de Spermonde toch wel heel ver weg. ‘Maar ik ben heel blij hier te zijn, in Leiden bij ­Naturalis. Heus, ik weet dat we niet alle ­koraalriffen kunnen redden. Misschien zijn we sowieso al te laat. Maar ik wil geen deel uit­maken van de generatie die schouderophalend deze pronkstukken van de evolutie heeft laten uitsterven. Bovendien zijn ­forams zelf ook superinteressant! Er valt nog zoveel over ze te ontdekken. Wist je dat ­sommige 19 centimeter kunnen worden? Voor een eencellig wezen is dat echt ­extreem. Ik wil heel graag dat de ­wereld ze leert kennen, want ze kunnen ons echt helpen.’

En kunnen wij ook iets doen om de ­foraminifera te helpen? ‘Ah nee, zij hebben ons niet nodig. Ze hebben al 540 miljoen jaar genoeg aan zout water en zonlicht’, zegt ­Girard. Foraminifera hebben ijstijden, ­meteorietinslagen en periodes van vul­kanische terreur moeiteloos overleefd. Het evolutionaire experiment van nadenkende tweevoeters, daar komen ze ook nog wel overheen. Zij wel.

Dit artikel kwam tot stand in samen­werking met Naturalis Biodiversity Center.