Voor het eerst in de geschiedenis gaat NASA officieel onderzoek doen naar ufo’s. Zo’n onderzoek levert niets op, en maakt het stigma rond ufo’s alleen maar groter, betoogt New Scientist-redacteur Yannick Fritschy.

De Amerikaanse lucht- en ruimtevaartorganisatie NASA gaat officieel onderzoek doen naar ufo’s. Of eigenlijk naar unidentified aerial phenomena, zoals ze het zelf noemen, maar het komt op hetzelfde neer: verschijnselen in de lucht met onbekende oorsprong. Ik vraag me af wat ze bezielt.

Ufo’s zijn van oudsher voor sommige mensen een teken van buitenaards leven. Ook worden ze weleens gelinkt aan spionagepraktijken van gewone aardse mogendheden.

De lancering van een tijdmachine
LEES OOK
De lancering van een tijdmachine

De laatste tijd staan ufo’s volop in de belangstelling van de Amerikaanse politiek. In 2017 werd bekend dat het ministerie van Defensie een geheim onderzoeksprogramma naar ufo’s uitvoerde. Dat leidde onder andere in mei tot een historische hoorzitting in het Huis van Afgevaardigden.

Bijentelling

NASA heeft zich altijd afzijdig gehouden van ufo’s. Tot nu. Volgens de organisatie maakt de beperkte hoeveelheid waarnemingen het moeilijk om wetenschappelijke conclusies te trekken over de aard van ufo’s. Onderzoekers zullen daarom eerst bestaande gegevens inventariseren, waarna ze gaan kijken hoe er meer gegevens verzameld en bestudeerd kunnen worden.

Dat klinkt goed: NASA gaat een oude kwestie wetenschappelijk te lijf, met gegevens van de beste satellieten, op volledig onafhankelijke en transparante wijze. Maar welk vraagstuk hoopt men hiermee op te lossen? De indruk wordt gewekt dat ufo’s een of ander raadselachtig verschijnsel zijn waarvoor we een verklaring moeten vinden. ‘In de loop der decennia heeft NASA gehoor gegeven aan de oproep om enkele van de meest verbijsterende mysteriën die we kennen te lijf te gaan. Dit is niet anders’, stelt de organisatie in een persbericht.   

Maar ufo’s zijn helemaal geen ‘verbijsterend mysterie’ dat om opheldering schreeuwt. En ook niet een bepaald type object dat we nog niet kennen. Het is een verzamelnaam voor allerlei waarnemingen waarvoor in eerste instantie geen verklaring is. De ene keer is het eigenlijk een vreemdgevormde wolk, de andere keer een vallende ster, en dan weer een satelliet. Veel waarnemingen zijn nu eenmaal te kort of te wazig om hier uitsluitsel over te geven. En dus krijgen ze het etiket unidentified.

Door meer en betere beelden te maken, zal NASA een deel van die gebrekkige waarnemingen alsnog kunnen verklaren. Maar daar zullen hoogstwaarschijnlijk geen spannende ontdekkingen of nieuwe inzichten uit voortkomen.

Het is net als wanneer je meedoet aan de jaarlijkse Nationale Bijentelling. Als je een bepaalde bij niet goed hebt kunnen herkennen, zet je een turfje in het vakje ‘bij onbekend’. Al met al krijgt dat vakje die dag een hoop turfjes. Maar dat maakt de onbekende bij nog geen nieuwe soort waarnaar we een entomologisch onderzoek moeten starten.

Graancirkels

Een bijkomend doel van het onderzoek is dat ufo’s voortaan serieuzer worden genomen. Maar deze aankondiging maakt het stigma rond het onderwerp alleen maar groter. Als ufo’s door nota bene NASA een verbijsterend mysterie worden genoemd, dan denk je al gauw aan een buitenaardse oorsprong.

Tot overmaat van ramp moedigt de organisatie de link met aliens zelfs aan. In het persbericht verwijst NASA ook naar NASA-onderzoek rond buitenaards leven en bewoonbare planeten. Dat heeft hoegenaamd niets met ufo’s te maken. Ook stelt men op voorhand geen enkele mogelijke verklaring uit te sluiten, de alien-optie evenmin. Natuurlijk is dat de juiste wetenschappelijke instelling, maar je kunt op zijn minst aangeven dat sommige verklaringen hoogst onwaarschijnlijk zijn. Een uitspraak als ‘we sluiten het niet uit’ is koren op de molen van complotdenkers, voor wie dat standaard synoniem staat voor ‘het is zeer aannemelijk’.

Verder verschuilt NASA zich in het persbericht achter vage uitspraken als ‘ons begrip van het onbekende verbeteren’. Daarmee kun je elk onderzoek wel verantwoorden. Laten we die graancirkels nog eens goed onder de loep nemen. Daarover is ook een hoop onbekend. En van het monster van Loch Ness hebben we alleen maar vage foto’s: hoog tijd om eens flink in dat meer te gaan dreggen.

Hype

De enige goede reden die NASA noemt voor het onderzoek, is de veiligheid van het luchtruim vergroten. Want met de toenemende hoeveelheid vliegende objecten en neerstortende oude satellieten raakt die veiligheid behoorlijk in het gedrang. Maar spreek dan niet over ufo’s; hou het bij het Airspace Safety Project of zo. En schakel niet de beroemde astrofysicus David Spergel in als projectleider. Dat is zonde van zijn tijd, en wekt de indruk dat het onderzoek iets met sterrenkunde te maken heeft.

Door de koppeling met astronomie, buitenaards leven en mysterieuze verschijnselen maakt NASA van ufo’s veel meer dan ze zijn. Daarmee gaat de organisatie helaas, en wellicht gedwongen, mee met de huidige hype in de Amerikaanse politiek.

Al van oudsher zijn er hobbyisten die zich vol overgave met ufo’s bezighouden. Daar is het onderwerp prima op zijn plek. NASA kan zich veel beter richten op zwarte gaten, geomagnetische stormen en andere verschijnselen die wél mysterieus zijn en die wél om een wetenschappelijke verklaring schreeuwen.