Hoe komen wetenschappers tot dat ene inzicht dat het verloop van hun carrière bepaalt? Daarover vertellen ze in de rubriek Eureka, elk weekend in het AD, verzorgd door de redactie van New Scientist. Deze keer: Barbara Braams, cognitief neurowetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Ze onderzoekt hoe jongeren beslissingen nemen.

‘Toen ik zelf een jongere was, heb ik best wel wat risico’s genomen, maar ik ging nooit echt te ver. Ik heb paars haar gehad, of ik had een grote mond tegen een docent, maar uiteindelijk ben ik goed terechtgekomen.

Jongeren zijn een geweldige doelgroep om mee te werken. Ze leren zichzelf kennen en ontdekken hun talenten. Alle mogelijkheden liggen nog open, omdat ze heel veel keuzes kunnen maken.

'Met vragen over goed en fout moet je heel erg uitkijken'
LEES OOK
'Met vragen over goed en fout moet je heel erg uitkijken'

Ik wilde graag weten waarom jongeren op een andere manier beslissingen nemen in vergelijking met kinderen en volwassen. Daarom heb ik een groep van driehonderd jongeren tussen de 8 en 25 jaar twee jaar lang gevolgd. Dat leidde tot een groot moment van inzicht.

Met behulp van hersenscans hebben we hun hersenactiviteit gemeten als ze een beloning kregen. Er waren twee conflicterende hypotheses over de activiteit in het beloningscentrum. Die activiteit bij jongeren zou ofwel lager zijn, waardoor het nemen van risico’s een soort ‘compensatiegedrag’ was. Of de activiteit was hoger bij jongeren, en dat was dan juist de reden waarom ze risico’s nemen.

We waren meer dan zes maanden bezig om iedereen te testen. Dat herhaalden we twee jaar later weer. Het kostte meer dan een jaar om alle data te verwerken en het in een statisch model te fitten. Uiteindelijk rolde het resultaat uit de computer en het bleek dat het tweede model, met de verhoogde activiteit, het beste de data beschrijft. ‘We hebben het’, was mijn eerste gedachte.

In een latere studie liet ik zien dat de activiteit in het beloningscentrum ook samenhangt met hoeveel alcohol jongeren drinken. Dat levert nog een stukje bewijs voor de interpretatie dat verhoogde activiteit samenhangt met meer risico’s nemen.’