Hoe komen wetenschappers tot dat ene inzicht dat het verloop van hun carrière bepaalt? Daarover vertellen ze in de rubriek Eureka, elk weekend in het AD, verzorgd door de redactie van New Scientist. Deze keer: Ellen van der Werff, universitair hoofddocent omgevingspsychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen.

‘Omdat ik niet precies wist wat ik wilde, koos ik na de middelbare school voor een zo breed mogelijke studie: technische bedrijfskunde. Daar kreeg ik een vak over psychologie, en eigenlijk was ik meteen verkocht, en schreef me in. 

Bij psychologie kwam ik erachter dat er een vakgebied is dat zich bezighoudt met duurzaam gedrag en hoe je dat kan stimuleren. Bij omgevingspsychologie wordt de interactie tussen mens en omgeving bestudeerd. Dan gaat het om de invloed van de omgeving op de mens, zoals menzen zich beter voelen in een groene omgeving. Maar ik bekijk het van de andere kant: hoe kun je als mens een zo positief mogelijke invloed hebben op die omgeving. Denk aan energie besparen, minder vlees eten of niet meer vliegen. Ik was razend gefascineerd door dit soort zaken. 

Minder kunstmest, meer perspectief
LEES OOK

Minder kunstmest, meer perspectief

Hoogleraar pleit voor afbouwen kunstmest en krachtvoer Nederland heeft een stikstofoverschot dat de biodiversiteit schaadt en ...

Ellen van der Werff

Na mijn studie heb ik een promotietraject gevolgd, en tijdens dat onderzoek kreeg ik een groot inzicht. Met experimenten deden we onderzoek naar de identiteit van mensen. We zagen dat, als je mensen ervan bewust maakt dat ze zich al milieuvriendelijk gedragen, ze zich vervolgens meer en op andere manieren milieuvriendelijk gaan gedragen.

Ze gingen bijvoorbeeld al met de fiets naar het werk, en scheidden hun afval. Ze werden hierin positief bevestigd, en aten vervolgens ook minder vlees. Door de positieve feedback kwamen ze als het ware terecht in een zichzelf versterkende loop.

Dit inzicht is ook van belang voor de overheid en organisaties. Als je nu naar campagnes kijkt, dan worden mensen er vaak op gewezen dat er een probleem is, en dat hun gedrag verkeerd is. Je zou het juist andersom moeten doen, en mensen wijzen op wat ze wel goed doen.

Focus op het positieve en niet op de zaken die we allemaal verkeerd doen.’