‘Waarom is het onderzoek naar vaderschap lang niet zo uitgebreid als dat naar moederschap?’, vroeg Renske Keizer zich af. In haar sociologische, pedagogische en demografische onderzoek ziet ze steeds weer dat vaders net zo belangrijk zijn als moeders. Ze maakt zich daarom hard voor meer vaderschapsverlof in Nederland. Dat is haar gelukt – sinds 1 juli 2020 kunnen vaders vijf weken verlof opnemen. Voor haar wetenschappelijke bijdrage ontvangt Keizer op 24 september de J.J. Groen Prijs.

Waardoor kwam u bij het onderzoek naar vaderschap terecht?

‘Tijdens mijn afstuderen zag ik in de krant een vacature voor promotieonderzoek naar kinderloosheid. De bedoeling van dit onderzoek was om kinderloosheid vanuit verschillende perspectieven te bekijken. Dat leek me interessant omdat ik algemene sociale wetenschappen had gestudeerd, een studie die verschillende disciplines combineert, zoals sociologie, demografie en psychologie.

Toen ik in de literatuur over kinderloosheid dook, zag ik dat het merendeel van de studies over vrouwen ging. Het idee was dat het moederschap relatief belangrijker is voor een vrouw dan het vaderschap is voor een man. De gedachte was daarom dat kinderloosheid grotere gevolgen zou hebben voor vrouwen dan voor mannen. Maar ik vroeg me af of dat wel echt zo is. Daarom ging ik onderzoek doen naar mannen zonder kinderen. Ik zag dat kinderloosheid andere gevolgen heeft voor mannen, maar dat die niet minder substantieel zijn dan voor vrouwen. Als het niet hebben van kinderen een belangrijke factor is in het leven van mannen, wat doet het krijgen van kinderen dan met mannen? Dat wilde ik verder bekijken.’

Satellieten en ruimtepuin vervuilen de ruimte en verpesten ons zicht op de nachtelijke hemel
LEES OOK
Satellieten en ruimtepuin vervuilen de ruimte en verpesten ons zicht op de nachtelijke hemel

Hoe doet u onderzoek naar vaderschap?

‘Ik ben voornamelijk geschoold in de kwantitatieve sociologie. Daardoor ben ik gewend om met grote datasets van tienduizenden respondenten te werken. Die datasets bevatten onder meer antwoorden op vragen over hoe vaak ouders activiteiten ondernemen met hun kinderen. In de pedagogiek – een discipline waar ik me ook in ben gaan verdiepen – is het veel gebruikelijker om huisbezoeken bij families af te nemen en met name naar de kwaliteit van interacties te kijken. Kruisbestuiving van verschillende disciplines leek me belangrijk om een stap verder te zetten in het denken over vaderschap. Samen met mijn onderzoeksteam hebben we recentelijk een onderzoek in Rotterdam gestart onder honderd gezinnen waarbij we zowel aandacht hebben voor die bredere context en de mate waarin gedragingen voorkomen, als voor de kwaliteit van die gedragingen en interacties.’

Renske Keizer. Beeld: Suzanne Blanchard.

Zien jullie grote verschillen tussen vaders en moeders?

‘Nee, die zien we eigenlijk niet. In een meta-analyse die kijkt naar de samenhang tussen sensitiviteit van de ouder en het prosociale gedrag van het kind, zien we eigenlijk geen verschillen tussen vaders en moeders. Vaders zijn even belangrijk voor de ontwikkeling van het kind als hun partner.’

Hebben vaders en moeders niet alsnog verschillende rollen binnen het ouderschap?

‘Vaak wordt gedacht dat moeders – meer dan vaders – fungeren als een veilige haven. Terwijl vaders juist diegenen zijn waarmee het kind op ontdekkingsreis gaat. Voorlopig vinden we in ons onderzoek geen bewijs voor deze aannames.

Dat kan meerdere verklaringen hebben. Het is bijvoorbeeld meerdere jaren geleden dat die aannames werden geformuleerd. De rollen die ouders op zich nemen zijn met de jaren ook gelijkwaardiger geworden. Misschien zijn de verschillen verwaterd. Een alternatieve verklaring kan zijn dat onderzoek lange tijd de vader heeft gelijkgesteld aan de secundaire opvoeder en de moeder aan de primaire. Misschien heeft eerder onderzoek dus niet zozeer verschillen gevonden die gebaseerd zijn op sekseverschillen als wel verschillen op basis van taakverdeling. Onze bevindingen laten in ieder geval zien dat vaders voor de sociale, gedrags- en cognitieve ontwikkeling van hun kinderen net zo belangrijk zijn als moeders.’

Is daarom nu de hoeveelheid vaderschapsverlof uitgebreid?

‘Ik vind dat als ik iets belangrijks in mijn onderzoek heb gevonden, ik ervoor moet zorgen dat het terechtkomt bij de mensen die daar iets mee zouden kunnen doen. Ik heb met Lodewijk Asscher gesproken – toen hij nog minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid was – over het Nederlandse beleid van het vaderschap. Ook heb ik gepraat met leden van de Europese Commissie.

Het is ontzettend goed dat die vijf weken vaderschapsverlof er nu zijn, maar het punt is wel dat vaders in die tijd maar 70 procent van het salaris krijgen. Voor gezinnen die de eindjes net aan elkaar kunnen knopen is dit waarschijnlijk niet voldoende om thuis te kunnen blijven. Hierdoor ontstaat er hoogstwaarschijnlijk nog meer ongelijkheid in de mate waarin kinderen kunnen profiteren van een betrokken vader.’


Eén keer in de twee jaar ontvangen twee wetenschappers de senior- of juniorprijs van de Joannes Juda Groen Prijs. De Amsterdamse Joannes Juda Groen was in de twintigste eeuw een van de eerste wetenschappers die zich inzette voor het onderzoek naar de interactie tussen lichaam en geest. Renske Keizer, hoogleraar familiesociologie aan Erasmus Universiteit Rotterdam, krijgt dit jaar de juniorprijs voor haar interdisciplinaire onderzoek naar ouderschap. De uitreiking vindt plaats op 24 september 2020. De livestream begint om 13.30 uur.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door Stichting voor Interdisciplinair Gedragsonderzoek (SIGO).