Nu het aantal coronapatiënten op de intensive care blijft dalen, versoepelt de Nederlandse overheid een aantal maatregelen. Kappers mogen weer aan de slag, bibliotheken openen hun deuren en – voor veel ouders het belangrijkste – op 11 mei gaan de basisscholen weer open. Wat zegt de wetenschap over de impact van geopende scholen?

In het reguliere onderwijs kunnen kinderen vanaf maandag weer de helft van de dagen naar school. In het speciaal onderwijs starten scholen weer voltijds. Veel kinderen en ouders zullen het fijn vinden dat de scholen weer openen, maar het moet natuurlijk wel veilig zijn.

Gemurmel in de ruimte
LEES OOK
Gemurmel in de ruimte

Verschillende aanpakken

Op het eerste gezicht lijkt scholen sluiten een noodzakelijke veiligheidsmaatregel om kinderen te beschermen. Maar niet alle landen maakten dezelfde keuze. Zo golden in Australië en België striktere regels dan in Nederland, terwijl in sommige andere gebieden kinderen gewoon naar school bleven gaan. Taiwan sloot bijvoorbeeld überhaupt niet alle scholen. Alleen wat individuele klassen, en scholen op plekken waar het aantal coronavirusbesmettingen erg hoog lag.

Helaas is het moeilijk om duidelijke conclusies te trekken uit deze verschillende strategieën. Er zijn enorm veel andere factoren die ook een rol speelden bij de ontwikkeling van de besmettingsgraad. Taiwan heeft bijvoorbeeld heel effectief de besmettingen ingedamd. Dat deden ze door middel van maatregelen die veel weerstand zouden ondervinden in Nederland. Zo traceerden ze mensen via hun telefoon.

Zijn kinderen net zo besmettelijk?

Terwijl de uitbraak voortduurde, werd het steeds duidelijker dat dit virus een ongebruikelijke eigenschap heeft voor een luchtwegvirus: van alle leeftijdsgroepen worden kinderen het minst aangedaan. Het is onduidelijk waarom. Maar uit onderzoek naar bijna 45.000 met besmette mensen in China, bleek dat minder dan 1 procent van hen bestond uit kinderen onder de tien.

De grote vraag is of kinderen wel even vaak besmet worden als iedereen, maar gewoon milde symptomen hebben. Hoewel een onderzoek van Chinese wetenschappers erop wijst dat dit inderdaad het geval is, vinden veel andere onderzoeken juist het tegenovergestelde. Kinderen worden niet alleen minder ziek, ze krijgen het virus ook minder vaak en dragen het minder vaak over.

Een voorbeeldgeval is Vò, een stad in Italië waar in februari een inwoner stierf aan coronavirus. Als reactie daarop ging de hele stad op slot. Bijna negen op de tien inwoners onderging een coronavirustest. Bij mensen boven de twintig was de besmettingsgraad bijna 3 procent. Bij jongeren tussen de elf en twintig, was dat 1,2 procent. En bij kinderen jonger dan 11 testte er helemaal niemand positief.

Verder onderzoek naar 31 besmette gezinnen in China, Singapore, Zuid-Korea, Japan en Iran tussen december 2019 en maart 2020 bevestigt deze resultaten. Bij maar drie gezinnen kwamen de besmettingen doordat iemand onder de 18 deze meebracht naar huis. Dat is dus ongeveer een op de tien gevallen. Ter vergelijking: bij de H5N1-vogelgriep veroorzaakten kinderen ongeveer de helft van de besmettingen in gezinnen. ‘Het lijkt erop dat ze het coronavirus minder overdragen’, zegt kinderarts in opleiding Alasdair Munro van het Britse Nationaal Instituut voor Klinisch Gezondheidsonderzoek, die niet betrokken was bij het onderzoek.

Weinig virusoverdrachten

Een onderzoek uit New South Wales in Australië is bijzonder relevant. Veel scholen bleven hier open tot midden april. Een gedetailleerd vervolgonderzoek bracht alle coronavirusbesmettingen in kaart die plaatsvonden in de scholen tussen maart en midden april. Negen van deze besmettingen waren bij leerlingen en negen bij docenten. Hoewel 735 leerlingen en 128 medewerkers vermoedelijk nauw contact hebben gehad met deze 18 individuen, waren er maar 2 virusoverdrachten.

Een kanttekening is dat de aanwezigheid van de leerlingen op de scholen in april enorm daalde. De overheid vertelde ouders om kinderen indien mogelijk thuis te houden. Dit kan hebben meegeholpen om de mate van besmetting laag te houden.

Risico’s van scholen dicht houden

Het is duidelijk dat de kans om het coronavirus te krijgen op school niet nul is. Maar het lijkt wel veel lager te zijn dan veel van de eerste modellen voorspelden, toen onderzoekers zich nog baseerden op een typische griepverspreiding.

Scholen sluiten brengt ook risico’s met zich mee. Kinderen met speciale behoeften kunnen bijvoorbeeld veel last hebben van het verlies van onderwijs en de structuur die school ze biedt. Daarnaast lijdt het leertempo van veel leerlingen onder het sluiten van scholen. Er zullen kinderen zijn bij wie de mentale gezondheid geschaad wordt, en kinderen die minder bewegen, zegt volksgezondheidssocioloog Chris Bonell van de Londense school voor hygiëne en tropische ziekten. ‘De kans bestaat dat dit kinderen die minder goed af zijn harder raakt.’

Terwijl de pandemie voortzet, benadrukken veel politici dat ze ‘de wetenschap volgen’. Maar net als met veel andere onderwerpen, zijn beslissingen over scholen niet alleen wetenschappelijk. Ze zijn ook politiek.