Waarom werden sommige mensen ‘fout’ tijdens de Duitse bezetting? De inmiddels overleden historicus Paul van de Water deed onderzoek naar de Landwacht, een paramilitaire eenheid die voor de nazi’s verraadde, mishandelde en moordde.

‘Ik wil weten hoe en waarom zij zich hebben ‘ontwikkeld’ tot gewelddadige criminelen. Waren het sadisten die dankzij de bezetting hun neigingen konden botvieren? Of opportunisten die zich lieten leiden door eigen gewin?’

Het waren de vragen die historicus Paul van de Water zichzelf stelde voorafgaand aan zijn onderzoek naar de Nederlandse Landwacht, een nationaalsocialistische, paramilitaire eenheid die tijdens de Tweede Wereldoorlog in opdracht van de Duitse bezetter als een soort hulppolitie functioneerde.

'Leiders praten niet over eenzaamheid'
LEES OOK

'Leiders praten niet over eenzaamheid'

Leiders voelen zich vaak eenzaam, ontdekte psychologieonderzoeker Hodar Lam. 'In een angstcultuur is de kans klein dat leiders over gevoelens praten.'

In zijn gelijknamige boek beschrijft hij de rol en de betekenis van de van 1943 tot 1945 actieve organisatie, die bestond uit leden van de NSB.

Van verraad tot roof

Van de Water reconstrueerde aan de hand van dossiers en getuigenissen de wandaden van de landwachters – van verraad tot roof en van foltering tot moord. Twee weken voor zijn promotie, in augustus 2022, hoorde Van de Water dat hij een ongeneeslijke vorm van alvleesklierkanker had. Drie maanden later overleed hij. In de tussentijd voltooide hij in september als fellow bij het Niod Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies zijn proefschrift naar de mens achter 31 gewelddadige collaborateurs. Zijn conclusie: deze mensen zijn geen krankzinnige monsters, maar opportunisten die hoopten op een beter leven.

‘Het betreft allemaal mensen die voor de oorlog geen crimineel verleden hadden en tijdens de oorlog geen toonaangevende posities bij nationaalsocialistische organisaties hadden. Het waren mensen die niet bekend stonden als gewelddadig of crimineel en toch werden zij in de context van de bezetting crimineel’, zei Van de Water er eerder over. ‘Het ging niet alleen om laagopgeleide, kansarme figuren, maar ook om een notaris, een arts, een manager van Unilever, een student en een burgemeester.’

Zo was er de kastelein die zijn klanten bij de Duitsers aangaf. Of die Amsterdamse politieagent die promotie maakte en in Groningen werd gedetacheerd, waar hij zonder problemen meer dan tien mensen fusilleerde. Of een Amsterdamse Joodse vrouw die in ruil voor geld Joodse vrienden en bekenden aangaf, die vervolgens vermoord werden in Auschwitz of Sobibor.

Collaborateurs

‘Het onderzoek van Paul was niet alleen interessant, maar had ook grote wetenschappelijke waarde omdat hij dingen onderzocht op het grensvlak van twee vakgebieden’, zegt Jean Tillie, hoogleraar politicologie aan de UvA en copromotor van Van de Water. ‘In zijn proefschrift en ook in zijn boek De Landwacht komen geschiedenis en radicalisme samen. Hij onderzoekt dezelfde kwestie vanuit verschillende perspectieven. Dat is spannend, niet alledaags en leidt tot meer kennis.’

Naast zijn proefschrift wist Van de Water in vijf jaar vier populairwetenschappelijke boeken over collaborateurs in de Tweede Wereldoorlog af te ronden: In dienst van de nazi’sLangs de lijnFoute vrouwen en tot slot De Landwacht kort voor zijn overlijden.

‘Zeer bijzonder’, zo vat Tillie zijn begeleiding van Van de Water samen. ‘Hij was al met pensioen en had de ambitie te promoveren. Dat maakte hem heel gedreven. Zijn proefschrift telde zoveel woorden, dat speciaal toestemming moest worden gevraagd bij het College voor Promoties. Tot slot schreef hij in hetzelfde tijdsbestek nog vier populairwetenschappelijke boeken. Dat heb ik nog niet eerder meegemaakt en wat dat aangaat moest ik denken aan Simon Vestdijk, waarover werd gezegd dat hij sneller schreef dan God kon lezen.’

Interessant perspectief

In al zijn boeken had Van de Water zich ten doel gesteld dingen over de Tweede Wereldoorlog uit te zoeken waarover nog weinig bekend was en geen of bijna geen wetenschappelijk onderzoek naar was gedaan. Bijvoorbeeld over schijnbaar gewone Nederlanders die zich tijdens de oorlog ontpopten tot gewelddadige collaborateurs.

Tillie: ‘Stel dat je een proefschrift maakt over Adolf Hitler of de SS. Dat zijn immense thema’s die ver weg staan. Dan is het toch voor velen makkelijker om dat weg te redeneren. Dit onderzoek handelde over mensen die bij jou in de straat woonden of misschien zelfs wel familie waren. Dat perspectief is machtig interessant.’

‘Ik merkte tijdens de begeleiding dat hij daar af en toe zenuwachtig over was. Juist omdat het over gewone burgers ging. Zelf had ik geen moeite met dat ongemak en realiseerde ik me dat het ons allemaal had kunnen overkomen.’

Wat de copromotor vooral trof, was de thematiek uit al zijn werk, dat ook in deze tijd niet aan actualiteit inboet. Tillie: ‘Er woedt een oorlog in Europa, we zitten in een klimaatcrisis en door de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie weten we niet hoe we ons moeten verhouden tot technologie. In zijn werk heeft hij de algemene menselijke dynamiek beschreven die de kop opsteekt in bepaalde situaties en kan leiden tot polarisering en radicalisering.’


Paul van de Water: De Landwacht: paramilitaire terreur in bezet Nederland. Uitgeverij Omniboek, €29,50