Het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht) heeft 1043 bedden, een budget van ruim 600 miljoen euro, ruim 9.000 medewerkers, waarvan 135 hoogleraren en 450 medisch specialisten.


Het UMC biedt opleidingen aan voor 1.750 studenten geneeskunde, 400 studenten biomedische wetenschappen en 250 studenten algemene gezondheidswetenschappen. Het UMC wordt bestuurd door een Raad van Bestuur bestaande uit: prof dr G.H. Blijham, voorzitter en vice-decaan; prof dr J.C. Stoof, decaan en vice-voorzitter (portefeuillehouder onderwijs en onderzoek) en drs H.H.J. Bol, lid.

Het R&D budget van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht) omvat bijna 100 miljoen euro per jaar. Dit budget is opgebouwd uit diverse geldstromen. De eerste geldstroom (ongeveer 25 M) is direct afkomstig van de Universiteit Utrecht. Daarnaast wordt uit de rijksbijdrage aan Academische Ziekenhuizen, direct afkomstig van het ministerie van OC&W, ook ongeveer 25 M aan de eerste geldstroom toegevoegd. Via de zgn. tweede (NWO en KNAW) en derde (collectebusfondsen) geldstroom komt ongeveer 20 M euro binnen aan project- c.q. programmasubsidies en het resterende bedrag (30 M), de zgn. vierde geldstroom, is afkomstig van contract onderzoek met o.a. farmaceutische industrieen (nb. octrooigelden)

Het onderzoeksprofiel van het UMC bestaat uit vier ziektegerichte zwaartepunten en drie methodologisch gerichte zwaartepunten. De ziektegerichte zwaartepunten zijn: hersenaandoeningen, cardiovasulaire aandoeningen, oncologische aandoeningen, infectieziekten & aandoeningen van het immuunapparaat. De drie methodologisch gericht zwaartepunten zijn: epidemiologie, beeldvormende technieken en genomics. De methodologische zwaartepunten dienen voor een belangrijk deel ter ondersteuning van het onderzoek in de ziektegerichte zwaartepunten, waarmee het onderzoeksprofiel van het UMC dus in een matrix vervat kan worden. Een recente bibliometrische analyse van het wetenschappelijk (bio)medisch onderzoek, uitgevoerd door het CWTS in Leiden, liet zien dat het wetenschappelijk onderzoek van het UMC Utrecht internationaal het meest geciteerd werd van alle 8 UMC's in Nederland.

Binnen het UMC onderzoeksprofiel worden verdere accenten gelegd door het actief aantrekken van nieuwe hoogleraren. Met 135 hoogleraren is er een jaarlijks verloop van ongeveer 8-10 hoogleraren. De nieuwe hoogleraarsposities worden ingevuld met hooggekwalificeerde kandidaten. Driejarige kwaliteitsanalyses zijn sterk bepalend voor hoe de middelen uit de eerste geldstroom worden verdeeld over de onderzoeksgroepen. Blijkt aan het einde van het jaar dat er extra geld te besteden is, hetgeen de afgelopen twee jaar aan de orde bleek te zijn, dan wordt dit gebruikt voor groepen die excellent wetenschappelijk onderzoek verrichten en zijn inmiddels de methodologisch gerichte onderzoekzwaartepunten inmiddels alle drie aan bod geweest. In 2003 is vijf M euro extra toegevoegd aan het genomics onderzoek. In 2004 is 3 M euro extra aan de beeldwetenschappen en 3 M euro extra aan het epidemiologische onderzoek toegevoegd. Daarnaast zijn in 2004 extra middelen (4 M euro) gebruikt voor verdere internationalisering van het wetenschappelijk onderzoek en voor het optuigen van excellente opleidingstrajecten, teneinde talent onder de studenten en onderzoekers vroegtijdig te herkennen en verder te stimuleren.

Voor het onderzoek in de beeldwetenschappen is samen met Philips Medical Systems (PMS) en 3 andere UMC's (LUMC, UMC St. Radboud, VUMC) per 1 augustus j.l. een toekomstvisie neergelegd bij het innovatieplatform om te komen tot een landelijk centrum voor “molecular imaging”. PMS speelt internationaal een hoofdrol bij de ontwikkeling van nieuwe beeldvormende technieken met een zeer groot oplossend vermogen. Het gebruik van deze zeer innoverende technieken in de patiĆ«ntenzorg zal de vroegtijdige diagnostiek van een groot aantal aandoeningen sterk kunnen verbeteren. Daarnaast zal het mogelijk zijn om met dergelijke apparatuur het effect van vroegtijdige therapeutische interventies te monitoren en op die manier tot een vroegtijdige en betere behandeling van deze aandoeningen te komen. Hierbij moet met name gedacht worden aan aandoeningen van de hersenen, het cardiovasculaire systeem en aan kanker. Met de oprichting van dit centrum is een investering gemoeid van in totaal ongeveer 30 M euro.