Zadenverzamelaar Chris Kik pleit voor een comeback van vergeten groenten als brave hendrik en winterpostelein. ‘Zij spelen een belangrijke rol in het veiligstellen van onze voedselzekerheid.’

Schorseneren zonder koolrapen, lof en prei. Foto: Frumpy (Wikimedia Commons)
Schorseneren zonder koolrapen, lof en prei. Foto: Frumpy (Wikimedia Commons)

De lucht is een paarlemoeren laken, waar een diffuus wit licht doorheen filtert. De diepe groeven in zijn handen zijn zwart van het werk op de akker. In de middeleeuwse tuin op de Hof van Twello, net buiten Deventer, graaft boer Ronald Molenveld een schorseneer op.

De vlezige penwortel kan snel breken, legt hij uit. En dat gebeurt ook. De zwarte kluit die hij ophoudt, lekt een wit sap. ‘Het is echt een rotklus om dit schoon te maken,’ legt Ronald uit. ‘Dit flans je niet eventjes in elkaar zoals een fifteen minute meal van Jamie Oliver.’

Hoe gevaarlijk zijn supervulkanen?
LEES OOK

Hoe gevaarlijk zijn supervulkanen?

In het verleden stortten zogeheten supervulkanen de aarde meermaals in een desastreuze ‘vulkanische winter’. Gaat dat opnieuw gebeuren?

Te bitter

Schorseneer is één van de vele vergeten gewassen die Molenveld op het erf verbouwt. Vergeten groenten is een tegenstrijdig begrip. Immers, ze bestaan nog wel in het geheugen en er zijn nog steeds mensen die deze groenten verbouwen en eten. Maar de ooit zo belangrijke rol die ze in ons voedselpakket hadden, is allang uitgespeeld. Reden voor vergeten is bijvoorbeeld het tijdrovende proces dat nodig is om zulke groenten te bereiden.

Daarnaast blijven onze smaakpapillen zich ontwikkelen. Zo is niet alles van vroeger altijd beter, legt Molenveld uit. Soms is het mondgevoel bij klassieke groentes niet aangenaam of de smaak te bitter. Of een gewas verdwijnt omdat de teelt niet lucratief is en andere gewassen meer opbrengen.

Typische vormen, smaken en geuren raken zodoende verloren. En dat is spijtig en kwalijk, meent Chris Kik, zadenverzamelaar en hoofdcurator van het Centrum voor Genetische Bronnen in Wageningen. Het telen van vergeten gewassen komt de biodiversiteit ten goede, legt de onderzoeker uit. ‘Juist die verscheidenheid aan gewassen verschraalt. De genetische variatie in vegetaties neemt af.’

Traditionele diversiteit

Volgens cijfers van de wereldvoedselorganisatie FAO worden er van de ruim tienduizend voor consumptie geschikte plantensoorten nog maar 150 op enigszins grote schaal geteeld en gegeten. De helft van de plantaardige voedselenergie wordt geleverd door drie granen: rijst, tarwe en maïs. Meer dan negentig procent van ons eten komt van slechts dertig gewassen. Onze voedselvariabiliteit is volgens Kik erg klein. Het is daarom essentieel dat de traditionele diversiteit blijft bestaan en dat is niet alleen om ervoor te zorgen er meer smaak op ons bord ligt.

Chris Kik: ‘We moeten nadenken over hoe we straks negen miljard monden willen gaan voeden’

‘Biodiversiteit heeft alles te maken met het borgen van de toekomstige mondiale voedselzekerheid. We gaan van zeven naar negen miljard mensen in 2050 en nu al lijdt één miljard honger. We moeten bewust nadenken over hoe we straks al die monden willen gaan voeden. We kunnen op verschillende punten veel corrigeren. Zo moet de oogstverspilling verminderd worden en de vleesconsumptie gereduceerd. Daarnaast moeten we onze gewassen blijven verbeteren door te selecteren op hogere opbrengst en resistentie tegen bijvoorbeeld schimmels en zout.’

Bewustwording

Daarom is het belangrijk dat veredelaars beschikken over voldoende diversiteit om betere rassen te ontwikkelen. Op die manier, stelt Kik, zijn we beter voorbereid op de gevolgen van klimaatveranderingen en kunnen we sneller reageren op veranderingen in de vraag naar voedsel. Het Centrum voor Genetische Bronnen bewaart in zijn genenbank zaden van (vergeten) groenten. Maar om iets structureel te veranderen moet de belangstelling voor dit materiaal levend gehouden worden, zegt Kik.

De Hof van Twello is zo’n initiatief dat meer bewustwording creëert. Belangstellenden mogen zelf de aarde induiken. Boer Molenveld heeft een pastinaak uit zijn bed getrokken. Hij veegt de vochtige kluiten zwarte aarde behoedzaam van de knol. Hij legt uit dat hij nooit meer terug wil. ‘Ik weet beter. Wanneer iets uit de supermarkt komt, proef ik dat meteen. Het is het gevoel met de grond, het heeft een veel rijkere smaak.’

Hij grijnst. ‘Eigenlijk ben ik best wel verwend.’