Klimaatonderzoekers hebben weermetingen vergeleken met voorspellingen van klimaatmodellen. Uit hun analyse volgt dat de modellen onderschatten hoe vaak extreme neerslag in de toekomst zal voorkomen.

Maak je maar op voor nog meer extreme regenval en overstromingen terwijl de aarde verder opwarmt. Uit een onderzoek dat voorspellingen van klimaatmodellen vergelijkt met wat er tot nog toe is gebeurd, blijkt dat extreme gebeurtenissen ongeveer 50 procent vaker voorkomen dan verwacht. Dit betekent dat klimaatmodellen ook onderschatten hoeveel erger deze gebeurtenissen in de toekomst worden. De berekeningen zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk vakblad Journal of Climate.

‘Extremen lijken door de opwarming van de aarde sneller toe te nemen dan de modellen voorspellen’, zegt klimaatonderzoeker Anders Levermann van het Potsdam-instituut voor klimaatimpactonderzoek in Duitsland. ‘Extreme regenval wordt heviger en zal vaker voorkomen. De samenleving moet hierop voorbereid zijn.’

Zomers warmen sneller op dan winters
LEES OOK

Zomers warmen sneller op dan winters

Als het klimaat verder opwarmt, zullen de zomers waarschijnlijk sneller opwarmen dan de winters. Dat blijkt uit onderzoek naar schelpen.

Orkaan

Meer extreme regenval door de opwarming van de aarde veroorzaakt nu al steeds meer rampen over de hele wereld. Voorbeelden zijn orkaan Harvey, die in 2017 meer dan een meter regen liet vallen in de Amerikaanse staat Texas, en de extreme moessonregens die in 2022 overstromingen veroorzaakten in Pakistan.

De reden voor deze extreme regenval: als de atmosfeer opwarmt, kan hij meer vocht vasthouden, en dat betekent ook dat er meer regen (of sneeuw, of hagel) uit kan vallen. Maar hoeveel meer?

Levermann en zijn collega’s analyseerden historische meetgegevens van het weer om te zien hoe extreme regenval tot nu toe is veranderd. Ze gebruikten een patroonherkenningstechniek om onderscheid te maken tussen veranderingen die te wijten zijn aan menselijke invloed, en veranderingen veroorzaakt door willekeurige klimaatschommelingen.

Neerslagextremen

De onderzoekers vergeleken hun bevindingen vervolgens met de projecties van veelgebruikte klimaatmodellen. Ze ontdekten onder andere dat de frequentie van extreme gebeurtenissen met 17 procent is toegenomen per graad opwarming, terwijl de klimaatmodellen slechts een toename van 11 procent voorspellen.

‘De intensivering van neerslagextremen die we in de historische gegevens hebben gezien, is veel sterker dan wat de meeste klimaatmodellen voorspellen’, zegt teamlid Max Kotz, ook verbonden aan het instituut in Potsdam, ‘Er is geen reden om aan te nemen dat dit niet door zal gaan.’

Dit is geen nieuw probleem, zegt hij. Een soortgelijk probleem werd ongeveer tien jaar geleden al gezien bij een eerdere generatie klimaatmodellen. Maar dit onderzoek laat zien dat de nieuwste modellen het nog steeds niet bij het rechte eind hebben.

Een deel van het probleem zit hem in de lage resolutie van wereldwijde klimaatmodellen, zegt Levermann. ‘De modellen zijn niet gemaakt voor het modelleren van extreme weersverschijnselen, omdat ze een gemiddelde nemen over grote gebieden en lange perioden.’

Onderschatting

‘De auteurs tonen aan dat veel wereldwijde klimaatmodellen de waargenomen snelheid van exponentiële toename onderschatten’, zegt Peter Stott van het nationale weerkundige instituut van het Verenigd Koninkrijk. Hij is expert in attributiestudies, waarbij uitgezocht wordt of weersveranderingen komen door menselijke klimaatverandering of door natuurlijke fluctuaties. ‘Dit is heel aannemelijk, aangezien veel mondiale klimaatmodellen niet genoeg ruimtelijke resolutie hebben voor de processen in wolken die tot zeer zware regenval kunnen leiden.’

Sommige onderzoekers hebben modellen met een hogere resolutie gemaakt die processen in wolken nauwkeuriger simuleren. Deze modellen laten een snellere toename van zeer hevige regenval zien, zegt Stott.

Andere onderzoeken hebben ook aangetoond dat de klimaatmodellen weersextremen onderschatten, zoals overstromingen in de zomer, zegt klimaatonderzoeker Michael Mann van de Universiteit van Pennsylvania. ‘Dit komt overeen met ons eigen gepubliceerde en lopende werk.’