Het genoom van Ötzi, de 5300 jaar oude gemummificeerde man die in de Alpen is gevonden, is nauwkeuriger geanalyseerd dan voorheen. Daaruit blijkt dat hij een donkere huid had en zijn voorouders vroege boeren waren.

Een nieuwe genetische analyse verandert ons beeld van Ötzi, de gemummificeerde ‘ijsman’ die in een gletsjer in de Alpen is gevonden. Bijna al het DNA van Ötzi, die 5300 jaar geleden leefde, blijkt geërfd van vroege boeren die een paar duizend jaar voor zijn geboorte naar Europa waren getrokken. Ook onthult zijn genoom dat hij een donkerdere huid had dan mensen met overwegend Europese voorouders in de huidige tijd, en dat hij waarschijnlijk kaal was.

Ötzi’s gemummificeerde lichaam is in 1991 ontdekt in een dooiende Alpengletsjer bij de grens van Oostenrijk en Italië. Naar schatting leefde hij tussen 3350 en 3120 voor Christus. Zijn overblijfselen worden al meer dan 30 jaar lang bestudeerd. Daaruit is onder andere gebleken dat hij een pijlwond had, wat erop wijst dat hij is vermoord.

Hoe onderzoekers de mysterieuze levensloop van de paling eindelijk in kaart brachten
LEES OOK

Hoe onderzoekers de mysterieuze levensloop van de paling eindelijk in kaart brachten

Waar worden palingen geboren? En waar gaan ze dood? Dit lijken geen al te ingewikkelde vragen, maar dat zijn ze wel.

Vervuild genoom

In 2012 werd Ötzi’s genoom gepubliceerd. Daaruit bleek dat hij van drie verschillende groepen afstamde: jager-verzamelaars die rond 40.000 jaar geleden voor het eerst Europa binnentrokken, vroege boeren die rond 9000 jaar geleden uit het Midden-Oosten arriveerden en mensen uit de Euraziatische steppen die minder dan 5000 jaar geleden arriveerden.

De steppevolkeren arriveerden dus pas na de dood van Ötzi in Europa. Dat maakt het onlogisch dat hij steppe-DNA had. ‘Dat was altijd al vreemd’, zegt archeogeneticus Johannes Krause van het Max Planck-instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig.

Veel genetici vermoedden dat Ötzi’s genoom vervuild was met modern Europees DNA, dat steppe-DNA bevat. Om dit uit te zoeken, hebben Krause en zijn collega’s het genoom met moderne technieken opnieuw in kaart gebracht. Het nieuwe genoom, dat veel nauwkeuriger is, vertoont geen tekenen van steppe-afkomst.

‘Er was bijna 10 procent vervuiling in de oude dataset’, zegt Krause. Mummieonderzoeker Albert Zink van Eurac Research in de Italiaanse stad Bolzano werkte mee aan zowel het onderzoek uit 2012 als het nieuwe onderzoek. Ook hij erkent dat het oorspronkelijke genoom voor een deel vervuild was.

Kaal buitenbeentje

Ongeveer 90 procent van Ötzi’s DNA blijkt nu afkomstig van de boeren uit het Midden-Oosten. De rest komt van de jager-verzamelaars. Dit is ongebruikelijk: de meeste mensen die destijds in Europa leefden, hadden een meer gemengde stamboom, omdat de immigrerende boeren zich vermengden met de jager-verzamelaars.

‘Nu is hij op een andere manier een buitenbeentje’, zegt Krause. ‘Hij heeft veel vroege boeren als voorouders, meer dan wie dan ook uit deze periode.’ Mogelijk vermengden Ötzi’s voorouders zich weinig met jager-verzamelaars omdat ze in relatief afgelegen Alpengebieden leefden.

Het nieuwe genoom onthult verder een genvariant die in verband wordt gebracht met een hoger risico op mannelijke kaalheid. Dat is logisch, zegt Krause, aangezien er rond de ijsmummie ook heel weinig haar bewaard is gebleven. ‘Hij was eind 40, dus het is goed mogelijk dat hij kaal was’, zegt hij.

Vitamine D

Krause en zijn team identificeerden ook 154 plekken in het genoom die in verband zijn gebracht met huidpigmentatie bij moderne populaties. Dat wijst erop dat Ötzi’s huid donkerder was dan die van mensen met overwegend Europese voorouders in de huidige tijd. Zijn huid was echter niet zo donker als die van mensen uit Afrika ten zuiden van de Sahara.

Dit komt overeen met een toenemende hoeveelheid bewijs over prehistorische Europeanen, zegt archeogeneticus Alissa Mittnik, eveneens verbonden aan het Max Planck-instituut voor Evolutionaire Antropologie, maar niet betrokken bij het onderzoek. ‘Jager-verzamelaars hadden zeer waarschijnlijk een nog donkerdere huid. Ook vroege boeren hadden waarschijnlijk een donkerdere huid dan wat we nu met Europa associeren’, zegt ze.

Otzi reconstructie
Ötzi wordt meestal met een lichte huid afgebeeld. Beeld: South Tyrol Museum of Archaeology/Ochsenreiter

‘De lichte pigmentatie die Europeanen vandaag de dag hebben, is een zeer recent fenomeen’, zegt Krause. ‘De huid werd pas zo’n 4000 jaar geleden echt zo licht als nu.’ Vergeleken met jager-verzamelaars aten boeren minder vlees en vis, waardoor ze risico liepen op een vitamine D-tekort. Door het verlies van hun huidpigmentatie konden ze meer vitamine D aanmaken in hun huid. ‘Dat is een van de sterkste selectieve signalen in de menselijke genenpoel’, zegt Krause.

Bij onderzoek naar Ötzi’s lichaam in de jaren negentig werd bovendien al bewijs gevonden dat zijn huid het pigment melanine bevatte, zegt Krause. Ook dat wijst erop dat hij een donkere huidpigmentatie had. Toch werd hij in de meeste reconstructies afgebeeld met een lichte pigmentatie. ‘Vroeger beeldde men oude Europeanen standaard af als moderne Europeanen. Maar zo zagen ze er lang niet altijd uit’, zegt Mittnik.