De grootste weekdieren ter wereld, doopvontschelpen uit de Indische en Stille Oceaan, doen karrenvrachten goed werk waar we tot nog toe weinig van wisten. Maar ze worden in hun voortbestaan bedreigd en hebben een onverwachte concurrent: de tijger.

Doopvontschelp  in het Groot Barrièrerif in Australië, het grootste koraalrif ter wereld, dat bestaat uit meer dan 2.900 individuele riffen die zich uitstrekken over 2600 kilometer over een gebied van ongeveer 334.400 vierkante kilometer
Doopvontschelp in het Groot Barrièrerif, het grootste koraalrif ter wereld, dat zich uitstrekt over 2600 kilometer voor de kust van Queensland, Australië

Deze zeeschepselen blijken door hun grote talent voor multi-tasken uitstekende beheerders van het ecosysteem. Ze bouwen en verbouwen riffen, produceren voedsel, bieden onderdak, slaan algen op en filteren water; allemaal tegelijk.

Eiwitten met een januskop
LEES OOK
Eiwitten met een januskop

Doopvontschelpen houden zich al ongeveer 38 miljoen jaar op in de buurt van koraalriffen op en kunnen tot wel 1,2 meter lang worden, met een gewicht van meer dan 200 kilo.

Tot nog toe was onbekend hoe groot hun rol in het ecosysteem eigenlijk is, zegt marien bioloog Peter Todd van de Universiteit van Singapore.

Todd en zijn collega’s hebben de rol van doopvontschelpen onderzocht en hopen dat hun bevindingen bijdragen aan het behoud van de weekdieren. Doopvontschelpen worden ernstig bedreigd door overbevissing en de opwarming van de aarde.

Het team heeft ontdekt dat een aantal soorten van de reuzenschelpen fungeren als voedselfabrieken voor de bewoners van de koraalriffen. Ze bieden onderdak aan voedselproducerende algen en dienen zelf als voedsel voor krabben, kreeften. Zelfs hun kuit en uitwerpselen trekken aaseters en andere opportunistische hongerlappen aan zoals kleine slakken.

Schuilplaats

Doopvontschelpen dienen ook als kraamkamers voor vissen, die er hun eieren kunnen leggen. Pasgeborenen kunnen er schuilen voor roofdieren.

Hun schelpen komen goed van pas bij het bouwen van de riffen. In gebieden met een dichte populatie produceren doopvontschelpen soms wel 80 ton carbonaat per hectare dat gebruikt kan worden als onderkomen voor onder meer zachte koralen, sponzen en grote algen.

Het onderzoeksteam maakt zich grote zorgen over het voortbestaan van de soort. ‘Er is een wereldwijde afname in het aantal doopvontschelpen’, aldus Deepak Apte, marien ecoloog van de Bombay Natural History Society, die werkt aan een door de Indiase overheid gesteunde campagne tot behoud van de schelpen. ‘Ze zijn van levensbelang voor het welzijn van de koraalriffen en het ecosysteem.’

In India moet de doopvontschelp concurreren met een andere bedreigde diersoort. ‘Natuurbehoud in India richt zich bijna uitsluitend op grote zoogdieren, voornamelijk de tijger. Hopelijk maakt dit onderzoek duidelijk dat ook minder bekende diersoorten het verdienen om gered te worden.’

Voor het hele onderzoek, zie Biological Conservation, DOI: 10.1016/j.biocon.2014.11.004