Op de bodem van het Belgische deel van de Noordzee liggen tientallen scheepswrakken uit de Tweede Wereldoorlog. Die laten nog altijd hun sporen na. Microbioloog Josefien van Landuyt onderzocht hoe gelekte chemicaliën van de V-1302 John Mahn het leven op de zeebodem beïnvloeden.

Waarom juist de V-1302 John Mahn?

‘Dit project was een samenwerking met verschillende laboratoria, waaronder het Vlaams Instituut voor de Zee en het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Samen met andere groepen maken we deel uit van een grote Europese organisatie die scheepswrakken in de Noordzee onderzoekt: North Sea Wrecks. Dit wrak is geselecteerd op basis van de goede staat waarin het verkeert, hoe makkelijk het te bereiken is en de voorraad munitie en kolen die het bevatte toen het zonk. Het Instituut voor de Zee heeft ons daarom gevraagd om onderzoek te doen naar micro-organismen rondom dit specifieke scheepswrak.’

Josefien van Landuyt is microbioloog aan het Centrum voor Microbiële Ecologie en Technologie van de Universiteit Gent. Haar publicatie over gezonken scheepswrakken in de Noordzee verscheen onlangs in Frontiers in Marine Science.

Wat hebt u ontdekt?

‘We wilden graag weten wat er zich op microbieel niveau afspeelt. Wat ons vooral verraste, was dat er zelfs na tachtig jaar nog steeds sporen van gelekte chemicaliën te vinden zijn, zoals petroleum en koolwaterstofverbindingen. Die chemicaliën zijn gelukkig maar in kleine hoeveelheden aanwezig: vlak bij het schip nog altijd honderd tot duizend keer lager dan de toegestane hoeveelheden. Het wrak is dus zeker veilig.’

‘Er is heel lang verkeerd naar een alzheimermedicijn gezocht’
LEES OOK
‘Er is heel lang verkeerd naar een alzheimermedicijn gezocht’

Wat doen dit soort scheepswrakken met het leven op de zeebodem?

‘Omdat dit deel van de Noordzee vooral uit zand bestaat, is het wrak uniek te noemen. De restanten van het wrak vormen een kunstmatig rif, waaraan inmiddels veel organismen zich hebben aangepast. Een voorbeeld is de populatie van micro-organismen, die in dikke lagen op het schip groeien. Ze gebruiken de gelekte chemicaliën als koolstof- en energiebron. De samenstelling van die algen en bacteriën is nu totaal anders dan tachtig jaar geleden, vlak voordat het schip zonk. Dat is een mooi voorbeeld van het aanpassingsvermogen van zo’n populatie. Daarnaast hebben ook vissen profijt van het wrak, omdat zij het kunnen gebruiken als schuilplaats.’

Wat zegt dit over andere scheepswrakken in de Noordzee?

‘De V-1302 John Mahn is een van de ongeveer honderd wrakken in het Belgische deel van de Noordzee. Dat dit scheepswrak maar weinig schadelijke stoffen lekt, zegt helaas weinig over de andere. Schepen die bij een bombardement helemaal zijn opengereten, kunnen wel degelijk gevaarlijke hoeveelheden chemicaliën lekken. Met ons onderzoek willen we vooral een inschattingstool maken, waarmee we voor elk wrak kunnen afwegen of we ons daar zorgen om moeten maken, of dat het net zo veilig is als de V-1302 John Mahn.’

Later dit jaar verschijnt een rapport van North Sea Wrecks. Welk advies over het opruimen van wrakken komt daarin te staan?

‘Er bestaan technieken om scheepswrakken op te ruimen. Maar omdat de V-1302 John Mahn al tachtig jaar in de zee ligt, is het inmiddels een biodiversiteitshotspot voor organismen die daar anders niet zouden kunnen leven. En omdat de hoeveelheid gelekte chemicaliën veilig is, is het denkbaar dat dit wrak gewoon kan blijven liggen.

Bovendien ligt het opruimen van scheepswrakken in het algemeen diplomatiek gevoelig. In veel gevallen waren er nog mensen aan boord toen het schip ten onder ging. Die wrakken zijn oorlogsgraven en mogen daarom niet zomaar worden weggehaald. In het rapport zullen dus vooral suggesties staan voor de overheidsinstanties en beleidsmakers die verantwoordelijk zijn voor oorlogsgraven.’