Wat doet Nasa als er een planetoïde op ramkoers ligt met de aarde? De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie bekeek dit scenario samen met het bureau voor rampenbestrijding. Als er inderdaad zo’n planetoïde onderweg blijkt te zijn, dan zijn ze nu voorbereid.

asteroid20161103-16
Fictieve afbeelding van een fictieve planetoïde. Beeld: Nasa/JPL-Caltech

Er is een planetoïde ontdekt die 2 procent kans heeft om over krap vier jaar te botsen met de aarde. Het rotsblok is tussen de 100 en 250 meter groot en kan ergens in Amerika terechtkomen. De betrokken instanties houden de planetoïde nauwlettend in de gaten.

Gelukkig voor de inwoners van de Verenigde Staten – alsof die niet al genoeg aan hun hoofd hebben – is dit rampenscenario slechts fictief. Maar om voorbereid te zijn als een dergelijke botsing zich onverhoopt toch voordoet, bekeken Nasa en het Amerikaanse federaal bureau voor rampenbestrijding Fema op 25 oktober dit testscenario.

‘Ik heb aan 30 procent van de informatie genoeg om een besluit te nemen’
LEES OOK
‘Ik heb aan 30 procent van de informatie genoeg om een besluit te nemen’

In januari is de kans op een inslag – in het testscenario dan – gestegen tot 65 procent. Vervolgens kan het object vier maanden lang niet geobserveerd worden. Als onderzoekers de telescopen in mei 2017 eindelijk weer op het rotsblok richten, is de kans op een botsing omhooggeschoten naar 100 procent. Simulaties voorspellen in november dat de inslag in Zuid-Californië of net uit de kust in de Grote Oceaan gaat plaatsvinden. Alle alarmbellen gaan af.

Planetoïde uit zijn baan knallen

In eerdere oefeningen bekeek Nasa de mogelijkheid om een dergelijke planetoïde uit zijn baan te brengen door er een onbemand ruimtevaartuig op in te laten vliegen. Door de energie van die botsing verandert de baan van het rotsblok waardoor hij niet meer op ramkoers ligt met de aarde.

In het testscenario van 25 oktober is er niet genoeg tijd om een ruimtevaartuig naar de planetoïde te sturen om hem uit zijn baan te krijgen. Een botsing is onvermijdelijk.

Wetenschappers slaan aan het rekenen om de locatie en de grootte van de inslag te bepalen. Ook onderzoeken ze de gevolgen op de infrastructuur ter plaatse. Nu is de eerste prioriteit om de schade te beperken en de mensen die in risicogebieden wonen in veiligheid te brengen. Hiervoor roept Nasa de hulp in van het Fema.

Geen paniek

Vertegenwoordigers van Nasa, FEMA, de Jet Propulsion Laboratory, het Amerikaanse ministerie van nationale energie laboratoria, de Amerikaanse luctmacht en de California Governor's Office of Emergency Services in El Segundo, California, op 25 oktober 2016 om het scenario van een botsing met een asteroïde te bespreken. Beeld: The Aerospace Corporation
Vertegenwoordigers van o.a. Nasa en Fema in El Segundo, Californië, op 25 oktober 2016 om het scenario van een botsing met een asteroïde te bespreken. Beeld: Aerospace Corporation

Voor Fema-medewerkers is een astroïde geen dagelijkse kost. Ze zijn gewend aan tornadoalarmen waarbij ze kort van tevoren gebieden moeten ontruimen. Deze botsing is daarentegen jaren van tevoren bekend, maar de precieze locatie waar het rotsblok terechtkomt, blijft lang onzeker. Het inlichten van de bewoners is daarom een delicaat proces. De informatie die Fema verstrekt moet duidelijk zijn, zodat het geen eigen leven gaat leiden. Er mag geen paniek uitbreken.

Of het gelukt is om de bewoners in veiligheid te brengen in het testscenario, laat Nasa in het midden. Wel laat de ruimtevaartorganisatie weten tevreden te zijn met de opbrengst van de test. Zo is er nu meer duidelijkheid over welke informatie Fema nodig heeft om beslissingen te nemen over evacuaties. Hierdoor zal de communicatie tussen beide organisaties beter verlopen als een planetoïde gevaarlijk dichtbij komt.

Nasa en Fema zullen in de toekomst ook andere planetoïdescenario’s oefenen. Als we ooit aan hetzelfde gevaar worden blootgesteld als de dinosaurussen, kunnen we in elk geval proberen onszelf in veiligheid te brengen.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste wetenschapsnieuws? Meld je nu aan voor de New Scientist nieuwsbrief.

Lees verder: