Het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart heeft een nieuw advies uitgebracht aan de regering. Na het debacle met Fokker, blijkt Nederland nog steeds een vliegtuigland te zijn.

“Om in de Nederlandse vliegtuignieuwbouw het snelle groeipad van nieuwe werkgelegenheid en omzetstijgingen stevig te verankeren, moeten bedrijven jaarlijks tien procent van hun omzet investeren in onderzoek en ontwikkeling.” Het Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart (NIVR) beschrijft in haar nieuwe beleidsadvies dat Nederlandse bedrijven nog vele kansen hebben op de wereldmarkt. De overheid moet daarbij wel een actieve rol vervullen. In veel andere landen vormt de overheid een belangrijke factor voor de nationale vliegtuigindustrie, in sommige gevallen mede doordat defensie-onderzoek tevens ten goede komt aan toepassingen voor de burgerluchtvaart. De Nederlandse overheid moet bovendien haar financiële bijdrage niet alleen richten op deelname aan de Europese vliegtuigindustrie (Airbus), maar ook op toelevering aan andere spelers op de wereldmarkt.

Minister Jorritsma van economische zaken ontving vandaag het nieuwe beleidsadvies, Flying to Eminence, uit handen van het NIVR. Deze organisatie is in 1946 opgericht en is een een semi-overheids non-profitorganisatie, die de ontwikkeling van de Nederlandse lucht- en ruimtevaartindustrie bevordert. Voor Nederland onderhoudt het NIVR vele belangrijke internationale contacten. Het rapport toont een zwaktesterkte-analyse van de (toekomstige) ontwikkeling van de civiele vliegtuigontwikkeling in Nederland.

90 procent van websites lapt regels voor cookies aan de laars
LEES OOK

90 procent van websites lapt regels voor cookies aan de laars

Websites zijn wettelijk verplicht hun bezoekers toestemming te vragen voor cookies, maar veel sites nemen het niet zo nauw met die plicht, ontdekte re ...

Halverwege de jaren negentig leek het treurig gesteld met de Nederlandse vliegtuigindustrie, toen Fokker, ondergebracht bij DASA, grotendeels ophield te bestaan. Daarop trok in 1997 trok de overheid een bedrag uit van 320 miljoen gulden voor het Airbusproject. Daardoor kon het luchtvaartcluster (instituten, bedrijven) wereldwijd een vooraanstaande rol spelen bij de ontwikkeling van nieuwe materialen voor vliegtuigen. Het nieuwe advies toont dat de luchtvaartindustrie in Nederland het Fokkerdebacle heeft overleefd en een florissante toekomst kent.

NIVR schat de totale markt voor de civiele vliegtuignieuwbouw voor de komende twintig jaar op jaarlijks meer dan 150 miljard gulden. Het Nederlandse luchtvaartcluster kan daarin een belangrijke rol spelen als toeleverancier aan de internationale vliegtuig- en motorenfabrikanten. NIVR stelt dat de Nederlandse overheid voor onderzoek en ontwikkeling de komende vijf jaar minimaal 32 miljoen gulden extra moet reserveren.

Het NIVR schetst in het rapport, vanaf 17.00 uur op 20 november te downloaden op de website van dit instituut een drietal scenario’s. De rapportsamenstellers kiezen voor het scenario waarin de financiële betrokkenheid van de overheid betrekking heeft op meer dan alleen het marktsegment van Airbus. Deze keuze wortelt in het feit dat door de globalisering grote bedrijven, zoals Boeing, steeds vaker actief Europese bedrijven als toeleverancier betrekken bij de ontwikkeling en productie van nieuwe vliegtuigmodellen.