Een nieuw beschreven oermens bevestigt een ongemakkelijke theorie: dat onze verre voorouders al rechtop liepen toen ze nog als aap in de bossen woonden.

Volgens de gangbare inzichten gingen onze voorouders pas veel later lopen, toen ze een goede 3,5 miljoen jaar geleden de bossen verruilden voor een bestaan in het open veld.

Maar nieuwe fossielen, beschreven in het blad Science, gooien roet in het eten. Misschien is rechtop lopen op twee benen toch niet zo exclusief menselijk als iedereen dacht.

Serveer vleesvervangers niet af omdat ze ‘ultrabewerkt’ zijn
LEES OOK

Serveer vleesvervangers niet af omdat ze ‘ultrabewerkt’ zijn

Zorgen over in fabrieken gemaakt voedsel, en over vleesvervangers in het bijzonder, zijn misplaatst, zegt bioloog Jenny Chapman.

De nieuwe fossiele botten duiden op een wezen dat in de bossen woonde, maar toch rechtop kon lopen. Bovendien is het wezen 4,4 miljoen jaar oud: een tijdperk waarin Oost-Afrika nog redelijk bosrijk was.

Botresten

De oermens waarom het gaat, werd al vijftien jaar geleden gevonden in de woestijn bij het dorp Aramis in Ethiopië. Sindsdien zijn onderzoekers onder leiding van Tim White en R. Owen Lovejoy bezig geweest de woestijn te controleren op meer botresten, en al het gevondene te reconstrueren.

Het resultaat: botresten van ten minste 35 individuele aapmensen, de fossielen van liefst 150.000 planten en andere dieren, en een behoorlijke verzameling versteende knoken en knookjes van één individu, een vrouwtjesaapmens van amper 1,20 meter hoog en 50 kilogram zwaar.

Het gaat om de soort die experts kennen als Ardipithecus ramidus, letterlijk ‘wortelaap uit de bodem’ – waarbij ‘wortel’ natuurlijk verwijst naar de onderkant van onze evolutionaire stamboom.

Star Wars

‘Ardi’, zoals White en collega’s het vrouwtje noemen, was een soort waggelende, maar rechtop lopende aap.

“Om een wezen met een voortbeweging als dit tegen te komen, moet je naar het café van Star Wars”, grapte White al eens. Zo had Ardi een rechtopstaand hoofd en rechte, platte tenen, maar ook een opzij stekende grote teen om mee te kunnen klimmen en de herseninhoud van een chimpansee.

Dat Ardi in een bosrijke omgeving woonde, staat vast: zijn botten lagen te midden van de versteende resten van allerlei andere bosbewoners, zoals antilopen, papegaaien, duiven, pauwen en kleinere aapjes.

Ardi levert nóg een tegendraads inzicht: anders dan veel mensen geloven, stammen we niet af van een aap die erg op een chimpansee leek. Want hoewel we inderdaad een goede 5 tot 7 miljoen jaar geleden een voorouder met de chimpansee gemeen hadden, lijkt Ardi totaal niet op de chimp.

Dat betekent dat de evolutie de chimpansee sindsdien net zozeer heeft veranderd als ons. “Eén conclusie is dat chimps zich enorm hebben gespecialiseerd en zodoende ongeschikt zijn als model voor onze gemeenschappelijke voorouder”, aldus Science-chef R. Brooks Hanson in een begeleidend commentaar.

Dijbeen

Ardi is niet de eerste aanwijzing dat we afstammen van een rechtoplopende bosaap. Zo vonden paleoantropologen verderop in de woestijn al eens een dijbeen dat verdacht veel leek op de dij van een loopaap. Ook deze zogeheten ‘tugenmens’ lag tussen de versteende bosdieren.

Waaróm wezens als Ardi rechtopliepen, is onduidelijk. Wellicht gebruikten ze hun tweebenigheid om sneller van de ene naar de andere boom te komen. Een andere mogelijkheid is dat ze geregeld op de bosvloer stonden om daar naar voedsel te zoeken: in tropische oerwouden ligt en kruipt een aanzienlijk gedeelte van het beschikbare voedsel op de grond.