Plantaardige vleesvervangers zijn gezonder voor het hart dan vlees, concluderen Canadese gezondheidswetenschappers. Ze namen hiervoor meerdere onderzoeken onder de loep die de afgelopen decennia naar dit onderwerp zijn gedaan.

Een plantaardige vleesvervanger in de maaltijd gebruiken in plaats van vlees voorkomt dierenleed en helpt het klimaat een handje. Nu heeft een groep Canadese gezondheidswetenschappers vastgesteld dat het eten van plantaardige vleesvervangers in plaats van vlees ook beter is voor het hart.

Het team bekeek meerdere onderzoeken die hier de afgelopen decennia naar zijn gedaan, en concludeerde daaruit dat deze producten risicofactoren voor hart- en vaatziekten verminderen. De onderzoekers publiceerden hun bevindingen in het wetenschappelijke tijdschrift Canadian Journal of Cardiology.

Hoe vetter het eten, hoe lekkerder het ruikt en hoe liever we het eten
LEES OOK

Hoe vetter het eten, hoe lekkerder het ruikt en hoe liever we het eten

Als we een snackbar of oliebollenkraam naderen, komt direct onze neus in actie: bijna onweerstaanbaar, zo lekker. Wat wij in ...

Studies bestuderen

Het uitgebreide palet aan plantaardige vleesvervangers varieert aanzienlijk in samenstellingen en voedingswaarden. Toch blijkt dat plantaardige vleesvervangers gemiddeld genomen de risicofactoren voor hartkwalen, zoals een hoge bloeddruk en cholesterol, verlagen.

De Canadese arts Matthew Nagra en collega’s van de universiteit van British Columbia wilden beter zicht krijgen op hoe plantaardige vleesalternatieven de gezondheid, en in het bijzonder het risico op hart- en vaatziekten, beïnvloeden. Hiervoor hebben ze de beschikbare literatuur over dit onderwerp statistisch onderzocht en samengevat. Ze beoordeelden onderzoek tussen 1970 en 2023 dat zich richtte op de samenstelling, voedingswaarden en de invloed op risicofactoren voor hart- en vaatziekten van plantaardige vleesvervangers.

Verbeterde voedingswaarden

De onderzoekers zagen dat plantaardige vleesvervangers gemiddeld genomen gezondere voedingswaarden hebben voor het hart dan vlees. Wel hebben sommige plantaardige producten een hoog zoutgehalte. Dat kan een punt van zorg zijn. Uit de bestudeerde onderzoeken bleek echter dat dit hoge zoutgehalte geen directe invloed op de bloeddruk had.

In verschillende zogeheten gerandomiseerde onderzoeken met controlegroepen – de gouden standaard voor onderzoek naar de werking van een middel – vonden de onderzoekers dat plantaardige vleesvervangers meerdere risicofactoren, waaronder het cholesterolgehalte, verlaagden. Wel is er nog een gebrek aan langetermijnonderzoek, dat inzicht geeft in hoe vleesvervangers het risico op een hartaanval concreet beïnvloeden.

Daarnaast geven de onderzoekers aan dat er nog erg weinig onderzoek is gedaan naar de gezondheidseffecten van een aantal veelgebruikte bestanddelen in vleesvervangers, zoals tarwegluten. Deze gluten vormen een belangrijke eiwitbron in veel populaire vleesvervangers, zoals seitan.

Vezels versus vlees

Voor gezondheidswetenschapper Ingeborg Brouwer van de Vrije Universiteit Amsterdam zijn deze resultaten geen grote verrassing. ‘In plantaardige vleesvervangers zit bijvoorbeeld geen cholesterol, en ze zijn vezelrijker dan vlees. Dat ze dus gezonder blijken voor het hart, is niet totaal onverwacht’, zegt ze. ‘Wel ben ik ervan onder de indruk dat alle aangehaalde onderzoeken unaniem in de richting wijzen dat plantaardige vleesvervangers gezonder zijn voor het hart. Bij de ene aangehaalde studie zijn de resultaten wat overtuigender dan bij de andere, maar er is geen enkele studie waarin ze het tegenovergestelde vonden.’

Er is vooral gekeken naar kleine, gecontroleerde studies waar je niet direct reusachtige conclusies uit kunt trekken, geeft Brouwer aan. ‘Om echt te weten wat de invloed van het eten van plantaardige vleesvervangers in plaats van vlees op het hart is, moet je onderzoeken wat er op de lange termijn gebeurt. Maar dat is heel erg lastig’, zegt ze. ‘In het echte leven gaat het om kleinere, subtiele veranderingen in wat mensen eten, en niet om het complete stoppen met vlees zoals in de kleinere studies werd onderzocht.’