Drie potjes met een tuit, afkomstig uit prehistorische graven van kleine kinderen, zijn mogelijk gebruikt als babyflesjes. De voorwerpen zijn gevonden in Duitsland, in nederzettingen uit de brons- en de ijzertijd, en bevatten sporen van dierenmelk.

De potjes geven meer zicht op een sleutelperiode in de menselijke geschiedenis toen er een snelle bevolkingsgroei was, geholpen door de mogelijkheid om baby’s te voeden met iets anders dan borstvoeding. Dat zegt Julie Dunne, als biomoleculair archeoloog verbonden aan de Britse Universiteit van Bristol. ‘Ze brengen je heel dicht bij het verleden, bij prehistorische moeders en kinderen.’

Op jacht naar geluk
LEES OOK
Op jacht naar geluk

Meer dan honderd kleipotjes met een tuit, in allerlei vormen, zijn gevonden in verschillende Europese prehistorische nederzettingen. Sommige zijn wel zevenduizend jaar oud. Het idee dat zulke potjes dienstdeden als babyflesjes is niet nieuw. Wetenschappers hadden dit vermoeden al, onder andere omdat een aantal ervan waren gevonden in graven van kleine kinderen. Andere onderzoekers suggereerden echter dat ze werden gebruikt om dun voedsel zoals pap te voeren aan zieken en ouderen.

Het team van Dunne analyseerde chemische resten in tuitbekers die gevonden zijn in de graven van drie jonge kinderen van drieduizend jaar geleden. Twee van de potjes bevatten vetzuren die voorkomen in melk van geiten, schapen en runderen. In het derde potje zou op verschillende momenten dierenmelk en moedermelk hebben gezeten.

De potjes zijn mogelijk gebruikt om baby’s van de borstvoeding af te krijgen of om kinderen te voeden van wie de moeders waren overleden, zegt Dunne.

Alternatieven voor moedermelk

Dat het dieet van kleine kinderen dierenmelk bevat, heeft belangrijke implicaties, omdat vrouwen zo lang ze borstvoeding geven minder kans hebben om zwanger te worden. Moderne jager-verzamelaars geven hun kinderen tot hun vijfde jaar borstvoeding, waardoor het leeftijdsverschil tussen hun kinderen groot is. ‘Ze zijn continu onderweg. Dan wil je niet een heleboel baby’s moeten dragen en verzorgen’, stelt Dunne.

Toen de mens begon met landbouw, kan het voeden van baby’s met iets anders dan moedermelk ervoor hebben gezorgd dat kinderen elkaar sneller opvolgden. En daardoor kan volgens Dunne de bevolking zijn toegenomen.

Dierenmelk was niet het enige mogelijke alternatief voor moedermelk, zegt archeoloog Francesca Fulminante, ook verbonden aan de Universiteit van Bristol maar niet betrokken bij deze studie. ‘Ook granen en peulvruchten maken het mogelijk om eerder te stoppen met borstvoeding.’

Andere onderzoeken, waarbij werd gekeken naar botten van kinderen uit deze periode, suggereren dat deze kinderen vaste voeding kregen vanaf zes maanden en volledig van de borstvoeding af waren toen ze twee tot drie jaar oud waren.

Prehistorische babyflesjes
Komisch gevormde bekers waren mogelijk bedoeld om klein kinderen vrolijk te maken. Beeld: Katharina Rebay-Salisbury,

Tuit uit het achterwerk

Baby’s voeden met dierenmelk zou wel de kans op infecties hebben vergroot, zegt Dunne. Ook zou deze melk niet dezelfde voedingsstoffen hebben bevat als moedermelk. Maar, zo zegt gynaecoloog Amy Teuter van de borstvoedingssite The Skeptical OB: ‘Dierenmelk kan dan zo zijn nadelen hebben, deze melk drinken is nog altijd beter dan verhongeren.’

Sommige potjes met tuit, gevonden op andere prehistorische vindplaatsen, hebben complexe versieringen. Een ervan lijkt te zijn bedoeld om kinderen aan te spreken: er zit een dierenkop op die als handvat gebruikt kan zijn en hij kan op twee benen staan, waarbij de drinktuit uit het achterwerk komt. ‘Daar blijkt een boel liefde en inleving uit’, zegt Dunne. ‘Ze dachten blijkbaar dat een klein kind hierom zou lachen.’

Het team van Dunne maakte een replica van een van de flesjes en gaf die aan het 1-jarige kind van een kennis, gevuld met appelmoes. De moeder van het kind gaf aan dat hij gretig van het spul had gegeten.