Met behulp van een ingenieuze trukendoos houden rendieren het hoofd koel, wanneer ze in hun wintervacht door de sneeuw rennen.

Rendieren passen een speciale afkoelmethode toe om ondanks hun dikke wintervacht niet oververhit te raken tijdens langdurige inspanning. Hoogleraar arctische biologie Arnoldus Blix, van de universiteit van Tromsø, liet rendieren op een loopband rennen en hield in de gaten wat er gebeurde. De resultaten staan in de Journal of Experimental Biology van 27 oktober.


Bron: Rukakuusamo

Waarom anders nadenken over tijd kan helpen de natuurkunde te verenigen
LEES OOK
Waarom anders nadenken over tijd kan helpen de natuurkunde te verenigen

Driestappenplan
De dieren bleken drie verschillende methoden te hebben om hun lichaam – en vooral hun hersenen – koel te houden, concludeert Blix. Terwijl ze met een snelheid van negen kilometer per uur op de loopband draafden, ging eerst de snelheid van hun ademhaling omhoog, van zeven naar wel tweehonderdzestig teugen per minuut. Ze hielden hun mond dicht en zogen de koele lucht door hun neus naar binnen. Door de verdamping van vocht op het neusslijmvlies, koelde het bloed in de neusbijholten af.

Wanneer de dieren langer doorliepen en het koelen via de neus niet langer voldoende was, gooiden ze hun bek open en hingen ze hun tong naar buiten. Daarbij zorgde verdamping wederom voor het afkoelen van het bloed dat langs de oppervlakte stroomde, maar nu over een groter oppervlak.

Koelvloeistof
De dieren bleken nog een laatste strategie achter de hand te hebben, die ze pas in de strijd wierpen wanneer hun hersenen de kritieke temperatuur van 39 °C bereikten. Op dat moment haalden ze hun bloedcirculatie overhoop. Ze lieten het zuurstofarme bloed dat in de neus was gekoeld direct richting de hersenen lopen, in plaats van naar de rest van het lichaam. Onderweg stroomde het koele bloed langs de bloedvaten met warm, zuurstofrijk bloed dat op weg was naar de hersenen. Dat kon zo zijn warmte afgeven.

Het verraste Blix dat juist het bloed van de neus als koelvloeistof naar de hersenen stroomde, omdat de dieren door hun mond bleven ademen en daar het meeste bloed koelden. Hoewel slechts 2 procent van de ingeademde lucht via de neus binnenkwam, bleek dat vanwege het razende ademtempo toch afdoende om de hersenen op temperatuur te houden.

Marieke Buijs