“Het niveau van scheikunde onderwijs daalt sinds de invoering van het studiehuis”, aldus de Vrije Universiteit van Amsterdam. Beleidsvormend onderwijsland ziet hiermee de rekening gepresenteerd van haar motto liever meer vakken, dan inhoudelijke diepgang. De fragiele instroom naar exacte studies dreigt nog verder af te brokkelen.

De feitenkennis van scholieren in de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs neemt zienderogen af. Dat zegt de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU). De universiteit baseert haar stelling op eigen waarnemingen en wijt de daling aan het zogenaamde studiehuis dat enkele jaren geleden werd ingevoerd. In het derde jaar van de basisvorming kiezen scholieren een profiel (bijvoorbeeld natuur & gezondheid) waarmee de hoofdvakken in de bovenbouw vastliggen.

De scheikundefaculteit van de VU traint sinds 1994 jaarlijks de topscorers uit de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs, voorafgaand aan de internationale Scheikunde Olympiade. “Vroeger was dat een steuntje in de rug voor de finalisten”, legt Jaqueline van Muijlwijk van de Faculteit Exacte Wetenschappen (VU) uit. “Sinds de invoering van het studiehuis functioneert de bijscholing als stoomcursus: scheikundige begrippen en processen die voorheen allang bekend waren bij scholieren, moeten we nu introduceren.”

De volgende zonnestorm kan de aarde treffen zonder waarschuwing vooraf
LEES OOK
De volgende zonnestorm kan de aarde treffen zonder waarschuwing vooraf

“Helemaal ongelijk heeft de VU niet,” erkent Hans Morelis, onderwijsdes- kundige en medewerker van Stichting Leerplanontwikkeling (SLO), één van de organisatoren van de Scheikunde Olympiade. “Ik denk wel eens: ze kunnen alles, maar ze weten niets.” Hiermee doelt Morelis op de trend in onderwijsland om meer nadruk te leggen op (praktische) vaardigheden en minder op feitjes leren. De SLO’er vindt het echter niet nodig om te concluderen dat de scholieren minder goed worden opgeleid. “Je kunt de tijd die staat voor een vak maar één keer besteden. Met het studiehuis koos men voor minder hameren op feiten- kennis, ten gunste van andere onderwijsfacetten: de leerlingen kunnen beter dan voorheen evalueren, een onderzoek doen en omgaan met informatie.”

Bagage

Van Muijlwijk reageert licht verontwaardigd. “Ook voor de opgaven die de finalis- ten van de Olympiade moeten oplossen geldt dat inzicht belangrijker is dan gedetailleerde feitenkennis. Zonder een flinke bagage aan kennis valt er echter niets af te leiden, geen verband te leggen en geen informatie te verwerken!”

De leerlingen die de Nationale Olympiade winnen, zijn enorm intelligent. “Dat is de afgelopen jaren ook zeker niet veranderd”, gaat Van Muijlwijk verder, “maar ze missen basiskennis om hun inzicht op los te laten.”

De VU is niet de enige die kennisafname signaleert. Ook docenten zien het gebeuren. “De beoordeling van de practica versterkt het effect van afkalvende kennisover- dracht”, verklaart docent André Bunnik. “Scholieren kunnen ontzettend goed rekenen als het om hun eind- cijfers gaat. Met het huidige systeem is het niet nodig om een goed cijfer te halen voor de theorietoets, om uiteindelijk op een voldoende uit te komen. Daar maken ze handig gebruik van.” Bunnik doceert scheikunde aan het Coornhert Gymnasium in Gouda. Eén van zijn leerlingen gaat naar de Olympiadefinale in Athene.

Zittenblijver

“De praktijktoetsen bepalen voor éénvijfde het cijfer”, legt hij uit. “Het is bovendien relatief eenvoudig om hiervoor hoog te scoren: de leerlingen vinden de practica vaak leuk en bij het samenstellen van werk- groepen zoekt de minder goede leerling de studiebol op. Grondig studeren voor de kennistoets is dan niet meer nodig, want met een practicum halen ze de onvoldoende weer op. Ik kan er vervolgens niets tegen doen als een potentiële zittenblijver toch overgaat naar de volgende klas, omdat hij een bolleboos koos als practicum- partner.”

De eisen waaraan de scholier moet voldoen, zijn vastgesteld door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Daarnaast ligt ook vast dat de tweede fase moet bestaan uit een eindexamenpakket van dertien vakken. In het oude programma waren dat er zeven. De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) evalueert in opdracht van OC&W het studiehuis.

Ramp

De Akademie meent “dat het beter is overtollige ballast in vakken te schrappen dan hele vakken aan de kant te zetten” (rapport Robuuste profielen 2003). De breedte gaat kortom, vóór de diepgang van het voortgezet onderwijs. De signalering van de VU tijdens de Scheikunde Olympiades dat zelfs de bollebozen aan kennis inboeten, suggereert dat de exacte vakken eroderen. Dat zou een ramp betekenen voor de toch al fragiele instroom van scholieren naar de bèta- en technische faculteiten.

Karin Postelmans